thumb|Verlengde Rozengracht met links Molen de Victor en midden de brandweerkazerne (circa 1896) Rozengracht 238 te Amsterdam is een gebouw aan de Rozengracht in Amsterdam-Centrum. Het is het gebouw met het hoogste even huisnummer aan die straat.
Achtergrond Die Rozengracht was eeuwenlang een gracht die de Jordaan doorsneed. De gracht werd in 1889/1890 gedempt vanwege onhygiënische toestanden en werd sindsdien een steeds belangrijker wordende radiaalverbinding naar Amsterdam Oud-West en verder. Aan overzijde stond tijdens de bouw nog Molen de Victor; ze zijn samen nog op een foto gevat, voordat de molen in 1897 werd afgebroken. In de 21e eeuw vormt de straat op de gedempte gracht onderdeel van de Oranje Loper, aanduiding van de verbinding tussen Amsterdam-Centrum en Amsterdam Nieuw-West.
Gebouw Rozengracht 238 heeft nooit aan een gracht gestaan. Toen het vanaf oktober 1893 gebouwd werd, was de gracht al gedempt. In februari 1894 kon men “onder de kap” bouwen. Op de begane grond was er de remise met daarachter de paardenstal; op de etage de wachtruimte, slaapkamer en een bergplaats.
Amsterdam maakte in die jaren de verbinding van de 19e eeuwse wijken (Oud-West) en daardoor kwam er behoefte aan een brandweerkazerne aan het westelijke punt. Het gebouwtje stond een tijdje vrijstaand op een lang eiland dat ligt tussen de Lijnbaansgracht en Singelgracht. Het gebouw werd neergezet op een onmogelijk stukje. Het perceel trekt loodrecht vanaf de Rozengracht het terrein in, daar waar een bocht in de Singelgracht verdere bebouwing onmogelijk maakt. Het geeft een aanblik van twee bouwlagen met de zolder, waarbij de gevels zijn opgetrokken uit rood verblendsteen. Karakteristiek zijn de dubbele vensterbogen, naast de ontspanningsbogen volgen parallel daarvan bogen van grijsgroen verblendsteen met boven de toegangspoort ook een natuurstenen sluitsteen. Die afwijkende kleurstelling is ook terug te vinden in lijsten. Opvallend is het afwijkend metselverband tussen begane grond en eerste verdieping (althans de glaspartij). De oorspronkelijke bestemming is nog terug te zien in de grote dubbele toegangsdeur waardoor de spuitwagen in en uit moest rijden. De afsluiting daarvan bestaat uit siersnijhoutwerk. In de strook met afwijkend metselverband is gekanteld het wapen van Amsterdam zichtbaar. Niet zichtbaar zijn de gekantelde balustrade bij het dakterras, de achterbouw van slechts een bouwlaag. Haast lux uitgevoerd zijn de dakkapellen met pirons.
Het gebouw werd ontworpen door de Dienst Publieke Werken, dat als collectief werkte. De architect achter het gebouw was niet meer te achterhalen toen het tot gemeentelijk monument werd verklaard. Men vermoedde toen dat de assistent-stadsarchitect Willem Springer er aan heeft gewerkt dan wel Hendrik Leguyt. Met name Leguyt maakt kans, want die leverde later soortgelijke brandweerkazernes op aan de Honthorststraat (25-27) en Haarlemmerplein 48. De gemeente vond reden tot het verklaren tot monument in de typologie van het gebouw, waarbij de originele bestemming nog duidelijk terug te vinden is. Ook werd als reden gegeven dat het gebouw binnen de eclectische bouwstijl toch wel afwijkend is. Het gebouw werd ook beschreven als onderdeel van de toegang tot Amsterdam-Centrum.
De naastgelegen brug over de Singelgracht brug 167 Rijckerbrug werd in 1927 vernieuwd onder architectuur van Piet Kramer. In 1932 werd de noordoostelijke borstwering daarvan voorzien van een beeld met brandweerman en draak van Frans Werner.
Het gebouw werd al snel een gebouwtje. Het buurpand uit 1894 (gevelsteen) steekt ruim boven de kazerne uit. Dat heeft een pakhuisachtig uitstraling en onder de zolder vijf woonetages. Als brandweerkazerne valt het in het niet bij een uit 1983 stammende brandweerkazerne om de hoek geplaatst.
Categorie:Bouwwerk in Amsterdam-Centrum Categorie:Gemeentelijk monument in Amsterdam