Het Gulden Huis of Huis te Rixtel was een kasteel in de Nederlandse plaats Aarle-Rixtel, provincie Noord-Brabant. Het kasteel lag langs het riviertje de Aa. Het voormalige kasteelterrein is een rijksmonument maar er zijn geen zichtbare restanten bewaard gebleven.

Geschiedenis In 1300 zou ridder J. de Haisbain al eigenaar zijn geweest van het kasteel. De oudste vermelding van het kasteel dateert echter pas uit 1377.Het jaartal 1362 wordt ook genoemd. Zie: Van Veldhuizen/Kuijt (2022), p. 40 Gerlach de Roovere was in die periode in bezit van het kasteel en van de heerlijkheid Rixtel. Zijn zoon Diederik de Roovere werd in 1392 door hertogin Johanna van Brabant bevestigd in zijn bezit van het kasteel en de heerlijkheid, maar al snel droeg hij het kasteel over aan Willem van Ghent. Via diens zoon kwam het kasteel terecht bij de familie Van Oudart.

In 1503 vermaakte Jan van Oudart het kasteel aan zijn echtgenote Barbara van Poelgeest. Charles Oudart de Dongelberge bewoonde het kasteel tussen 1661 en 1680. Zijn zoon Carolus Robertus de Dongelberghe d'Oudart, baron van Corbeke, droeg het kasteel over aan jonker Van der Meulen.

In 1715 volgde de verkoop aan Hendricus Draack.

Sluis Vanaf 1625 werd er door de steden Helmond en Den Bosch gewerkt aan een betere bevaarbaarheid van de Aa. Nabij het kasteel werd daarom een sluis aangebracht. Voor de watermolen kwam er een overslag, zodat er voldoende water was om het molenrad te laten draaien. De onderhoudskosten van de sluis waren echter hoog en Helmond kon deze kosten niet meer dragen. Na een halve eeuw werd het onderhoud gestaakt en raakte de sluis in verval.

Zuid-Willemsvaart In 1815 werd het Gulden Huis te koop aangeboden en de Helmonder Albertus Bots kocht het goed aan. Door de aanleg van de Zuid-Willemsvaart in de jaren 1822-1826 kwam het kasteel echter ongunstig te liggen ten opzichte van de bebouwing - zo ging het nieuwe kanaal dwars door de oprit van het kasteelZie: Van Veldhuizen/Kuijt (2022), p. 27 - en raakte het steeds verder in verval.

De erfgenamen van Petronella Bots zetten in 1871 het kasteel te koop, waarna klokkengieter A.E. Fritsen de nieuwe eigenaar werd.

Afbraak De overslag van de watermolen veroorzaakte al geruime tijd problemen: om de molen aan te kunnen drijven moest het water van de Aa namelijk worden opgestuwd en dit zorgde voor wateroverlast op de stroomopwaarts gelegen weilanden en akkers. Enkele gemeentes kochten daarom in 1883 de watermolen aan en lieten deze afbreken. Ook het kasteel werd gesloopt. De oliemolen bleef nog enige tijd gespaard.

Teruggevonden restanten miniatuur|Het Gulden Huis en de watermolen op de kadastrale kaart van begin 19e eeuw In 1938 vonden er werkzaamheden plaats aan de Aa, waarbij onder andere het rivierbed werd verlegd. Bij het graafwerk werden als eerste de restanten van de watermolen ontdekt. Vervolgens werd de oude slotgracht grotendeels gedempt met het vrijgekomen zand van de nieuw gegraven rivierbedding. Het westelijke deel van de slotgracht bleef behouden, want dit werd onderdeel van de nieuwe rivierbedding: bij het verder uitgraven van dit deel van de slotgracht werd een rij houten palen ontdekt van waarschijnlijk de toegangsbrug van het kasteel. Ook trof men fundamenten van het kasteel zelf aan.

Beschrijving Het Gulden Huis is gebouwd nabij het punt waar de Bakelse Aa en Gulden Aa samen kwamen. Het kasteelterrein had een afmeting van 40 bij 40 meter. Rondom het kasteel lag een 1,8 meter diepe en 8 tot 10 meter brede slotgracht die werd gevoed met het water van de Aa. Bij het kasteel stond onder andere een watermolen die diende als banmolen voor de kasteeleigenaar.

Er bestaan enkele afbeeldingen van het Gulden Huis waarop een grote ronde toren is afgebeeld. Deze berusten echter op een misverstand: in werkelijkheid gaat het daar om het kasteel Frisselstein te Veghel.

Waarschijnlijk bestond het Gulden Huis uit twee evenwijdige vleugels met daartussen een binnenplaats.

Categorie:Verdwenen kasteel in Nederland Categorie:Kasteel in Noord-Brabant Categorie:Bouwwerk in Laarbeek