miniatuur|La Danse des quatre Bretonnes, Paul Gauguin (1886) De klederdracht is een symbool van de Franse regio Bretagne, vooral het westelijk deel van de regio. Toch is er geen eenvormige Bretonse klederdracht, maar is er een grote variatie, zowel in de tijd als per streek. Door maatschappelijke veranderingen verdween de klederdracht in de loop van de negentiende en twintigste eeuw. Tegelijk groeide nieuwe waardering voor de klederdracht als onderdeel van de Bretonse folklore.

Variatie per streek miniatuur|Mannenkostuum uit de streek van Quimper miniatuur|Streekdracht van Bigouden met de kenmerkende hoge kap voor de vrouwen Met betrekking tot de Bretonse klederdracht geldt het Bretonse gezegde Kant bro, kant giz ("honderd landen, honderd stijlen"). René-Yves Creston onderscheidde meer dan zestig verschillende streekdrachten voor vrouwen in Bretagne. Deze verschillen hebben onder andere betrekking op de kleuren, de borduursels, het type van kledingstukken en de accessoires.

Het kostuum van de mannen van Quimper is blauw. De mannen van Quimper werden glazig ("blauwtjes") genoemd. Het borduursel op de kostuums van mannen en vrouwen van Elliant is geel. Wegens de gele borduursels op hun kostuums werden de mannen van Elliant melenig ("geeltjes") genoemd.

De bragou is de pofbroek die door Bretonse mannen werd gedragen. Er was niet enkel de bragou braz, de brede pofbroek, maar ook smallere varianten.

In het noorden van Finistère droegen de vrouwen omslagdoeken en in het zuiden lijfjes.

Een algemene vorm van kap was de penn sardin, een eenvoudige muts die het kapsel bedekte en bij het werk werd gedragen. Penn sardin betekent "kop van een sardine", naar de vorm als van een vissenkop. Deze werd onder andere gedragen door de arbeidsters in de conservenfabrieken van Douarnenez.

De kap in de streekdrachten van Leon wordt tintaman genoemd. Vanaf het einde van de negentiende eeuw werden de kanten linten van deze kap boven op de muts gedragen in twee lussen in de vorm van een liggende 8. Een ander type kap is de queue de langouste waarbij achteraan het haar wordt omvat in een lange zak, die lijkt op een "kreeftenstaart". De kap van Quimper was een in de stijl borledenn. Over de kanten muts werd een stijve, geplooide kap gedragen en aan de achterzijde linten. De kap van Bigouden was dan weer erg hoog. Op het schiereiland Crozon werden zowel een kleine kap als een lange, stijve kap, de cornette, gedragen.

De streekdracht van Rosporden wordt giz fouen genoemd. Deze wordt bij de vrouwen gekenmerkt door de aan de zijkanten opstaande kraag en door de eenvoudige kap met linten. De vrouwelijke streekdracht van Plougastel wordt gekenmerkt door een grote kap die als een sluier wordt gedragen en een zijden lint dat om het middel wordt gedragen.

Alledaagse en gelegenheidskledij Binnen elke streekdracht was er een variatie naargelang de gelegenheid. Naast de alledaagse werkkleding bestond de zondagse klederdracht en ook de ceremoniële klederdracht. Het zondags kostuum was soberder dan het ceremoniekostuum. Dat laatste was kleuriger en bevatte meer borduursels en accessoires. Deze kleren waren ook zwaarder en stijver en niet praktisch om in te werken.

De ceremoniële klederdracht werd gedragen bij huwelijken, communies en belangrijke religieuze feesten. Enkel een klein deel van de bevolking kon zich aparte ceremoniële klederdracht veroorloven.

In de negentiende eeuw was de kleermakerij artisanaal. Kleermakers hadden winkels in de steden of kwamen aan huis. Kleermaker was een mannenberoep, maar ook veel vrouwen werkten in de productie van klederdracht. Zo werden de borduursels op de kostuums door mannen gemaakt maar werd het fijne kantwerk van de kappen door vrouwen gemaakt.

Evolutie in de tijd Traditioneel werd aangenomen dat de Bretonse klederdracht eeuwenoud is. Zo veronderstelde Auguste Dupouy dat de bragou, de mannelijke pofbroek, teruggaat tot de tijd van de Galliërs. Charles Chassé poneerde als eerste in de jaren 1930 dat de klederdracht een meer recent fenomeen is. Onderzoek is moeilijk omdat er geen voorbeelden van streekdracht van voor de negentiende eeuw bewaard zijn gebleven. Tussen 1850 en 1950 bleven de verschillende streekdrachten niet onveranderd. Elke nieuwe generatie bracht veranderingen aan in de eigen streekdracht.

In verschillende streekdrachten werd de kap hoger. In de streekdracht van Pont-l'Abbé was de kap in de negentiende eeuw nog laag. In de loop van de twintigste eeuw werd deze met elke nieuwe generatie hoger. Na de Tweede Wereldoorlog bereikte deze kap haar maximale hoogte, ongeveer 35 centimeter. Tegelijk werden de kappen minder volumineus en bedekten ze minder de haren. De muts waarop de kap werd vastgezet, verdween onder haren. Sommige pastoors preekten tegen de nieuwe mode omdat die de haren meer zichtbaar liet.

Tegelijk werden de rokken korter in navolging van de algemene mode. Borduursels raakten in de loop van de twintigste eeuw uit de mode en kledingstukken met borduursels werden minder gedragen. In het interbellum kwam het aanbrengen van parels op zwarte lijfjes in de mode.

Verdwijnen miniatuur|Vrouwen en meisjes in alledaagse klederdracht bij het zouten van sardines (1912) Al in de negentiende eeuw werd de klederdracht een symbool van Bretagne. Afbeeldingen van personen in klederdracht werden bijvoorbeeld gebruikt in reclame voor Bretonse producten. Tegelijk verdween stilaan deze streekdracht. Deze evolutie vond eerst plaats in de steden en later op het platteland, en gebeurde het eerst in de alledaagse klederdracht.

Bij de mannen verdween de klederdracht sneller dan bij de vrouwen. De mannen waren mobieler en door het verbeterde transport en ook door de militaire dienst kwamen ze eerder in contact met de algemene Franse bevolking. De bragou verdween al in de negentiende eeuw uit de mannelijke streekdracht om plaats te maken voor een gewone broek. Bij de vrouwen ging de evolutie trager. De vrouwen die werkten in de visverwerkingsfabrieken van Bretagne deden dit in klederdracht. Wel werd soms een extra schort over de gewone schort gedragen om de kleding te beschermen bij dit vuile werk. De omslagdoek maakte stilaan plaats voor de pelerine uit de algemene Franse mode. Opmerkelijk is dat Bretonse vrouwen die elders in Frankrijk als dienstmeid gingen werken, door hun werkgevers vaak verplicht werden om klederdracht te dragen. Deze praktijk droeg bij aan een gevoel van inferioriteit en zorgde ervoor dat thuis de klederdracht sneller werd afgelegd.

De culturele en sociale evoluties van de eerste helft van de twintigste eeuw zorgde voor een uniformisering van de kledij in Frankrijk en ook in Bretagne verdween de klederdracht. Tot het einde van de jaren 1970 werd door oudere vrouwen nog klederdracht gedragen in het uiterste westen van Bretagne.

Herwaardering

De alledaagse klederdracht werd niet bewaard. Als deze versleten was, werd ze weggegooid. Daarom is er relatief weinig oude klederdracht van alledag bewaard gebleven. De kostuums die wel zijn bewaard zijn de zondagse en ceremoniële klederdracht. Zij werden nog tot in de jaren 1970 doorgegeven om te worden gebruikt bij speciale gelegenheden, zoals de religieuze grands pardons. Het is ook deze laatste meer opzichtige klederdracht die herwaardering kreeg in de folklore. Al aan het begin van de twintigste eeuw werden plaatselijk "koninginnen" verkozen waarbij de kandidates deelnamen in streekdracht. Door de oprichting van heemkundige en folkloristische verenigingen, de cercles celtiques, kwam er terug meer waardering voor de streekdracht. Bij folkloristische evenementen was er aanvankelijk minder aandacht voor authenticiteit en werden om esthetische redenen soms verschillende streekdrachten of drachten uit verschillende periodes door elkaar gebruikt. Vanaf de jaren 1980 kwam er meer aandacht voor authenticiteit en voortaan werd er ook onderscheid gemaakt tussen de oude (negentiende-eeuwse) en de moderne (jaren 1920-1930) klederdracht.

Bronnen Le costume breton Archives départementales du Finistère. Geraadpleegd op 21 maart 2026. , Les Bretons et leurs costumes aux XXe et XXIe siècles, Les costumes régionaux, Presses universitaires de Rennes, 2009. Geraadpleegd op 28 maart 2026.

Categorie:Klederdracht Categorie:Cultuur in Bretagne