Marinus Johannes Komst (Amsterdam, 18 september 1908 - ?, 27 januari 1997) was een Nederlands trompettist binnen de klassieke en lichte muziek.Speeloverzicht Marinus J. Komst Concertgebouw (geraadpleegd 26 maart 2026)

Hij was zoon van Johanna Hendriks Pepers en Marinus Johannes Komst. Hijzelf was getrouwd met Elisabeth van Faassen (1904-1996). Zijn militaire keuring meldde in 1927 dat hij bezig was aan zijn derde jaar muziekschool.

Komst speelde in het VARA-Dansorkest, maar was voor alle omroepen op de radio te horen. Hij speelde ook in het Piatrogibas-kwartet (naam opgebouwd uit de instrumenten) bestaande uit Jan Vogel op piano, Komst op trompet, Joop Carlquist op gitaar en Karel van Dijk op contrabas. Mengelberg haalde hem in 1934 naar het Concertgebouw. Hij zou er opklimmen tot solotrompettist. Hij speelde dertig solo(concerten) onder Mengelberg, Hein Jordans, Ferenc Fricsay, Eduard van Beinum, Willem van Otterloo en Bruno Walter. In 1972 ging hij met pensioen.Stadsarchief Amsterdam: Pensioenkaart Komst (musici werden ingeboekt als ambtenaar)

Zijn binding met de lichte muziek bleef bestaan. In 1962 zei Willy Schobben dat hij bevriend was met Komst en dat er over en weer respect was. Schobben noemde Komst de “beste trompettist ter wereld”.

Komst was leraar aan het Conservatorium van Amsterdam. Minstens twee leerlingen van hem sloegen een andere weg in. Kees Vlak werd componist binnen de HaFaBra-wereld, Ado Broodboom werd jazztrompettist. Jo van den Booren bleef werkzaam binnen de klassieke muziek.

Het Concertgebouworkest zou later nog een Marinus Komst in de gelederen hebben; hij was paukenist.

Het echtpaar Komst-Faassen deelt met zijn moeder en hun zoon Ronald Komst (1940-1944) een grafsteen op de Oud Hervormde begraafplaats in Culemborg.Online begraafplaatsen M.J. Komst

Categorie:Nederlands trompettist