Een vrij bewijsstelsel is een leerstuk binnen het strafrecht. Binnen een vrij bewijsstelsel is de rechter vrij in zijn oordeelsvinding. Bewijs binnen de juridische procedure mag worden geleverd door allerlei middelen. In principe is elk bewijsmiddel toegestaan. Er vallen grofweg twee varianten te onderscheiden: de bloot-gemoedelijke overtuiging (conviction intime) en de beredeneerde overtuiging (conviction raissonnee). Bij de bloot-gemoedelijke overtuiging volstaat het als de rechter in gemoede overtuigd is van de schuld van verdachte. Er hoeven geen argumenten te worden gegeven ter onderbouwing van deze overtuiging. Bij de beredeneerde overtuiging is de rechter verplicht zijn overtuiging te motiveren in het vonnis aan de hand van argumenten. Deze argumenten zijn niet gebonden aan wettelijke regels, maar wel aan de rede.
Bovendien kan er nog een tweedeling gemaakt worden tussen de vrije bewijsstelsels en de wettelijke bewijsstelsels. Kenmerkend voor de wettelijke bewijsstelsels is dat de bewijsmiddelen aan regels gebonden zijn. Er zijn twee soorten: het positief-wettelijk bewijsstelsel en het negatief-wettelijk bewijsstelsel.
Toepassing in verschillende jurisdicties In het strafrecht van Duitsland geldt het vrije bewijsstelsel (beredeneerde overtuiging).
Zie ook Bewijs (strafrecht)
Categorie:Recht