Jhr. Jules Theodore Alting von Geusau (Nieuwer-Amstel, 28 juli 1881 – Vogelenzang, 13 maart 1940) was een Nederlands generaal-majoor der artillerie. Hij bekleedde verschillende staf- en opleidingsfuncties binnen het Nederlandse leger. Ten tijde van zijn overlijden was hij commandant van het Ie Legerkorps.
Biografie Alting von Geusau was een zoon van luitenant-kolonel Willem Arnold Alting von Geusau en een jongere broer van George August Alexander Alting von Geusau. Hij was lid van het geslacht Von Geusau.
Alting von Geusau bezocht van 1897 tot 1899 de Cadettenschool te Alkmaar. Vervolgens volgde hij van 1899 tot 1902 een opleiding aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda. Daarna studeerde hij van 1910 tot 1913 aan de Hogere Krijgsschool in Den Haag. In 1902 werd hij benoemd tot tweede luitenant bij de artillerie. Tussen 1913 en 1918 was hij docent aan de Koninklijke Militaire Academie, waar hij op 17 november 1916 werd bevorderd tot kapitein.
In 1919 werd hij aangesteld bij de Generale Staf, een functie die hij tot 1929 vervulde. In 1927 werd Alting von Geusau bevorderd tot majoor bij de Generale Staf. Twee jaar later werd hij majoor bij het Eerste Regiment Veldartillerie. In 1930 volgde zijn bevordering tot luitenant-kolonel en werd hij commandant van het Eerste Regiment Onbereden Artillerie. In 1931 werd hij opnieuw geplaatst bij de Generale Staf.
In 1932 werd hij benoemd tot directeur van de Hogere Krijgsschool. Twee jaar later volgde zijn bevordering tot kolonel, waarna hij in 1936 de rang van generaal-majoor bereikte en commandant werd van de Eerste Divisie. Op 1 juli 1939 werd hij bevelhebber van het 1e Legerkorps.
Tijdens artillerieoefeningen in de omgeving van Vogelenzang overleed Alting von Geusau plotseling terwijl hij de oefeningen bijwoonde. Hij werd begraven op de begraafplaats Begraafplaats Sint Petrus Banden. Zijn functie werd opgevolgd door generaal-majoor N.T. Carstens.
Nevenactiviteiten Alting von Geusau was bestuurslid van de Vereeniging ter Beoefening van de Krijgswetenschap. Daarnaast was hij redacteur van het orgaan van deze vereniging en van het wetenschappelijk jaarbericht.
Onderscheidingen
Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw (1938) Officier in de Orde van Oranje-Nassau (1928) Commandeur in het Legioen van Eer (1937) Grootkruis in de Orde van Leopold II (1938) Onderscheidingsteken voor langdurige dienst als officier (1917)
Publicaties
De strategische positie van Nederland in Europa en in verband daarmede taak en samenstelling van de Nederlandsche weermacht. Scheltens & Giltay, Amsterdam (1938) Nederland is paraat! : Leger, vloot en luchtmacht waken voor Nederlands onafhankelijkheid. Scheltens & Giltay, Amsterdam (1940) Oorlogsgebruiken: verzameld voor het onderwijs bij de Kon. Mil. Academie. (1917)
Bron
Ministerie van Oorlog, Inventaris van de dienststaten en stamboeken der Officieren van de Koninklijke Landmacht en van de koloniale troepen in Nederland, Archief 2.13.04, Nationaal Archief, Den Haag
Categorie:Nederlands generaal-majoor