John Calvin Brown (Giles County, 6 januari 1827 – Red Boiling Springs, 17 augustus 1889) was een Amerikaans advocaat, zakenman, militair en politicus. Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog nam hij dienst in het Confederate States Army en klom op tot de rang van generaal-majoor.Anne-Leslie Owens, "John Calvin Brown (1827-1889)", Tennessee Encyclopedia of History and Culture, 2009. Geraadpleegd op 27 maart 2026. Na de oorlog was hij lid van de constitutional convention van 1870 en tussen 1871 en 1875 gouverneur van Tennessee.

Vroege jaren John Calvin Brown werd geboren op 6 januari 1827 in Giles County, Tennessee. Hij was de zoon van Duncan Brown en Margaret Smith. Zijn oudere broer, Neill S. Brown, zou in de jaren 1840 gouverneur van Tennessee worden. John Brown liep school aan de Jackson College in Columbia, Tennessee waar hij in 1846 afstudeerde.Finding Aid for John Calvin Brown Papers, Tennessee State Library and Archives, website, 2007. Geraadpleegd op 27 maart 2026 Daarna studeerde hij rechten bij zijn oom Hugh Brown in Spring Hill. Hij werd in 1848 toegelaten tot de balie en opende hetzelfde jaar een advocatenkantoor in Pulaski.Phillip Langsdon, Tennessee: A Political History (Franklin, Tenn.: Hillsboro Press, 2000), pp. 193-195.

Net als zijn broer was Brown een aanhanger van de Whigs. Na de ineenstorting van de partij in de jaren 1850 bleef hij kandidaten met een Whig-verleden steunen. Tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen 1860 trad Brown op als kiesman voor John Bell en zijn Constitutional Union Party. Deze partij was voor het behoud van de unie, tegen secessie en nam een neutraal standpunt in omtrent slavernij. In de weken na de Aanval op Fort Sumter in april 1861 was centraal Tennessee in de ban van secessie. Brown en zijn broer en uiteindelijk ook John Bell kozen met enige tegenzin voor de Geconfedereerde Staten van Amerika.Oliver Perry Temple, East Tennessee and the Civil War (Johnson City, Tenn.: Overmountain Press, 1995), pp. 221-229.

Amerikaanse Burgeroorlog In mei 1861 nam Brown dienst in het Confederate States Army als gewoon soldaat. Kort daarop werd hij verkozen tot kolonel van het 3rd Tennessee Infantry Regiment. Na de Slag om Fort Donelson in het voorjaar van 1862 werd Brown afgevoerd als krijgsgevangene. Hij werd gedurende zes maanden opgesloten in Fort Warren. In augustus 1862 kwam hij vrij na een gevangenenruil. In diezelfde maand werd Brown bevorderd tot brigadegeneraal en kreeg hij een brigade met regimenten uit Florida en Mississippi onder zijn bevel. Zijn brigade maakte deel uit van het Army of Tennessee onder leiding van generaal Braxton Bragg. Hij nam deel aan de Kentuckyveldtocht en raakte op 8 oktober 1862 gewond aan zijn rechterdijbeen bij Perryville.Welsh, Jack D., Medical Histories of Confederate Generals. p. 29 In 1863 werd zijn brigade ingezet tijden de Slag bij Chickamauga en de verdediging van Missionary Ridge tijdens de Chattanoogaveldtocht.

In 1864 nam hij met zijn brigade deel aan de Atlantaveldtocht waar hij verschillende keren het tijdelijk bevel over een divisie voerde. Op 4 augustus 1864 werd hij bevorderd tot generaal-majoor en kreeg hij het commando over een divisie in het korps van generaal-majoor Benjamin F. Cheatham. Brown raakte opnieuw ernstig gewond tijdens de Tweede Slag bij Franklin in de Franklin-Nashvilleveldtocht. Hij was enkele maanden buiten strijd en sloot zich opnieuw aan bij de restanten van het Army of Tennessee kort voor generaal Joseph E. Johnston zich op 26 aprl 1865 overgaf aan generaal-majoor William T. Sherman. Brown werd een maand later vrijgelaten.

Latere jaren Gouverneur van Tennessee thumb|Het huis van gouverneur Brown in Pulaski, Tennessee(hedendaagse Grissom Colonial Hall) Na de oorlog keerde Brown terug naar Pulaski waar hij opnieuw aan de slag ging als advocaat. In 1869 werd hij verkozen om te zetelen in het Tennessee General Assembly. Het volgende jaar was hij lid van de constitutional convention waar hij door zijn gelijken tot president van de conventie werd gekozen. Deze conventie boog zich over de nieuwe grondwet voor Tennessee. Deze diende aangepast te worden aan de maatstaven van na de burgeroorlog. Het garandeerde dat alle mannen ouder dan 21 stemrecht hadden ongeacht hun afkomst. Daarnaast voerde het ook een Poll Tax in. Het document blijft, op enkele amendementen na, nog altijd de grondwet van Tennessee.

left|200px|thumb|Portret van Brown al gouverneur Ondanks zijn verleden als Whig sloot Brown zich na de oorlog aan bij de Democratische Partij. In 1870 werd hij genomineerd als kandidaat voor het gouverneurschap. Hij versloeg met een ruime meerderheid van 78.979 stemmen tegen 41.500 stemmen de Republikeinse kandidaat William H. Wisener uit Shelbyville. Brown werd herverkozen in 1872 met weliswaar een kleinere marge van 97.700 stemmen tegen 84.049 stemmen van zijn uitdager Alfred A. Freeman. Tennessee Blue Book (1890), p. 54.

Zijn eerste uitdaging als gouverneur was de stijgende schuldenlast voor zijn staat. In de voorbije decennia had Tennessee een uitstaande schuld van 43 miljoen dollar in de vorm van obligaties. Dit geld was voornamelijk gebruikt om tol- en spoorwegen aan te leggen. Een van zijn voorgangers, William Brownlow, had de situatie nog erger gemaakt door eind de jaren 1860 nog meer obiligaties uit te schrijven om de intresten op de uitstaande obligaties te kunnen betalen. Brown slaagde erin om de obligatieschuld te halveren tot 20 miljoen dollar en de andere kleinere schulden volledig af te lossen. Al zijn inspanningen gingen echter verloren door de Paniek van 1873.

Tijdens zijn termijn als gouverneur werden wetten gestemd om onderwijs aan te bieden aan alle kinderen. Er werd ook een raad van bestuur opgericht om de scholen te controleren en bij te sturen. Er was wel een scheiding tussen scholen voor blanke kinderen en Afro-Amerikaanse kinderen. In 1875 probeerde hij verkozen te raken in de federale senaat. De voormalige president Andrew Johnson won echter deze verkiezingen.

Jaren na politieke loopbaan Brown steunde in 1876 de aanleg van de transcontinentale spoorweg in de Zuidelijke staten. Hij werd vice-voorzitter van de Texas & Pacific Railroad, dan penningmeester en uiteindelijk voorzitter in 1888. Het volgende jaar werd hij ook aangesteld als voorzitter van de Tennessee Coal, Iron and Railroad Company, die een van de grootste bedrijven in het Zuiden was. Daarnaast was Brown ook voorzitter van de Bon Air Coal Company.John Benhart, Appalachian Aspirations: The Geography of Urbanization and Development in the Upper Tennessee River Valley, 1865-1900 (Knoxville, Tenn.: University of Tennessee Press, 2007), p. 31.

Zijn eerste echtgenote, Anne Pointer was 1858 overleden. Dit huwelijk bleef kinderloos. In 1864 huwde hij met Elizabeth Childress. Ze was de nicht van Sarah Polk. Het koppel kreeg vier kinderen namelijk: Marie, Daisy, Elizabeth en John C. Brown Jr.Annie Somers Gilchrist, Some Representative Women of Tennessee (Nashville: McQuiddy Printing Company, 1902), p. 15. Hun dochter Marie huwde met de latere gouverneur Benton McMillin.

Browns gezondheid ging fel achteruit in de zomer van 1889. Hij reisde naar Red Boiling Springs, Tennessee om te herstellen. Op 17 augustus 1889 overleed hij echter aan de gevolgen van een maagbloeding (of bloeding in de keel volgens Welsh). John C. Brown werd gebraven op het Maplewood Cemetery in Pulaski, Tennessee.

Zie ook Lijst van generaals in de Amerikaanse Burgeroorlog (Confederatie)

Categorie:Amerikaans generaal Categorie:Generaal van de Geconfedereerde Staten Categorie:Democraat (Verenigde Staten)