Villa De Ooyman (ook gespeld als Den Ooyman, Den Ooiman of De Ooijman) is een Nederlandse villa uit 1929 in natuurgebied De Wrange tussen Doetinchem en Gaanderen, in de gemeente Doetinchem. Het huis werd in 1928–1929 in opdracht van industrieel en elektriciteitspionier Rento Hofstede Crull gebouwd op de plaats van de eerdere villa De Koekendaal, met ruim hergebruik van bouwelementen uit Crulls eerdere villa Het Wilbert in Hengelo. De villa kent een gevarieerde gebruiksgeschiedenis: na bewoning door Hofstede Crull diende zij achtereenvolgens als verzorgingshuis, blindeninstituut, opvang voor Surinaamse migranten en sektarische gemeenschap, om sinds 2003 in gebruik te zijn als particulier zorghotel.

Voorgeschiedenis Boerderij De Ooyman De naam De Ooyman gaat terug op een boerderijtje dat in 1647 op enkele tientallen meters van de huidige villa werd gebouwd door een zekere Claes Ooyman. De achternaam, vrij te vertalen als "schapenman" (van ooi, vrouwelijk schaap), verwees naar de schapenhouderij die hij in de buurtschap Oosseld bedreef. Claes Ooyman was garfpachter, hetgeen inhield dat hij een deel van zijn rogge-oogst moest afstaan aan de rentmeester die de gronden van het in 1580 verwoeste klooster Bethlehem beheerde. De boerderij heeft tot 1967 op deze plek bestaan en werd in dat jaar gesloopt door blindeninstituut Bartiméus.

Villa De Koekendaal (1881) In 1881 liet een burgemeester van Ambt-Doetinchem op het terrein een ambtswoning bouwen die de naam De Koekendaal kreeg, naar een nabijgelegen bosgebied. De villa was een nagenoeg vierkant pand op twee bouwlagen met een bel-etage, hoge schuiframen en donkergroene louvreluiken tegen een witgepleisterde gevel, in een sober neoclassicistische vormgeving. Het huis werd omgeven door grasland met op elke hoek een cirkelvormige rododendronpartij; bij de villa hoorde vijftig hectare grond. In 1886 kwam het pand toe aan S. Horsting, zoon van de Doetinchemse burgemeester en rentmeester van kasteel Slangenburg Gerrit Jan Horsting. Na diens overlijden in 1895 werd het huis bewoond door diens opvolger, burgemeester Christian Bernhard Wilhelm Kehrer; vermoedelijk werd in deze periode de naam gewijzigd in Den Ooyman, want op een ansichtkaart uit 1905 verschijnt die naam al. De weduwe Kehrer-Remmelink bewoonde het huis tot haar dood in februari 1927. Bij de daaropvolgende boedelverkoop kromp het grondbezit tot vijf hectare.

Bouw en architectuur Hofstede Crull en de verbouwing Begin 1928 kocht Rento Hofstede Crull (1863–1938) het pand. Hofstede Crull was directeur van de Verenigde IJzerfabrieken De VIJF in Doetinchem en gold als een van de pioniers van de elektriciteitsvoorziening in Oost-Nederland; hij was medeoprichter van de HEEMAF en stichter van het Twents Centraal Station voor Electrische Stroomlevering (TCS). De aankoop verliep via de Doetinchemse aannemer Siebelink, die vervolgens ook de verbouwing uitvoerde. Hofstede Crull liet de bestaande villa op een deel van de noordgevel na tot op de fundering afbreken en op vrijwel hetzelfde grondvlak een nieuwe, aanzienlijk grotere villa optrekken.

Voor de bouw werd grootschalig hergebruikt bouwmateriaal toegepast: enerzijds afgebikte stenen, kozijnen en pannen van de oude De Ooyman, anderzijds een omvangrijke voorraad bouwelementen die Hofstede Crull bij de sloop van zijn eerdere villa Het Wilbert in Hengelo in 1918 had laten opslaan. Daartoe behoorden onder meer de gesneden binnen- en buitendeuren met flankerende vensters van de vestibule, kruiskozijnen met louvreluiken, het smeedijzeren neo-rococo balkonhek, een schouw, de hoofdtrap en delen van de dakconstructie. Het neorococo-monogram in het bovenlicht boven de hoofdingang met de initialen RWHHC en het jaartal "ANNO 1929" werd door een ambachtsman uit het nabijgelegen Wehl vervaardigd.

Vormgeving De villa heeft twee volwaardige bouwlagen met daarboven een gemansardeerde dakkap. Het pand wordt gekenmerkt door een asymmetrische, acentrisch geplaatste ingangspartij in een risaliet aan de Wrangelaan, met daarboven een klokvormig fronton. De zachtgele windveren en donkergroene goten, boeiboorden en het smeedijzeren hekwerk contrasteren met de witgepleisterde gevels en de blauwgrijze plint. De compositie is een vrije variatie op klassieke voorbeelden, met lokale symmetrieën, venstergroepen en alternerende ritmes; karakteristiek zijn de horizontale roedeverdeling van de dakkapel-ramen en het uitkragende dakoverstek. Aan de zuidzijde bevindt zich een breed balkon met openslaande deuren naar de woonkamer.

In zijn architectuur bevat de villa duidelijke verwijzingen naar de Duitse Um-1800-stijl zoals beschreven door Paul Mebes in zijn invloedrijke boek Um 1800 (1908, herdruk 1918). De ingangspartij met deur, twee flankerende vensters en bovenlicht vertoont sterke gelijkenis met die van het Bergische Schieferhaus Haus Bredt in Barmen (Wuppertal). De mansardekap met geschakelde dakvensters, het klokvormige fronton en de neo-rococo balustrade verwijzen alle naar Duitse voorbeelden. De Doetinchemse monumentenbeschrijving rekent de villa daarentegen mede tot de Amsterdamse School, op grond van de verticale dakpannen op de penanten en de horizontale raamverdeling van de dakkapellen.

Toeschrijving aan Jan Stuivinga De architect van Villa De Ooyman is in geen enkel archief expliciet vastgelegd. Het gemeentearchief van Doetinchem ging tijdens een geallieerd bombardement in maart 1945 verloren, en de naam Hofstede Crull leverde geen ontwerp op in het archief van het Nederlands Architectuurinstituut. Op grond van uitvoerige stilistische vergelijking met andere ontwerpen heeft Herman van Essen in zijn scriptie uit 2010 aannemelijk gemaakt dat de villa is ontworpen door de Zeister architect Jan Stuivinga (1881–1962). Van Essen wijst op verregaande overeenkomsten tussen Villa De Ooyman en Stuivinga's eerder werk, in het bijzonder huize De Lariks in Assen (1915), een landhuis in Amersfoort (1920) en landhuis De Til in Zetten (1923, eveneens een verbouwing). De gelijkenis betreft zowel de gevelcompositie en het klokvormige fronton als de plattegrond, en past bovendien bij de gedegen kennis van de Duitse bouwkunst die Stuivinga had opgedaan tijdens werkperiodes in Berlijn en Neurenberg in 1905–1906.

Bewoners en gebruik Hofstede Crull en mevrouw Loep (1929–1948) Hofstede Crull bewoonde de villa van 1929 tot zijn overlijden in 1938. Hij liet zijn tweede vrouw, de Duitse Elisabeth Kühn, en huisdame Maria Johanna Loep — met de familie verbonden sinds Het Wilbert — in het huis achter. Mevrouw Loep, die als familielid was beschouwd en in de nalatenschap deelde, bewoonde de eerste verdieping tot 1948. De overige etages werden in deze periode bewoond door een sociaal werkster van de Gelderse Tram en haar drie kinderen.

Tweede Wereldoorlog Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden in de villa zowel bejaarden uit het bejaardenhuis Bathesda in het overstroomde Vlissingen als weeskinderen van het eveneens overstroomde eiland Tholen gehuisvest. In 1945 werd Gaanderen tweemaal door geallieerde luchtaanvallen getroffen, gericht op het luchtafweergeschut nabij huize De Hulle. Een dreigende luchtaanval op De Ooyman zou volgens overlevering ternauwernood zijn voorkomen door tussenkomst van W.F.J. Harwig, machinist bij de Waterleidingmaatschappij Oost-Gelderland en lid van het verzet. De evacués keerden in 1946 terug naar Zeeland.

Stichting Den Ooiman (1948–1963) In 1948 werd in de villa onder de naam Stichting Den Ooiman een verzorgingshuis voor bejaarden gevestigd. In dat jaar werden enkele kamers verdeeld door lichte tussenwanden en werd in de garage een rouwkamer ingericht. In 1951 werd in de achtertuin een lijkenhuisje opgetrokken en werd, naar ontwerp van architect J.G.A. Heineman uit Velp, een inpandige personenlift gebouwd ter plaatse van de voormalige dienstingang in de noordgevel. De daarbij ontstane dakopbouw verstoorde de oorspronkelijke gevelcompositie. In 1963 werd de stichting verplaatst naar een nieuwbouw aan de Keppelseweg in Doetinchem.

Huize De Springplank (1963–1974) Vanaf 1963 gebruikte het Zeister blindeninstituut Bartiméus de villa als dependance Huize De Springplank voor meervoudig gehandicapte kinderen. In deze periode werd het uiterlijk van de villa ingrijpend gewijzigd: alle louvreluiken werden verwijderd, vrijwel de gehele achtergevel werd voorzien van brandtrappen en steigers, en het oorspronkelijke donkergroen van het houtwerk werd door wit vervangen. Eind 1965 kocht Bartiméus de naburige boerderij De Ooyman aan; in het voorjaar van 1967 werd deze eeuwenoude boerderij gesloopt om plaats te maken voor een zwembad. In 1969 werd aan de achterzijde een keukenuitbouw gerealiseerd naar ontwerp van architect G. Menkveld uit Gorssel.

Opvang Surinaamse migranten (ca. 1974–1978) In aanloop naar de onafhankelijkheid van Suriname eind 1975 kwam een grote migratie van Hindoestaanse Surinamers naar Nederland op gang. De gemeente Doetinchem riep een stichting in het leven die deze migranten gedurende ongeveer vier jaar opving en inburgeringscursussen aanbood; Villa De Ooyman fungeerde in deze jaren als opvanglocatie. Over deze episode is weinig schriftelijk overgeleverd.

Leegstand, projectontwikkeling en Vedastad (1978–1996) Vanaf 1978 stond de villa leeg. De projectontwikkelaar Novio Magnum verkreeg in 1984 een vergunning voor verbouw tot conferentiecentrum met vijf appartementen, maar de werken werden door financiële problemen niet voltooid. In datzelfde jaar verleende de gemeente Doetinchem aan een andere projectontwikkelaar, Topmunt b.v. uit Zandvoort, een vergunning voor de sloop van "de bouwvallige villa Wrangelaan 9", maar ook deze ontwikkelaar moest van de plannen afzien. Het complex werd vervolgens overgenomen door Prent-Landman Architecten uit Den Haag, die het tot het Ooymanpark wilden ontwikkelen. Tijdens de leegstand vonden meerdere antiekdiefstallen plaats; de gesneden vestibuledeuren, de neo-rococoschouw van de woonkamer en de gesneden trapbalustrade verdwenen.

Vanaf 1989 werd de villa met de aangrenzende appartementen gehuurd, en in 1993 gekocht, door de Stichting Integrale Yoga Nederland onder leiding van de uit Rotterdam afkomstige Krijn Kleer, die zich "Agastya" — Sanskriet voor "de allerhoogste" — liet noemen. Onder de naam Vedastad bewoonde Kleer met circa veertien volgelingen het complex. In 1993 verkocht Kleer een groot deel van het pand met aanzienlijke winst en verdween, waarop de gemeenschap uiteenviel. In deze periode werd het balkon, dat zware vorstschade had opgelopen, asymmetrisch herbouwd.

Particuliere bewoning en Zorgvilla De Ooijman (1996–heden) In 1996 kwam de villa voor het eerst sinds 1948 weer in particulier gebruik, met de familie Van Delden als bewoners. Onder hen werd de oorspronkelijk witte gevel cremewit geschilderd en het donkergroen van het balkonhek vervangen door donkerrood. De familie Webbink, bewoners vanaf 2001, lieten in de keukenuitbouw een zwembad realiseren en herstelden de stucplafonds en deuren op de slaapkamerverdieping. Sinds 2003 is de villa, na een aanpassing voor rolstoelgebruik en brandveiligheid door Bureau Phi, in gebruik als particulier zorghotel onder de naam Zorgvilla de Ooijman, onderdeel van de keten European Care Hotel.

Externe link Officiële website Zorgvilla de Ooijman

Categorie:Bouwwerk in Doetinchem