De pausverkiezing van 1159 vond plaats van 4 tot 7 september 1159, een aantal dagen na het overlijden van paus Adrianus IV, in de Oude Sint-Pietersbasiliek te Rome. De verkiezing leidde tot een van de meest ingrijpende schisma's in de middeleeuwse kerkgeschiedenis. Een meerderheid van de kardinalen koos Rolando Bandinelli als paus Alexander III, terwijl een minderheid Ottaviano de Monticelli tot Victor IV uitriep. Het daaropvolgende schisma duurde bijna twintig jaar en had grote gevolgen voor het canoniek recht en de Europese middeleeuwse politiek.
Deze pausverkiezing was sensu stricto nog geen conclaaf, omdat de kardinalen niet werden opgesloten.
Achtergrond De verkiezing volgde kort op het overlijden van paus Adrianus IV op 1 september 1159. Diens pontificaat had de relaties tussen het pausdom, het Heilige Roomse Rijk en het Koninkrijk Sicilië op scherp gezet. De breuk tussen Adrianus IV en keizer Frederik I Barbarossa, vooral na het Verdrag van Benevento (1156), had het College van Kardinalen in twee kampen verdeeld: een pro‑Siciliaanse factie, die de koers van Adrianus IV wilde voortzetten een keizergezinde factie, die nauwere banden met Barbarossa nastreefde
Er waren ook een 10-tal neutrale kardinalen.
Verloop In september 1159 telde het College 31 kiesgerechtigde kardinalen, waarvan er 30 aan de verkiezing deelnamen. De kardinalen kwamen op 4 september bijeen in de Oude Sint-Pietersbasiliek. Beide facties stelden een eigen kandidaat voor; de Sicilianen verkozen Rolando Bandinelli, kanselier van de Heilige Roomse Kerk, terwijl de keizergezinden de voorkeur hadden voor Ottaviano de Monticelli, kardinaal‑priester van Sint-Cecilia. Drie dagen lang werd onderhandeld zonder resultaat. Op 7 september, de vierde dag van de verkiezing, verkreeg Rolando de steun van vrijwel alle Sicilianen, de neutralen en enkele keizergezinden. Hij werd uitgeroepen tot Alexander III, hoewel drie kardinalen zijn verkiezing weigerden te erkennen. Kort daarop escaleerde de situatie: Ottaviano rukte de pauselijke mantel van Alexander III af en gewapende aanhangers van Ottaviano drongen de basiliek binnen. Paus Alexander III vluchtte naar de citadel van Sint‑Pieter. In zijn afwezigheid riepen de overgebleven kardinalen Ottaviano uit tot Victor IV (victor is Latijn voor 'overwinnaar'), waarmee het schisma een feit werd.
Alexander III werd op 20 september 1159 gewijd in het kleine dorp Ninfa, nabij Velletri, net buiten Rome. Victor IV werd op 4 oktober 1159 gewijd in de abdij van Farfa (Fara in Sabina), onder bescherming van het keizerlijk leger. Beide pausen excommuniceerden elkaar en stuurden gezanten door Europa om steun te verwerven.
Nasleep Victor IV wist met zijn leger Rome in handen te krijgen, waardoor Alexander III zich gedwongen zag de wijk te nemen naar Frankrijk. Toch lukte het Victor niet buiten de gebieden waar Frederik I heerste erkenning voor zijn pontificaat te krijgen.
Met de dood van Victor in 1164 werd het schisma niet beëindigd. De keizerlijke partij bleef zich tegen Alexander III verzetten en koos Paschalis III tot Victors opvolger. Tijdens zijn pontificaat wist Paschalis III de controle over Rome te behouden, waardoor Alexander III gedwongen was in Frankrijk in ballingschap te blijven. Paschalis III stierf in 1168 in Rome aan kanker. Paschalis' aanhangers kozen Johannes van Struma (die de naam Calixtus III aannam) als zijn opvolger.
Pas in 1177 werd de eenheid hersteld, toen keizer Frederik I zich met Alexander III verzoende en Calixtus III zijn aanspraken opgaf. Na het aftreden van Calixtus III was het kerkelijk schisma echter nog niet voorbij. Kardinalen die Alexander III niet als paus erkenden, kozen Lando van Sezze (Innocentius III) als hun paus. Ten gevolgde van de loyaliteit van keizer Frederik I ten aanzien van Alexander III was de invloed van Innocentius III zeer gering. In 1180 wist Alexander III enkele aanhangers van Innocentius III om te kopen. Na diens overlijden in 1180 legden Innocentius' aanhangers zich bij de situatie neer: zij kozen geen nieuwe tegenpaus tegenover Alexander III. Hiermee kwam een einde aan het kerkelijk schisma dat in 1159 begonnen was.
De crisis toonde aan dat de vereiste van unanimiteit onhoudbaar was. Het Derde Lateraans Concilie (1179) voerde daarom de regel in dat een paus voortaan zou gekozen worden met een tweederdemeerderheid van de kardinalen.
1159 Categorie:Christendom in de middeleeuwen Categorie:1150-1159