De Ericaschool, oorspronkelijk gebouwd als de Openbare Lagere School no. 6, is een voormalig onderwijscomplex in de Nederlandse stad Assen. Het gebouw, gelegen aan de Rodeweg, werd tussen 1927 en 1928 opgetrokken in opdracht van de gemeente Assen naar een ontwerp van de directeur van Gemeentewerken, Dirk Jansen van Galen. Het complex is een representatief voorbeeld van de interbellumarchitectuur en is aangewezen als provinciaal monument. Geschiedenis Voorgeschiedenis en de oude school (1871–1928)
De oorspronkelijke School 6 was gevestigd aan de Oosterparallelweg (destijds de Aardscheveldschool genoemd). Dit gebouw werd op 13 november 1871 in gebruik genomen met ongeveer honderd leerlingen onder leiding van de heer R. Weertman. De aanbestedingssom bedroeg destijds 3.493 gulden. Hoewel de school 57 jaar lang dienst deed voor drie generaties Assenaren, werd de inrichting in de jaren twintig van de vorige eeuw als gebrekkig beschouwd. Politieke en financiële realisatie
De weg naar de nieuwbouw aan de Rodeweg was complex. In september 1920 diende de Directeur Gemeentewerken een eerste plan in voor een achtklassige school met twee verdiepingen. In 1921 werd voor 10.000 gulden een gunstig gelegen terrein aangekocht van de heer W. Eleveld.
De realisatie werd echter vertraagd door de 'Stopwet' van 1922 en een aanvankelijke weigering van de minister van Onderwijs Johannes Theodoor de Visser. De overheid stelde dat de oude school nog bruikbaar was, ondanks de hinder van de nabijgelegen spoorlijn. De gemeente gebruikte de onderhandelingen met de Nederlandse Spoorwegen echter als troefkaart; de NS wenste het terrein aan de Oosterparallelweg over te nemen voor de uitbreiding van het emplacement. Na langdurige onderhandelingen kocht de NS het oude complex voor 50.000 gulden, waarna de bouw aan de Rodeweg in juni 1926 definitief kon worden aangevangen.
Opening en bouwploeg Op 21 september 1928 werd de school officieel geopend door burgemeester mr. J. Bothenius Lohman, in aanwezigheid van onder meer rijksinspecteur dr. A.I. Kan. De totale bouwkosten bedroegen ongeveer 80.000 gulden. Bij de bouw waren diverse lokale en regionale partijen betrokken:
Aannemer: H. Strabbing (timmer- en metselwerk) Stucwerk: J. Popken Loodgieterswerk en verlichting: J. van Balen Schilderwerk: T. Lunshof Glas-in-lood: L. Baakman Meubilair: Firma's Jonas van Oosten en H. Jalving (schoolborden)
Architectuur Exterieur
Het gebouw is opgetrokken in een gele baksteen boven een met rollaag afgedekt trasraam. De architectuur wordt gekenmerkt door strakke lijnen en een samengesteld zadeldak met uitkragende dakranden, gedekt met verbeterde Hollandse pannen.
Centraal op het dak staat een dakruiter (torentje) op een verjongende basis met een zinken helmdak. Dit element fungeert niet alleen als esthetisch middelpunt, maar dient ook als centrale ventilatiekoker voor de afvoer van gebruikte lucht uit de klaslokalen. De geveltoppen zijn gedecoreerd met contrasterende, witgeschilderde elementen.
Interieur en indeling
Bij het ontwerp stond de toevoer van licht en lucht centraal. Het interieur bevat diverse bewaard gebleven elementen:
Gangen: Voorzien van tegellambriseringen met handgeschilderde tableaus en vloerbetegeling in decoratieve patronen. Om opstoppingen te voorkomen, werd het middengedeelte van de gang verbreed.
Lokalen: De acht klaslokalen waren modern ingericht met verstelbare 'octrooibanken' van de firma Kooymans-Mes. Een van de lokalen werd uitgerust met 'vita-glas' voor een betere lichtinval.
Voorzieningen: Elk lokaal beschikte over een eigen wasgelegenheid aangesloten op de waterleiding. De school werd verwarmd door een centrale verwarming met twee ketels, geleverd door de firma Adens en Westermann uit Groningen.
Gymnastiekzaal en terrein
Aan het gebouw is een ruime gymnastiekzaal verbonden met een zogenoemde 'riftvloer' van Amerikaans grenenhout. Deze zaal was bij de opening niet alleen bestemd voor School 6, maar ook voor de leerlingen van de school aan de Nieuwstraat. Voor de school lag een speelplein van asfaltbeton, dat van de openbare weg wordt gescheiden door een gemetselde erfafscheiding die nog grotendeels aanwezig is.
Monumentale waarde
Het complex wordt gewaardeerd als een provinciaal monument vanwege de cultuurhistorische waarde als uitdrukking van het regionale onderwijs in de jaren twintig. Architectonisch is het van belang vanwege de esthetische kwaliteit, het kenmerkende materiaalgebruik en de zorgvuldige detaillering van de interbellumstijl. Bovendien vormt het gebouw een beeldbepalend element in de stedenbouwkundige structuur van de wijk Vredeveld in Assen. Zie ook Lijst van provinciale monumenten in Drenthe
Categorie:Bouwwerk in Assen Categorie:Provinciaal monument in Drenthe