Tweede Kamerverkiezingen in het kiesdistrict 's-Gravenhage (1888-1897) geeft een overzicht van verkiezingen voor de Nederlandse Tweede Kamer in het kiesdistrict 's-Gravenhage in de periode 1888-1897.
Het kiesdistrict 's-Gravenhage was al ingesteld in 1850. Door een aanpassing van de Kieswet werd in 1888 het aantal afgevaardigden van het kiesdistrict 's-Gravenhage naar de Tweede Kamer verhoogd. Tot het kiesdistrict behoorde uitsluitend de gemeente 's-Gravenhage.
Het kiesdistrict 's-Gravenhage was in deze periode een meervoudigEen enkelvoudig district vaardigde per zittingsperiode één lid af naar de Tweede Kamer, een meervoudig kiesdistrict twee of meer leden. kiesdistrict: het vaardigde drie leden af naar de Tweede Kamer. Bij algemene verkiezingen (na ontbinding van de Tweede Kamer) bracht elke kiezer drie stemmen uit. Om in de eerste verkiezingsronde gekozen te worden moest een kandidaat minimaal de districtskiesdrempelDe districtskiesdrempel werd bepaald door de volgende formule: 50% van het aantal uitgebrachte geldige stemmen, gedeeld door het aantal in het district te verkiezen zetels. behalen; indien nodig werd een tweede ronde gehouden.
Legenda cursief: in de eerste verkiezingsronde geëindigd op de eerste of tweede plaats, en geplaatst voor de tweede ronde; vet: gekozen als lid van de Tweede Kamer.
6 maart 1888 De verkiezingen werden gehouden na vervroegde ontbinding van de Tweede Kamer.Bij de grondwetsherziening van 1887 was het aantal leden van de Tweede Kamer uitgebreid van een variabel aantal, afhankelijk van de bevolkingsomvang, naar een vast aantal van 100. Tegelijkertijd werd het aantal kiesdistricten uitgebreid.
6 maart 20 maartOmdat niet het vereiste aantal kandidaten er in de eerste ronde in slaagde de districtskiesdrempel te overschrijden, was een tweede verkiezingsronde nodig. Deze werd gehouden tussen de vier niet-direct gekozen kandidaten die in de eerste ronde de meeste stemmen behaald hadden. Kiesgerechtigden 7.591 7.591 Opkomst 6.245 6.517 Geldige stemmen Het Huygens Instituut vermeldt een ander aantal geldige stemmen, waardoor de kiesdrempel zou komen op 3.080. Dit kan niet correct zijn, omdat in dat geval Van Kempen in de eerste ronde zou zijn gekozen en er alleen een tweede ronde nodig zou zijn geweest tussen twee kandidaten voor de derde zetel. De kranten in deze periode vermelden echter een herstemming tussen vier kandidaten voor twee zetels. Daarom zijn de cijfers vermeld zoals gepubliceerd in de Twentsche Courant, 7 maart 1888.18.618 12.859 Blanco stemmen 164 137 Kiesdrempel 3.103 3.215 Kandidaten R.J. Schimmelpenninck 3.223 L.J.S. van Kempen 3.093 3.365 L.G. GreeveAftredend en herkiesbaar Tweede Kamerlid voor 's-Gravenhage. 3.077 3.266 L.P.M.H. Michiels van Verduynen 2.897 3.137 H.M.A. van der Goes van Dirxland 2.841 3.091 P.C. Evers 2.790 W.L.A. Gericke 278
29 oktober 1889 Lodewijk Greeve, gekozen bij de verkiezingen van 6 maart 1888, overleed op 1 oktober 1889. Om in de ontstane vacature te voorzien werd een naverkiezing gehouden.
29 oktober Kiesgerechtigden 7.872 Opkomst 5.439 Geldige stemmen 5.393 Blanco stemmen 37 Kandidaten H.D. Guyot 2.886 M.W. van Tour van Bellinchave 2.493
9 juni 1891 De verkiezingen werden gehouden na ontbinding van de Tweede Kamer.
9 juni Kiesgerechtigden 8.314 Opkomst 6.369 Geldige stemmen 18.861 Blanco stemmen 231 Kiesdrempel 3.144 Kandidaten J.F.W. Conrad 3.370 J.M. Pijnacker Hordijk 3.222 H.D. Guyot 3.220 R.J. Schimmelpenninck 2.958 L.J.S. van Kempen 2.800 C.A. Steger 2.421 W.F. Rochussen 574 A. van Assen 98
10 april 1894 De verkiezingen werden gehouden na vervroegde ontbinding van de Tweede Kamer.De Tweede Kamer was ontbonden nadat een conflict was ontstaan tussen de Kamer en de regering.
10 april Kiesgerechtigden 8.319 Opkomst 6.080 Geldige stemmen 18.072 Blanco stemmen 150 Kiesdrempel 3.012 Kandidaten J.F.W. Conrad 4.154 J.G. Gleichman 4.127 H.D. Guyot 4.108 J.M. Pijnacker Hordijk 1.915 J. Menno Huizinga 1.859 H. Goeman Borgesius 1.526 G. van der Jagt 362
11 mei 1894 Johan Gleichman was bij de verkiezingen van 10 april 1894 gekozen in drie kiesdistricten, Amsterdam, 's-Gravenhage en Rotterdam.Het was volgens de vigerende wetgeving geoorloofd zich in meer dan één kiesdistrict kandidaat te stellen. Als iemand in meerdere districten gekozen werd, diende hij vervolgens aan te geven voor welk district hij in de Tweede Kamer zitting wilde nemen; in het andere district c.q. de andere districten werd dan een naverkiezing gehouden. Hij opteerde voor Amsterdam, als gevolg waarvan in 's-Gravenhage een naverkiezing gehouden werd.
11 mei 25 meiOmdat geen van de kandidaten in de eerste ronde de absolute meerderheid van de uitgebrachte geldige stemmen behaalde, was een tweede verkiezingsronde nodig. Deze werd gehouden tussen de twee kandidaten die in de eerste ronde de meeste stemmen behaald hadden. Kiesgerechtigden 8.494 8.494 Opkomst 5.077 5.887 Geldige stemmen 5.042 5.841 Blanco stemmen 30 36 Kandidaten J.M. Pijnacker Hordijk 1.697 2.922 J.G.S. Bevers 2.094 2.911 A.J.W. van Roijen 1.242
Voortzetting Na de grondwetsherziening van 1887 werden de meervoudige kiesdistricten opgeheven.In vijf grote steden, waaronder 's-Gravenhage, werd dit eerst geëffectueerd in 1897. De gemeente 's-Gravenhage werd verdeeld over drie enkelvoudige kiesdistricten: 's-Gravenhage I, 's-Gravenhage II en 's-Gravenhage III.
Zie ook Tweede Kamerverkiezingen in het kiesdistrict 's-Gravenhage (1850-1888)
Tweede Kamerverkiezingen in het kiesdistrict 's-Gravenhage (1888-1897) Tweede Kamerverkiezingen in het kiesdistrict 's-Gravenhage (1888-1897) Gravenhage 1888