Het koorboek van Maximiliaan I en Bianca Maria Sforza (Österreichische Nationalbibliothek, Musiksammlung, MS MUS. 15495) is een muziekhandschrift dat vervaardigd werd in het atelier van Petrus Alamire. Het is een van de dertien muziekhandschriften uit dit atelier dat door deze bibliotheek bewaard wordt. Het handschrift bevat zeven missen. Het zijn composities van Jacob Obrecht, Josquin des Prez, Loyset Compère, Pierrequin de Thérache, Antoine Bruhier en Antoine de Févin.

Het jaar of jaren waarin het handschrift werd vervaardigd is niet bekend. Het moet echter tussen het tijdstip liggen dat Maximiliaan tot keizer werd gekroond en het tijdstip dat zijn echtgenote Bianca Maria Sforza overleed. Dat is de periode 1508- 31 december 1511. Er is een betaalbewijs uit 1511 voor twee handschriften waarin sprake is van twee handschriften die besteld zouden zijn door keizer Maximiliaan I. In dat betaalbewijs wordt vermeld dat de keizer een van die handschriften bezit en het tweede als nieuwsjaargeschenk aan zijn dochter Margaretha van Oostenrijk heeft gegeven. Er is tevens een brief van Margaretha aan haar vader van maart 1511 bewaard gebleven met de mededeling dat Petrus Alamire binnenkort naar Oostenrijk zal vertrekken om hem het bestelde handschrift te overhandigen. Het handschrift dat het geschenk voor Margaretha was staat nu bekend als het koorboek voor Catharina van Oostenrijk. Het handschrift dat Petrus Alamire kwam brengen is het koorboek van Maximiliaan I en Bianca Maria Sforza. Het is het enige handschrift dat door Maximiliaan is besteld bij Petrus Alamire waarvan zeker is dat het hem heeft bereikt.

Het handschrift heeft als opening een miniatuur van Gerard Horenbout. Hij was de favoriete miniaturist van Margaretha van Oostenrijk en schilderde miniaturen in meerdere handschriften van Petrus Alamire, zoals het Mechelse koorboek, het Groot liedboek van Margaretha van Oostenrijk en het koorboek voor Catharina van Oostenrijk. Ook het onvoltooide Sforza-getijdenboek dat Bianca Maria Sforza nog voor haar huwelijk met Maximiliaan had besteld werd tussen 1517 en 1520 in opdracht van Margaretha door hem verder verluchtigd.

Dit handschrift werd met enkele andere handschriften van Alamire, het koorboek van Ulrich Pfintzing en het koorboek voor aartshertog Karel, in de bibliotheek van Maximiliaan in Innsbruck bewaard. Ook tijdens de periodes van de keizers Karel V en Ferdinand I bleef deze bibliotheek in Innsbruck. Na het overlijden van Ferdinand I kwam deze bibliotheek in het bezit van Ferdinand II van Tirol. Na het overlijden van Philippine Welser met wie hij een morganatisch huwelijk had werd de bibliotheek verhuisd naar Schloss Ambras. In 1665 stierf de Tiroolse linie van de Habsburgers uit. Alle bezittingen van de linie vervielen aan keizer Leopold I. De bibliotheek wordt opnieuw verhuisd en nu naar Wenen. De drie handschriften van Alamire werden echter opzettelijk achter gehouden. Deze bleven tot begin negentiende eeuw in Schloss Ambras voordat ze naar Wenen verhuisden. Vanaf 1890 werden de handschriften bewaard in het Kunsthistorisches Museum. In 1936 ging een groot deel van de voormalige bibliotheek van Schloss Ambras waaronder deze drie handschriften van Alamire deel uitmaken van de collectie van de Nationalbibliotheek. Zie ook De overige handschriften van Petrus Alamire in de Österreichische Nationalbibliothek zijn Koorboek voor Emanuel I van Portugal en Maria van Aragón Koorboek voor aartshertog Karel Koorboek van Ulrich Pfintzing Koorboeken van Raimund Fugger. Negen handschriften

Voor alle 51 bewaarde handschriften van Alamire Lijst van muziekhandschriften van Petrus Alamire

Categorie:16e-eeuws boek Categorie:Verlucht handschrift