Amsterdamse korstjes of korstjes zijn compacte, kruidige koeken die verwant zijn aan taaitaai, maar zachter zijn. Ze hebben een relatief lange houdbaarheid en worden gemaakt met honing, roggebloem en specerijen zoals anijs.
Geschiedenis Amsterdamse korstjes waren in de 18e en 19e eeuw een bekend lokaal gebak in Amsterdam. Ze maken deel uit van een bredere Nederlandse traditie van kruidige koeksoorten. In de vroege 20e eeuw nam de populariteit van het korstje af. In 1934 organiseerden Amsterdamse bakkers een wedstrijd om een nieuw stadskoekje te ontwikkelen, wat leidde tot de introductie van de Amsterdamse koggetjes als moderner alternatief.
Korstjes werden traditioneel geconsumeerd in winterse omstandigheden en waren verbonden met het schaatsen op natuurijs. Een vroege vermelding uit 1847 beschrijft de consumptie van chocolademelk en korstjes op het ijs als typisch Amsterdams. Ook in latere beschrijvingen wordt het gebak geassocieerd met schaatscultuur en warme dranken. In die hoedanigheid worden ze ook genoemd in A Day on Skates: The Story of a Dutch Picnic, een Engelstalig kinderboek uit 1934 van Hilda van Stockum.
Korstjes zijn nog steeds een bekende lekkernij in Noord-Holland en Texel.
Zie ook Nederlandse keuken
Bronnen
Categorie:Nederlandse keuken Categorie:Koek