Egbert de Vries (Grijpskerke, 29 januari 1901 – Pittsburgh, 20 september 1994) was een Nederlands landbouweconoom, koloniaal ambtenaar, hoogleraar en ontwikkelingsdeskundige. Hij geldt als een van de grondleggers en was de eerste rector (1956–1966) van het International Institute of Social Studies (ISS) in Den Haag. De Vries speelde een belangrijke rol in de Nederlandse bijdrage aan de technische hulp aan laagontwikkelde landen na de Tweede Wereldoorlog, onder meer als adviseur bij de Verenigde Naties, de Food and Agriculture Organization (FAO) en de Wereldbank. Hij combineerde wetenschappelijke analyse met een sterk christelijk geïnspireerde visie op rentmeesterschap en internationale solidariteit.
Jeugd en opleiding Egbert de Vries werd geboren op 29 januari 1901 in Grijpskerke (Zeeland) als zoon van de 25-jarige predikant Jan de Vries en Johanna Luuring. Hij groeide op in Zeeland, in Grijpskerke, Ovezande-Driewegen en Goes, te midden van kleine boeren en verarmde landarbeiders – een ervaring die hem later van pas kwam bij zijn werk met Javaanse boeren.
Tijdens zijn middelbareschooltijd las hij een artikel over bosbouw op Borneo, wat hem in 1917 deed besluiten te studeren aan de Hoogere Land-, Tuin- en Boschbouwschool in Wageningen (die in 1918 opging in de Landbouwhogeschool). Hij koos aanvankelijk voor Tropische Bosbouw met een beurs als candidaat-houtvester, maar werd afgewezen vanwege zijn bril. Hij stapte over naar de studierichting Tuinbouw. In 1923 slaagde hij cum laude voor zijn ingenieursexamen in de tuinbouw. Hij had tijdens zijn studie onder meer Soendanees geleerd.
In 1924 trouwde hij in Goes met Tine Berg, dochter van een KNIL-officier die in Nederlands-Indië was opgegroeid. Kort daarna vertrokken zij per schip (de Jan Pietersz. Coen) naar Nederlands-Indië.
Carrière in Nederlands-Indië (1924–1942) In Indië werd De Vries benoemd tot landbouwconsulent bij het Departement van Landbouw, Nijverheid en Handel. Hij begon in Buitenzorg en werd overgeplaatst naar Pasoeroean (Oost-Java), waar hij onderzoek deed naar de teelt van mango’s en de rol van de mangocultuur in de lokale samenleving. Hij constateerde dat Javaanse boeren (tani) in essentie niet verschilden van de Zeeuwse kleine boeren uit zijn jeugd: “De Javaansche tani onderscheidt zich in vele opzichten niet van den Hollandschen kleinen boer.”
In 1925 werd hij redacteur van het tijdschrift Landbouw. Hij promoveerde in februari 1931 in Wageningen op het proefschrift Landbouw en welvaart in het regentschap Pasoeroean. Bijdrage tot de kennis van de sociale economie van Java. Hierin pleitte hij voor een landbouwvoorlichtingsdienst die zich richtte op raadgeving, onderwijs en demonstratie in plaats van dwang.
De Vries was lid van de Vereeniging tot bevordering van de maatschappelijke en staatkundige ontwikkeling van Nederlandsch-Indië (De Stuw) en schreef kritische artikelen over de suikerindustrie en de versnippering van welvaartsdiensten. Vanaf 1934 werkte hij onder G.H.C. Hart en later Huib van Mook bij het Departement van Economische Zaken. Hij klom op tot hoofdambtenaar en was betrokken bij rijstpolitiek, landbouwcoöperaties en schuldensanering.
Politiek was hij actief in de Christelijk Staatkundige Partij in Indië en het bestuur van de Protestantse Kerk in Nederlands-Indië. Zijn christelijke overtuiging was een belangrijke drijfveer; hij sloot zich aan bij de Oxford Groep en pleitte voor een “politiek van zedelijke verplichting”.
In november 1941 werd hij hoogleraar landbouweconomie en voorzitter van de pas opgerichte Landbouwkundige Faculteit in Buitenzorg.
Tweede Wereldoorlog en Japanse bezetting Tijdens de Japanse bezetting bleef De Vries op Java. Hij werkte aanvankelijk voor de Japanse autoriteiten in Bandoeng en verleende clandestiene steun aan Nederlanders. In april 1943 werd hij met zijn gezin geïnterneerd in het Bloemenkamp. In 1944 werd hij door de Kenpeitai gearresteerd, gemarteld (onder meer met waterboarding) en veroordeeld tot vijftien jaar cel. Hij zat gevangen in Tjipinang en Soekamiskin. Zijn vrouw Tine overleed op 25 mei 1945 in het vrouwenkamp Banjoebiroe.
Na de Japanse capitulatie hertrouwde hij met Alexandrine “Lexie” Zweede-Duvekot, weduwe met drie kinderen. Samen zorgden zij voor zeven kinderen in totaal.
Naoorlogse carrière (1945–1994) In 1945–1946 adviseerde De Vries de Nederlandse autoriteiten over de voedselsituatie op Borneo, Celebes en Bali en gaf hij colleges aan de Nooduniversiteit in Batavia. Van 1946 tot 1947 was hij adviseur bij de Preparatory Commission on World Food Proposals van de FAO.
Vanaf 1947 was hij hoogleraar Landhuishoudkunde der Overzeese Gebiedsdelen in Wageningen en hoofd van de afdeling Economische Zaken bij het Ministerie van Overzeese Gebiedsdelen. In 1949 werd hij voorzitter van de Werkcommissie Inzake Technische Hulp aan Laagontwikkelde Landen (WITHALL) en speelde hij een sleutelrol in de Nederlandse deelname aan het Expanded Programme of Technical Assistance van de Verenigde Naties. Hij was betrokken bij de oprichting van het International Training Centre for Aerial Survey in Delft.
Van 1950 tot 1956 werkte hij als hoofd van de afdeling Economic Resources bij de Wereldbank in Washington D.C. Tegelijkertijd was hij drijvende kracht achter de oprichting van het International Institute of Social Studies (ISS) in Den Haag. In 1956 werd hij de eerste fulltime rector van het ISS (tot 1966) en combineerde hij dit met het voorzitterschap van NUFFIC. Onder zijn leiding groeide het instituut uit tot een vooraanstaand postacademisch centrum voor ontwikkelingsstudies.
Hij werd in 1956 ook voorzitter van de NOVIB en bleef actief in internationale kerkelijke en ontwikkelingsorganisaties. In 1961 publiceerde hij Man in Rapid Social Change voor de Wereldraad van Kerken. In dat jaar trad hij ook af als voorzitter van de NOVIB.
Na zijn rectoraat van het ISS vertrok hij in 1966 naar de Verenigde Staten, waar hij hoogleraar International Development werd aan de Universiteit van Pittsburgh. Hij bleef tot op hoge leeftijd actief.
Publicaties (selectie) Landbouw en welvaart in het regentschap Pasoeroean (proefschrift, 1931) De aarde betaalt. De rijkdommen der aarde en hun betekenis voor wereldhuishouding en politiek (1948) Man in Rapid Social Change (1961)
Daarnaast publiceerde hij talrijke artikelen in Landbouw, De Stuw en internationale tijdschriften over landbouweconomie, technische hulp en sociale verandering.
Persoonlijk leven De Vries was twee keer getrouwd: eerst met Tine Berg (overleden 1945), later met Lexie Zweede-Duvekot. Hij had vier biologische kinderen en drie stiefkinderen. Zijn christelijke geloof vormde een rode draad in zijn leven en werk.
Nalatenschap De Vries wordt herinnerd als pionier van de Nederlandse ontwikkelingshulp en als grondlegger van het ISS. Het instituut kende hem in 1966 een fellowship toe. Zijn werk combineerde wetenschappelijke analyse met een ethische, christelijk geïnspireerde visie op rentmeesterschap en internationale solidariteit.
Bronnen Van den Doel, Wim. Opheffers. Nederlanders en het ontwikkelen van de wereld, 1945-1963. [Prometheus, Amsterdam], 2025. (biografische passages over Egbert de Vries)
Externe links Rectors bij het International Institute of Social Studies
Categorie:Nederlands econoom Categorie:Nederlands hoogleraar