Jacques-Herman Marischal (Marilles, 6 maart 1765 – Bossut-Gottechain, 21 april 1825) was een Zuid-Nederlands jurist en grootgrondbezitter.
Biografie Jacques-Herman Marischal was een zoon van Jean-Michel Marischal, pachter van de grootste hoeve in Marilles en hoofd van de schepenbank aldaar, in dienst van baron Louis-Hyacinthe Blondel de Drouet. Dankzij deze positie kon hij zijn zoon rechten laten studeren aan de Universiteit van Leuven.
Na zijn studies vestigde Marischal zich als advocaat in Brussel. Tijdens de Franse annexatie van de Zuidelijke Nederlanden werd hij in 1795 benoemd tot rechter bij de burgerlijke rechtbank van het Dijledepartement. Hij weigerde deze functie en verkoos zijn praktijk als advocaat voort te zetten. In tegenstelling tot veel collega's bleef hij actief pleiten voor de nieuwe rechtbanken, ook in zaken waarbij zowel voormalige aristocraten als geestelijken betrokken waren.
In 1797 werd Marischal verkozen tot kiezer van het kanton Brussel. Kort daarna werd hij aangesteld als bestuurder van het Dijledepartement. Deze functie gaf hem toegang tot het departementale bestuur en invloed op administratieve beslissingen. Zijn mandaat kende echter beperkingen: hij toonde weinig inzet voor het dagelijkse bestuur en werd na de staatsgreep van 4 september 1797 uit zijn functie ontheven, mede vanwege zijn gematigde politieke houding en zijn clientèle uit conservatieve kringen.
Ondanks zijn verwijdering uit het bestuur bleef Marischal actief in gerechtelijke functies: Assessor bij de vrederechter van de 7e sectie van Brussel, plaatsvervangend rechter bij de strafrechtbank van het Dijledepartement, lid van het kiescollege van het Dijledepartement.
Hij bleef als plaatsvervangend rechter in functie tot de afschaffing van deze rechtbank in 1811. Zijn aanwezigheid en inzet werden echter regelmatig bekritiseerd door zijn oversten, wegens zijn betrokkenheid bij privézaken en speculaties.
Naast zijn officiële functies ontwikkelde Marischal zich als investeerder in nationale goederen en als geldschieter. Patrimoine série (3/5)- « Au paradis perdu des abbesses autour de La Ramée dans l'est brabançon » Un circuit TEC au pays blanc Une opération satanique d'anticléricaux, Le Soir, 9 september 2004. Hij verwierf een aanzienlijk vermogen via vastgoedtransacties en kredietverlening. Zijn praktijken leverden hem de reputatie op van een van de belangrijkste geldschieters in Brussel, maar brachten ook kritiek en reputatieschade met zich mee. Volgens contemporaine bronnen werd hij in gerechtelijke kringen als weinig betrouwbaar beschouwd, wat zijn verdere benoeming tot hogere magistratuur belemmerde.
Na 1811 trok Marischal zich grotendeels terug uit het openbare leven en richtte hij zich op het beheer van zijn vermogen en landgoederen. Zo was hij eigenaar van het kasteel van Bacquelaine in Longueville. Incendie à Longueville : un corps découvert dans les ruines du château, TVcom, 17 juni 2025. Hij overleed in 1825 in Bossut-Gottechain, tijdens een verblijf bij kennissen.
Familie Marischal trouwde in 1793 in Marilles met Marie-Thérèse Quarmeau, afkomstig uit een lokaal notabele familie. Na haar overlijden hertrouwde hij in 1805 met Élisabeth-Josèphe Petit (1779-1871). Ze kregen een zoon, die jong overleed, en vijf dochters. Félicité Marischal (1808-1885), trouwde in 1827 in Brussel met Guillaume Van Volxem (1791-1868), advocaat, provincieraadslid van Brabant, volksvertegenwoordiger, burgemeester van Brussel en minister van Justitie. Ze kregen twee zoons, met afstammelingen tot heden. Henriette Marischal (1810-1875), trouwde in 1830 in Brussel met Abel Warocqué (1805-1864), industrieel en burgemeester van Morlanwelz. Ze kregen twee zoons, onder wie Arthur Warocqué, met afstammelingen tot heden. Mélanie Marischal (1816-1905), trouwde in 1839 in Brussel met Ferdinand Tiberghien (1806-1868), bankier en industrieel. Ze waren de ouders van Félix Tiberghien en de schoonouders van Édouard de Haussy, met afstammelingen tot heden.
Literatuur Jacques LOGIE, Les grand notables du premier empire dans le département de la Dyle, Brussel, Archives de la ville de Bruxelles, 2013, 201-205.
Categorie:Zuid-Nederlands jurist (voor 1830)