Het Beleg van Vysjhorod vond eind 1173 plaats, tijdens de successiecrisis van 1171–1173 in het Kyivse Rijk.
Vorst Andrej Bogoljoebski van Vladimir-Soezdal stuurde een nieuw groot coalitieleger tegen de rijkshoofdstad Kyiv. Na de verovering en plundering van Kyiv in maart 1169 door een eerdere coalitie die door Andrej was samengesteld, was zijn broer Gleb van Perejaslavl aangesteld als de nieuwe grootvorst, maar hij stierf in januari 1171 onder verdachte omstandigheden. Daarna regeerden er achtereenvolgens verschillende vorsten in Kyiv, waarbij Andrej er meestal in slaagde zijn favoriete kandidaten op de troon te zetten. In april 1172 werd zijn broer Vsevolod het Grote Nest echter de stad uitgejaagd door de Rostislavytsji van Smolensk, die Rjoerik Rostislavytsj inhuldigden als grootvorst van Kyiv. Andrej was hierover zeer misnoegd en dus stelde hij onder leiding van zijn zoon Joeri een nieuw coalitieleger samen om zijn wil militair aan Kyiv op te dringen.
Het coalitieleger, bestaande uit de Joerjevitsji vorsten van Soezdalië, de Republiek Novgorod, Olhovytsji van het vorstendom Tsjernihiv en diverse vorsten uit het huidige Belarus, naderde Kyiv door vanuit het noordoosten de Dnipro over te steken, waar een veldslag plaatsvond, de onbesliste Slag bij Vysjhorod. De verdedigende inwoners van Kyiv en de Rostislavytsji trokken zich vervolgens terug in de middeleeuwse heuvelvesting Vysjhorod, die door de coalitietroepen werd belegerd. Versterkingen van de Izjaslavitsji uit Wolynië ontzetten hen en brachten de noordelijke coalitie een verpletterende nederlaag toe, waarna deze uit elkaar viel. Het conflict zorgde voor een nieuw machtsevenwicht en maakte definitief een einde aan de kortstondige hegemonie van Andrej over Kyiv (maart 1169 – januari 1171). Andrej werd het jaar daarop door zijn eigen hovelingen vermoord.
Achtergrond Opkomst van Andrej Na de dood van Joeri Dolgoroeki in 1157 verdreef Andrej Bogoljoebski zijn jongere broers Michalko Joerjevitsj en Vsevolod "het Grote Nest" uit Rostov en Soezdal in 1162, waardoor hij het erfgoed van zijn vader in Vladimir-Soezdal verenigde onder zijn alleenheerschappij (samovlastets). Hij verbande zijn vier broers naar het Byzantijnse Rijk, samen met hun moeder, de tweede vrouw van Joeri. Hij maakte de stad Vladimir aan de Kljazma zijn hoofdstad, die hij versterkte, verfraaide en uitbreidde, terwijl hij zijn intrek nam in een kasteel in het nabijgelegen dorp Bogoljoebovo; vandaar zijn bijnaam "Bogoljoebski". Hij deed ook verschillende pogingen om de Republiek Novgorod onder zijn heerschappij te brengen (maar hij zou in 1169/70 worden verslagen tijdens het beleg van Novgorod). In 1164 probeerde hij tevergeefs een kerkelijke metropolis voor Soezdalië op te richten, los van Kyiv, maar zijn voorstel werd door de patriarch van Constantinopel verworpen.
Kyivse successiecrisis 1167–1169
De jarenlange rivaliteit tussen Andrej en zijn neven van de Mstislavytsji bereikte een hoogtepunt toen Mstislav II Izjaslavytsj, de zoon van Izjaslav Mstislavytsj – de aartsvijand van zijn vader Joeri van Soezdalië – tot vorst van Kyiv werd gekozen. Tegelijkertijd zette de vetsje van Novgorod vorst Svjatoslav Rostislavitsj af, die zich tot Andrej wendde voor hulp. De Novgoroders, op hun beurt, sloten een bondgenootschap met Mstislav II. Dit was het begin van een bloedige onderlinge familiestrijd. De vorsten van Moerom, Rjazan, Smolensk, Polatsk, Novhorod-Siversky, Tsjernihiv en Dorohoboezj kozen de kant van Andrej. Hun coalitieleger belegerde, veroverde en plunderde Kyiv in 1169.Н. И. Костомаров Андрей Боголюбский//Русская история в жизнеописаниях её главнейших деятелей — Вып.1
Andrej Bogoljoebski, die zelf niet bij de plundering aanwezig was, had bevolen dat zijn broer Gleb Joerjevitsj van Perejaslavl op de Kyivse troon zou worden gezet. Sommige wetenschappers hebben deze gebeurtenissen traditioneel geïnterpreteerd als dat Andrej een zwakke marionet in Kyiv aan de macht bracht en de stad tot vazal van Vladimir-Soezdal maakte. Andere wetenschappers merkten op dat Gleb, als vorst van Perejaslavl, de troonopvolger van Kyiv was en tevens de oudste prins van het huis Joerjevitsji, waardoor de lijn van de troonopvolging op basis van agnatische senioriteit werd hersteld, die door Mstislav II Izjaslavytsj was verstoord. Andrej's verdere pogingen om zijn invloed in Roes' te vergroten mislukten echter: in 1170 werden zijn troepen tijdens het Beleg van Novgorod verslagen door de jonge vorst Roman "de Grote" (een zoon van Mstislav II).
Kyivse successiecrisis 1171–1173 Niettemin behield Andrej aanzienlijke macht en invloed binnen het rijk, waardoor hij enkele van zijn bondgenoten op verschillende vorstelijke tronen in steden van Roes' kon plaatsen. In 1171 (20 januari 1171 volgens Jaroslaw Pelenski) overleed Gleb, waarschijnlijk als gevolg van vergiftiging, waardoor er opnieuw een troonopvolgingscrisis ontstond rond de Kyivse troon. Op uitnodiging van de jongere Rostislavytsji van Smolensk vestigde Volodimer III Mstislavytsj (de jongste zoon van Mstislav I) zich in Kyiv, maar stierf kort daarna. Andrej droeg Kyiv vervolgens over aan de oudste Rostislavitsj, Roman Rostislavitsj, in juli 1171. Maar enige tijd later ontstond er een conflict tussen hen en moest Roman terugkeren naar Smolensk. Andrej stuurde vervolgens zijn broer Michalko Joerjevitsj naar Kyiv, maar deze wilde niet naar het land van de Roes' (de streek rondom Kyiv) gaan en stuurde in plaats daarvan zijn broer Vsevolod "het Grote Nest" en neef Jaropolk Rostislavitsj. Vsevolod regeerde 5 weken in Kyiv, maar een coalitie van de afgezette Rostislavitsji van Smolensk en Wolyniërs heroverde op 1 april 1172 Kyiv. Vsevolod werd gevangengezet door Davyd Rostislavitsj, terwijl zijn broer Rjoerik Rostislavitsj de nieuwe grootvorst werd. Zo greep de jongere generatie opnieuw de macht, tot grote ergernis van de oudere vorsten, waaronder Andrej. Toen Andrej hiervan hoorde, gaf hij de Rostislavitsji het bevel het land van de Roes' te verlaten en terug te keren naar Smolensk. Ze weigerden echter en knipten de baard van de ambassadeur af, wat leidde tot het uitbreken van vijandelijkheden. De vorsten van de oudere tak vormden een nieuwe coalitie onder leiding van Andrej en trokken op naar Kyiv.
Veldtocht naar Kyiv 1173 Analyse van bewaard gebleven bronnen In Deel 2 van zijn Geschiedenis van Oekraïne-Roes (1899) heeft de Oekraïense historicus Mychajlo Hroesjevsky de gebeurtenissen van de veldtocht naar Kyiv in 1173 in de Kyivse Kroniek voorlopig gereconstrueerd, waarbij hij opmerkte dat deze 'een epische toon en een pompeuze, retorische stijl' had. De Poolse historicus Jaroslaw Pelenski stelde in 1988 vast dat de troonopvolgingscrisis in Kyiv van 1171–1173 en de veeldtocht naar Kyiv van 1173 'zijn beschreven in drie onderling verwante vertellingen die zijn opgenomen in de Kyivse Kroniek: Het Begin van de regeerperiode van Volodimer in Kyiv (kolommen 566–68); Het Begin van de regeerperiode van Roman Rostislavitsj in Kyiv (kolommen 568–72); De ongetitelde skazanie over de Kyivse veldtocht van 1173, de meest uitgebreide van de drie (kolommen 572–78).'
Pelenski merkte op dat de Kyivse skazanie ('vertelling') zeer partijdig is, Andrej Bogoljoebski op religieus-ideologisch vlak scherp bekritiseert, onder meer met Bijbelcitaten, omdat hij onder invloed zou staan van de duivel, zich schuldig zou maken aan de hoofdzonde van trots, hoogmoed, ijdelheid en hovaardigheid, waarvoor God hem naar verluidt met een vernederende nederlaag heeft gestraft.
Ter vergelijking heeft de Soezdalse Kroniek erg weinig te zeggen, zich beperkend tot een paar zinnen in een halve kolom. Enerzijds hadden de redacteur(en) van de Kyivse Kroniek er blijkbaar geen moeite mee om ideologisch tegenstrijdige verhalen in hun compilatie op te nemen – waarbij de plundering van Kyiv in 1169, op bevel van Andrej, werd toegeschreven aan de eigen "zonden" van de inwoners van de stad, en de vroomheid van Andrej verheerlijkend na zijn moord in 1174, maar hem fel hekelend vanwege zijn Kyivse veldtocht in 1173 en de belegering van Vysjhorod – zolang het maar een volledig overzicht van de geschiedenis van het hele Kyivse Rijk bood. Anderzijds stelde Pelenski dat de samenstellers van de Soezdalse Kroniek veel selectiever te werk gingen; zij beperkten zich doorgaans tot gebeurtenissen die betrekking hadden op Vladimir-Soezdal en gaven deze waar nodig een eigen politieke en ideologische draai.
De Novgorodse Eerste Kroniek (NPL) bevat een nog korter verslag dan de Soezdalse Kroniek. De enige belangrijke verschillen zijn onder meer dat, volgens de NPL, de coalitietroepen – die uitsluitend uit inwoners van Novgorod en Rostov bestond, en waarin alleen Andrej's zoon Joeri, de toenmalige vorst van Novgorod – Vysjhorod zeven weken belegerd zouden hebben in plaats van negen, en dat de Novgorodse troepen 'allemaal welbehouden terugkeerden naar Novgorod', blijkbaar zonder zware verliezen te hebben geleden en zonder iets te zeggen over een eventuele nederlaag.
Slagorde
De Kyivse en Soezdalse kronieken zijn het erover eens dat het coalitieleger van Andrej uit ten minste twintig vorsten bestond, onder leiding van zijn zoon Joeri Bogoljoebski en woiwode Boris Zjidislavitsj. Het Soezdalse verslag vermeldt specifiek de deelname van inwoners van Novgorod, Rostov en Soezdal; de Novgorodse Eerste alleen Novgorod en Rostov. Het veel gedetailleerdere verslag in de Kyivse Kroniek noemt 'troepen uit Rostov, Soezdal', Vladimir, Perejaslavl', Beloozero (Belozersk), Moerom, Novgorod en Rjazan'. En toen hij ze telde, ontdekte [Andrej] dat het er vijftigduizend waren', een getal dat Pelenksi 'klaarblijkelijk opgeblazen' vond en Raffensperger & Ostrowski (2023) "duidelijk een typische overdrijving" noemden.
De Kyivse Kroniek vertelt verder dat het coalitieleger vanuit Soezdalië opmars maakte en langs Smolensk trok. Aldaar werd zijn vorst Roman Rostislavitsj 'gedwongen zijn zoon met de strijders van Smolensk tegen hun broers te sturen, omdat hij zijn plannen niet aan [Andrej] wilde onthullen, aangezien hij toen onder Andrej's gezag stond.' Roman was volgens de kroniek dus van plan om Andrej in de steek te laten, maar moest voorlopig nog het spelletje meespelen. Vervolgens zou Andrej dezelfde opdracht hebben gegeven aan de vorsten van Polatsk (of de Polovtsi) en de vorsten van Toeraw, Pinsk en Goroden (of Gorodets) om ook mee te gaan. Nadat ze langs de Olhovytsji waren getrokken (waarschijnlijk bij Tsjernihiv), sloegen ze de handen ineen en trokken ze allemaal naar Kyiv, waarbij ze de rivier de Dnipro overstaken.
De situatie voor Kyiv was kritiek. Zowel de Kyivse als de Soezdalse Kroniek vermeldt dat, toen bekend werd dat het vijandelijke leger Kyiv naderde, Mstislav besloot de hoofdstad niet te verdedigen, maar dat de vorstelijke troepen zich in plaats daarvan in naburige steden en dorpen dienden te verschansen. Rjoerik legerde zich in Belgorod (heden Bilhorod Kyivsky), Mstislav Rostislavitsj in Vysjhorod en David ging naar Galicië (heden Halytsj) om hulp te vragen aan 'Jaroslav', hoewel het onduidelijk is om welke Jaroslav het gaat, en ook of zijn beroep succesvol was of niet. De Novgorodse Eerste Kroniek bevestigt kort dat de troepen van Novgorod en Rostov de Rostislavitsji uit Kyiv verdreven en dat er daarna een belegering van Vysjhorod plaatsvond.
Belegering van Vysjhorod De Kyivse Kroniek gaat uitgebreid in op de gevechtshandelingen, waarin wordt vermeld dat er, zodra de coalitietroepen in Vysjhorod waren aangekomen, op 8 september een hevige veldslag plaatsvond met de Rostislavitsji en Kyivse troepen.