Theodorus Antonius Bernardus Maria (Theo) Hermsen ('s-Hertogenbosch, 12 juni 1905 – Parijs, 2 december 1944) was een Nederlandse kunsthandelaar. Hij werd met name bekend vanwege zijn rol in de kunsthandel met nazi-Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Voor zijn betrokkenheid werd hij postuum veroordeeld tot een geldboete van drie miljoen Franse frank.

Levensloop Theo Hermsen jr. werd geboren op 12 juni 1905 in 's-Hertogenbosch. Hij was het vierde kind van Theodorus Antonius Bonifacius (Dorus) Hermsen en Geertruda Adriana Petronella Mulder, en groeide op in een katholiek gezin. Zijn vader was kunstenaar, kunstverzamelaar en eigenaar van Kunsthandel Dorus Hermsen N.V. dat gevestigd was in het Johan de Witthuis in Den Haag. Deze kunsthandel richtte zich met name op Nederlandse en Vlaamse meesters, en dreef handel met onder meer het Museum Kunstpalast in Düsseldorf en de Duitse kunsthandelaar Karl Haberstock.

Na de dood van zijn vader in 1931 nam Hermsen de kunsthandel samen met zijn broer Kees over, waarbij Hermsen de rol van directeur op zich nam. In deze periode had de wereldeconomie een grote klap gehad door de beurskrach van 1929, en het bedrijf zat in financiële moeilijkheden. In 1936 ging de kunsthandel failliet en werd de winkel gesloten. Hermsen besloot de onderneming onder dezelfde naam verder te zetten en kwam hiermee in het vizier van de politie. Om vervolging te voorkomen, verhuisde hij in 1939 naar Parijs.

Vertrek naar Parijs miniatuur|De verzoeking van de Heilige Antonius (zestiende eeuw), toegeschreven aan Marcellus Coffermans naar Jheronimus Bosch. Op 26 juni 1944 gekocht door Hermsen, daarna verworven door het Führermuseum. Vanuit het in Parijs zetten hij zijn kunsthandel voort. Het hotel lag in de buurt van het veilinghuis . Tijdens de jaren veertig floreerde de Franse kunstmarkt. Veel Franse joden probeerden hun vertrek naar het buitenland te financieren door kunstwerken uit hun collectie te verkopen. Tegelijkertijd werden vanaf 1940 privécollecties van Franse joden in beslag genomen en de kunstwerken doorverkocht. Daarnaast arriveerden kunsthandelaren uit nazi-Duitsland in Parijs om schilderijen en andere waardevolle objecten aan te schaffen. Dit leidde ertoe dat prijzen stegen en kunstwerken snel werden verkocht.

Enkele maanden na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Frankrijk in mei 1940 had Hermsen contact gezocht met Karl Haberstock met wie hij reeds eerder zaken had gedaan. Daarnaast had hij contact met onder meer Hugo Engel, Martin Fabiani, Raphaël Gérard, Joseph Oscar Leegenhoek, André Schoeller, Adolf Wüster en Ernest Garin die in 1942 de Parijse Galerie Kleinberger had overgenomen. Zijn belangrijkste zakenpartner was Hildebrand Gurlitt die hij, waarschijnlijk via Engel, had leren kennen en sinds 1941 in Parijs actief was.

Net als in Nederland handelde Hermsen in oude meesters en breidde daarnaast uit naar de handel in negentiende-eeuwse werken en moderne Franse kunst. In de herfst van 1941 bemiddelde Hermsen bij een aankoop van impressionistische werken door Gurlitt voor het Wallraf-Richartz-Museum in Keulen ter waarde van één miljoen Reichsmark. Daarnaast hielp Hermsen bij het verkrijgen van de benodigde exportvergunningen. De samenwerking tussen Hermsen en Gurlitt was erg vruchtbaar en Hermsen betaalde regelmatig de hotelverblijven en reiskosten van Gurlitt. Ruim tachtig procent van de voorwerpen die afkomstig waren uit Frankrijk kocht Gurlitt via Harmsen aan.

Vanaf 1942 gaf Hermsen zich tevens uit als kunstcriticus. Datzelfde jaar trok hij in bij zijn partner Marcelle Wittenberg. Vanuit haar woning zou hij volgens de conciërge af en toe schilderijen hebben gerestaureerd en vervolgens hebben verkocht aan de Duitse bezetter. Vanaf 1943 intensifieerde de samenwerking tussen Hermsen en Gurlitt, nadat Gurlitt was aangesteld om kunstwerken in te kopen voor het geplande Führermuseum. Daarnaast werkte hij in deze periode nauw samen met Hermann Voss en Hans Herbst van kunsthandel Dorotheum uit Wenen. Geschat wordt dat Hermsen met zijn kunsthandel tussen 1942 en 1944 ongeveer 40 miljoen Franse frank verdiende.

Hermsen overleed na een lang ziekbed op 2 december 1944 in een ziekenhuis in Parijs. Hij werd 39 jaar oud. Na afloop van de Tweede Wereldoorlog startte een onderzoek naar zijn betrokkenheid bij de illegale kunsthandel met nazi-Duitsland. Hij werd hiervoor postuum veroordeeld, waarbij 1,7 miljoen Franse frank in beslag werd genomen en een boete van 3 miljoen frank werd opgelegd. In 1955 werd de boete als 'oninbaar' beschouwd.

Categorie:Nederlands kunsthandelaar