Adolphe Joseph de Roubaix (Doornik, 8 mei 1826 – Antwerpen, 25 augustus 1893) was een Belgisch industrieel die een belangrijke rol speelde in de vroege economische ontwikkeling van de Belgische koloniale activiteiten in de Congo-Vrijstaat.
Biografie Familie Adolphe de Roubaix was de zoon van Gilbert-Joseph de Roubaix en Joséphine-Cicercule Mouchon. Hij groeide op in een burgerlijk milieu en vestigde zich later in Antwerpen, waar hij zijn professionele carrière uitbouwde. Zijn woning werd een ontmoetingsplaats voor zakenpartners en koloniale ondernemers, onder wie Albert Thys, die er regelmatig te gast was en er steun vond voor zijn projecten.
Loopbaan In 1853, op 27-jarige leeftijd, richtte hij in Antwerpen samen met zijn schoonbroer, Henri Oedenkoven, burgemeester van Borgerhout, de Stéarinerie et fabrique de bougies de Roubaix, Oedenkoven & Cie op, een fabriek gespecialiseerd in de productie van stearine en kaarsen. Deze onderneming kende een stabiele ontwikkeling en bezorgde hem een stevige reputatie als bekwaam en voorzichtig industrieel. Hij bleef zijn hele leven nauw betrokken bij het bestuur en de leiding van het bedrijf.
In de jaren 1880, op latere leeftijd, verlegde de Roubaix zijn interesse naar internationale en koloniale economische projecten. De expedities van Henry Morton Stanley en de plannen van koning Leopold II voor de ontwikkeling van de Congo-Vrijstaat maakten diepe indruk op hem. Vooral de economische dimensie van deze onderneming trok zijn aandacht.
Via zijn contacten met Thys raakte hij actief betrokken bij koloniale initiatieven. Na de Conferentie van Berlijn (1884-1885), die een juridisch kader schiep voor private ondernemingen in Afrika, nam de Roubaix het initiatief om Belgische industriëlen en handelaars te verenigen. Dit leidde in 1885 tot de oprichting van het Syndicat de Matéba, waarvan hij voorzitter werd, dat als doel had de exploitatie van eilanden in de benedenloop van de Congostroom, met name het eiland Matéba.
De onderneming startte met landbouwexperimenten, waaronder de teelt van pinda’s, tabak, vanille en cacao. Deze pogingen bleken echter weinig succesvol door de ongeschikte bodemomstandigheden. Vervolgens verschoof de focus naar veeteelt, waarbij runderen werden ingevoerd uit onder meer Mossamedes en Madeira. Dit bleek succesvoller: tegen 1889 telde de veestapel ongeveer 500 dieren. Daarnaast werden palmbossen geëxploiteerd en werd in 1888 een palmoliefabriek opgericht in Siccia. Ook handelsactiviteiten met lokale bevolking maakten deel uit van de bedrijfsvoering.
In 1889 werd het syndicaat omgevormd tot de Société de Matéba, een naamloze vennootschap waarin de Roubaix samen met onder anderen Léopold Cateaux en Jacques Osterrieth als bestuurder optrad. De onderneming werd later geïntegreerd in grotere koloniale structuren.
Parallel hiermee speelde de Roubaix een sleutelrol in de oprichting van de Compagnie du Congo pour le commerce et l'industrie (C.C.C.I.) in 1886, samen met Thys en Jules Urban. Hij werd aangesteld als bestuurder en later, in 1891, als vicevoorzitter. De C.C.C.I. sloot in 1887 een overeenkomst met de Congo-Vrijstaat voor de studie en aanleg van een spoorlijn tussen Bas-Congo en het Stanley Pool. Dit project, dat cruciaal was voor de economische ontsluiting van het binnenland, kende aanvankelijk grote financiële moeilijkheden. De Roubaix speelde een actieve rol in het overtuigen van investeerders en het bijeenbrengen van kapitaal, wat uiteindelijk leidde tot de oprichting van de Compagnie du chemin de fer du Congo, waarvan hij bestuurder werd.
Naast zijn financiële en bestuurlijke activiteiten hechtte de Roubaix belang aan directe observatie. In 1889 ondernam hij, op 63-jarige leeftijd, een reis naar Afrika om de activiteiten op Matéba persoonlijk te inspecteren. Hij vertrok vanuit Lissabon en keerde enkele maanden later terug naar Antwerpen.
Verder was hij betrokken bij de oprichting van de Compagnie des produits du Congo (1889), waarvan hij vicevoorzitter werd, en bij de oprichting van de Cercle Africain in 1890, een vereniging die zich richtte op de promotie van koloniale belangen en netwerking tussen betrokken ondernemers en bestuurders.
Literatuur M. VAN DE PUTTE, 'Adolphe de Roubaix', in Biographie coloniale belge, vol. 1, Brussel, Institut royal colonial belge, 1948, 804-807.
Categorie:Belgisch industrieel Categorie:Persoon in de Onafhankelijke Congostaat