John White (Londen, ca. 1539 – 1606) was een Engelse kolonist, ontdekkingsreiziger, beeldend kunstenaar en cartograaf. Hij maakte in 1585-1587 deel uit van de mislukte kolonisatiepoging op Roanoke Island in het huidige North Carolina. Deze "Verloren Kolonie" was de vroegste poging om een permanente Engelse kolonie in de Nieuwe Wereld te vestigen. Meer dan om zijn kortstondige gouverneurschap, wordt White herinnerd voor de aquarellen die hij er maakte van de Algonkins en hun maatschappij, alsook van het landschap. Deze werken behoren tot de belangrijkste beeldbronnen over de oorspronkelijke bewoners van de Noord-Amerikaanse oostkust. Ze worden bewaard in het prentenkabinet van het British Museum.
Leven White moet ergens in de periode 1530-1540 zijn geboren. Hij trouwde in 1566 met Tomasyn Cooper en kreeg met haar een dochter, Eleanor. Hoe hij leerde tekenen en schilderen, is niet bekend.
Als voorstander van het Engelse kolonialisme in de Nieuwe Wereld nam hij mogelijk in 1577 deel aan de expeditie van Martin Frobisher naar Baffin Island en Groenland, op zoek naar de Noordwestelijke Doorvaart. Zijn naam is niet opgetekend, maar zijn tekeningen suggereren het.
Op 9 april 1585 scheepte hij te Plymouth in voor een expeditie onder Richard Grenville in opdracht van Walter Raleigh. Raleigh bezat de landrechten op de geplande kolonie Virginia. White ging mee als illustrator en cartograaf, in samenwerking met Thomas Harriot. Op Roanoke stichtten ze mee de eerste Engelse kolonie in Noord-Amerika, met Ralph Lane als gouverneur. De 107 kolonisten slaagden er niet in een solide bestaan op te bouwen en gaven de onderneming op. White en zijn metgezellen keerden in juni 1586 met de vloot van Francis Drake terug naar Engeland.
In januari 1587 aanvaardde White een nieuwe opdracht om als "chief Governor" een stad te stichten aan Chesapeake Bay die de naam Raleigh moest krijgen. Op 26 april verliet hij de haven van Portsmouth aan boord van The Lion, vergezeld van een vlieboot en een pinas. Onder de 113 aspirant-kolonisten waren vrouwen en kinderen, inclusief zijn eigen dochter Eleonor met haar man Ananias Dare. Het doel was zelfvoorzienendheid.
Op initiatief van stuurman Simon Fernandes deden ze eerst Roanoke aan, om de toestand na te gaan van de vijftien Engelsen die er waren afgezet door Grenville. Enkele weken na het vertrek van Drakes vloot was het bevoorradingsschip van Grenville langsgekomen, en hij had manschappen achtergelaten om de aanspraken van Raleigh te vrijwaren. De vijftien bleken echter te zijn omgekomen of verdwenen na een conflict met de indianen. Om moeilijk te vatten redenen liet Fernandes de groep daarna niet terug aan boord komen, waarmee hij hen dwong Roanoke opnieuw te koloniseren, in plaats van de eigenlijke bestemming aan Chesapeake Bay.
White legde zich neer bij deze muiterij en gaf opdracht om de vervallen nederzetting weer op te bouwen. Van de indianenleider Manteo vernam hij dat de vijftien vermisten waren gedood door Secotan, Aquascogoc en Dasamongueponke. Deze stammen behoorden tot de Pamlico, zelf onderdeel van de Algonkins. Op 8 augustus 1587 leidde White kort vóór dageraad een overval op het dorp van de Dasamongueponke. Volgens zijn dagboek maakten ze een dode en meerdere gewonden, alvorens te beseffen dat ze per vergissing een vriendelijke groep hadden aangevallen. De relaties met de indianen hadden eronder te lijden en zouden gestaag vijandiger worden.
Op 18 augustus 1587 beviel zijn dochter Eleanor. Als eerste christen die in Virginia werd geboren, kreeg het kind de naam Virginia Dare. Ze was ook de eerste Brit die ter wereld kwam in Amerika. Minder goed ging het met de zelfvoorzienendheid. De voedselvoorraden slonken en met de winter in zicht vroegen de kolonisten White om eten en spullen te halen in Engeland. Op bevoorradingsschepen konden ze niet rekenen, want die verwachtten hen in Chesapeake Bay. Met tegenzin gaf White toe. Hij vertrok met de vlieboot, maar de tocht verliep ongelukkig. Er vielen gewonden bij een ankerincident, ze werden uit koers geslagen door storm, ze leden aan scheurbuik en sommige bemanningsleden verhongerden. Op 16 oktober 1587 bereikten ze Smerwicke in het westen van Ierland, en later Southampton.
De terugtocht werd gehinderd door de dreiging van de Spaanse Armada. Koningin Elizabeth I had alle schepen nodig en had een verbod ingesteld om de Engelse kusten te verlaten. Begin 1588 wist White toch een paar kleine pinassen bijeen te schrapen, de Brave en de Roe. Aan het begin van de overtocht werden ze overvallen door Franse piraten, die White een schotwonde in het achterwerk toebrachten. Hij wist levend terug te keren naar Engeland, zij het beroofd van alle proviand, voorraden en wapens.
Door toedoen van Raleigh was er in maart 1590 een nieuwe reddingsexpeditie gereed. Met de Hopewell en de Moonlight zette White koers naar Roanoke. Na een opnieuw bewogen reis maakten ze een moeilijke landing op de Outer Banks, waarbij zeven zeelui verdronken. Pas op 18 augustus 1590 was gouverneur White terug op Roanoke Island. Hij trof er ingestorte gebouwen aan en geen levende ziel. De letters "CRO" gekerfd in een boom en het woord "CROATOAN" in een paal van het fort deden hem hopen dat de kolonisten – onder wie zijn dochter en kleindochter – waren verhuisd naar een nabijgelegen eiland. Door slecht weer verloor het schip drie ankers en de kapitein kon zich geen herhaling meer veroorloven, zodat de zoektocht afgebroken moest worden. Ze keerden terug en liepen op 24 oktober 1590 binnen in Plymouth.
Na deze tragedie zou White niet meer terugkeren naar de Nieuwe Wereld. Over zijn verdere leven is weinig bekend. Hij woonde in Plymouth en bezat een huis in Newtown in het Ierse County Cork. Hij schijnt kaarten te hebben gemaakt van Raleighs Ierse landgoederen. Nooit gaf hij de hoop op dat zijn dochter en kleindochter nog in leven waren.
Eerbetoon White wordt tegenwoordig vooral herinnerd vanwege zijn aquarellen, die een unieke weergave vormen van de Algonquiaanse samenleving in de 16e eeuw. Alle overgebleven werken van White bevinden zich nu in het British Museum. In 2007 werd van de reeks van meer dan zeventig aquarellen een reizende tentoonstelling gemaakt onder de titel "A New World: England's First View of America". De tentoonstelling stak ook de oceaan over en werd onder andere getoond in het North Carolina Museum of History.
Het Liberty-schip John White uit de Tweede Wereldoorlog werd naar hem vernoemd.
Literatuur Ivor Noël Hume, The Virginia Adventure. Roanoke to James Towne. An Archaeological and Historical Odyssey, University Press of Virginia, 1997,
Categorie:Brits koloniaal bestuurder Categorie:Brits illustrator Categorie:Brits cartograaf Categorie:Persoon in Newfoundland (kolonie) Categorie:Wikipedia:Pagina's met vertalingen die niet zijn nagekeken