Murk Boerstra (Sneek, 28 november 1883 – Den Haag, 9 mei 1953) was een Nederlands luitenant-generaal der artillerie en commandant van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger.
Biografie Boerstra werd geboren in Sneek en volgde middelbaar onderwijs aan de HBS in Amsterdam en ’s-Hertogenbosch. Vervolgens bezocht hij de Cadettenschool in Alkmaar en studeerde hij aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda, die hij verliet met de rang van tweede luitenant der artillerie.
In 1905 werd Boerstra geplaatst bij een bergbatterij in Soerabaja. Een jaar later nam hij deel aan een militaire expeditie naar Bali. Tijdens krijgsverrichtingen op Celebes onderscheidde hij zich, wat bijdroeg aan zijn bevordering tot eerste luitenant.
In 1910 werd hij benoemd tot leraar in de artilleriewetenschappen aan de Koninklijke Militaire Academie. Drie jaar later werd hij toegelaten tot de Hogere Krijgsschool. Tijdens de mobilisatie in de Eerste Wereldoorlog werd hij ingedeeld bij de Etappeninspectie en in 1917 benoemd tot chef van de staf van deze dienst.
In 1919 keerde hij als kapitein terug naar Nederlands-Indië, waar hij functies vervulde bij de Generale Staf en de Topografische Dienst. In 1920 werd hij militair attaché bij het Nederlandse gezantschap in Tokio, een functie die hij tot 1922 bekleedde. Later volgden detacheringen, onder meer bij een militaire missie in Indo-China.
In 1926 werd Boerstra bevorderd tot majoor en ingedeeld bij de artillerie. Na verdere stafdiensten werd hij bevorderd tot luitenant-kolonel en vervolgens tot kolonel (1931). In 1932 werd hij benoemd tot chef van de generale staf in Nederlands-Indië, evenals inspecteur van de militaire luchtvaart. In datzelfde jaar volgde zijn bevordering tot generaal-majoor.
Op 23 juli 1935 aanvaardde Boerstra, inmiddels luitenant-generaal, het bevel over het KNIL als commandant van het leger. Tevens werd hij hoofd van het Departement van Oorlog in Nederlands-Indië en voorzitter van de staatsmobilisatieraad.
Naast zijn militaire functies was hij lid van verschillende commissies, waaronder commissies voor de voorbereiding van wetgeving inzake de staat van oorlog en beleg, salarisherziening en de herziening van maritieme middelen (commissie-Kan). Ook was hij betrokken bij maatschappelijke organisaties, waaronder als voorzitter van de afdeling Nederlands-Indië van het Generaal van Heutsz-fonds.
Op zijn verzoek werd hem in 1939 eervol ontslag verleend.
Activiteiten tijdens de Tweede Wereldoorlog Na de Duitse bezetting van Nederland in 1940 werd Boerstra betrokken bij pogingen van Nederlandse bestuurlijke autoriteiten om de verhoudingen met Duitsland te beïnvloeden. In de zomer van dat jaar werd hij, samen met de oud-ondernemer mr. W.G.F. Jongejan, door de Nederlandse secretarissen-generaal naar Batavia gezonden. Deze missie stond in verband met de internering van Duitsers in Nederlands-Indië en had tot doel de maatregelen van het Indische gouvernement te verzachten, mede om de Duitse bezettingsmacht gunstig te stemmen.
De gouverneur-generaal van Nederlands-Indië weigerde de delegatie echter te ontvangen en verleende hun geen toegang tot de archipel, waardoor de missie feitelijk mislukte.
Boerstra en Jongejan voerden in dit kader wel besprekingen met Nederlandse autoriteiten, binnen het beleidskader van de secretarissen-generaal, die er in de eerste fase van de bezetting rekening mee hielden dat Duitsland mogelijk als overwinnaar uit de oorlog zou komen. Deze inspanningen leidden echter niet tot de vrijlating van Duitse geïnterneerden in Nederlands-Indië, mede door verdeeldheid binnen de Nederlandse regering in ballingschap in Londen.
Onderscheidingen
Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw (1933) Grootofficier in de Orde van Oranje-Nassau (1939) Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau (1938)
Categorie:Nederlands luitenant-generaal Categorie:Commandant van het KNIL