Het Nieuwe Unieverdrag was een conceptverdrag dat het Verdrag inzake de oprichting van de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken (USSR) uit 1922 zou hebben vervangen om de Sovjet-Unie te redden en hervormen. Vanwege de Augustusstaatsgreep in Moskou op 19 augustus 1991 is het echter nooit in werking getreden.
De totstandkoming van dit verdrag stond bekend als het proces van Novo-Ogarjovo, een regeringsgebouw waar aan het document werd gewerkt en waar de Sovjetpresident en secretaris-generaal van de Communistische Partij, Michail Gorbatsjov, gesprekken voerde met leiders van de sovjetrepublieken.
Er stond voor 20 augustus 1991 een ceremonie gepland waarbij de Russische SFSR het verdrag zou ondertekenen, maar deze werd verhinderd door de Augustusstaatsgreep in Moskou. In de nasleep daarvan viel de Sovjet-Unie uiteindelijk in december van datzelfde jaar uiteen, waarna in haar plaats het Gemenebest van Onafhankelijke Staten werd opgericht met het Akkoord van Białowieża.
Geschiedenis
Tijdens het 28e congres van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie in juli 1990 stelde Gorbatsjov een minder gecentraliseerd federaal systeem voor. Op 23 november 1990 werd een ontwerp van het Nieuwe Unieverdrag ingediend bij de Opperste Sovjet van de Sovjet-Unie. Een redactiecommissie begon op 1 januari 1991 met de uitwerking van de tekst. Zes van de vijftien Sovjetrepublieken namen echter niet deel aan de opstelling van het verdrag: Armenië, Georgië, Moldavië, Estland, Letland en Litouwen. Het voorstel werd op 6 maart goedgekeurd door de Raad van de Unie en ter goedkeuring voorgelegd aan de Opperste Sovjets van elke Sovjetrepubliek.Draft of the New Union Treaty Geraadpleegd 8 november 2023.
thumb|Pamflet van Roech (Volksbeweging van Oekraïne) om "nee" te stemmen tegen het Nieuwe Unieverdrag op 17 maart 1991. "Alleen een onafhankelijke Oekraïense staat kan het leven en de onsterfelijkheid van het Oekraïense volk verzekeren. (...) Stem tegen het imperiale federatieve Unieverdrag." De "nee"-campagne was geen succes; 71% van de Oekraïners stemde "ja". De Augustusstaatsgreep in Moskou veranderde echter alles: Oekraïne verklaarde zich onafhankelijk en op 1 december 1991 stemde 92% van de Oekraïners vóór onafhankelijkheid. Er kon geen overeenstemming worden bereikt over de verdeling van de bevoegdheden tussen de Unie en de sovjetrepublieken en het voorstel werd niet goedgekeurd. Gorbatsjov probeerde steun van het volk voor het voorstel te verwerven. Op 17 maart 1991 verklaarden de negen deelnemende republieken (Rusland, Belarus, Oekraïne, Azerbeidzjan, Kazachstan, Kirgizië, Tadzjikistan, Turkmenistan en Oezbekistan) die hadden meegewerkt aan het opstellen van het verdrag, hielden een referendum. 76% van de kiezers was voorstander van het behoud van het federale bestel van de Sovjet-Unie, waaronder een meerderheid in alle negen republieken. De tegenstand was het grootst in grote steden als Leningrad, Moskou en Kyiv, maar ook in West-Oekraïne, waar Roech (Volksbeweging van Oekraïne) en andere nationaal-democratische groepen campagne voerden tegen het Nieuwe Unieverdrag of opriepen tot een boycot. Aangezien de andere zes republieken al op weg waren naar onafhankelijkheid, boycotten de burgers het referendum grotendeels. Op 23 april werd in Novo-Ogarjovo uiteindelijk een overeenkomst ondertekend tussen de centrale regering van de Sovjet-Unie en de negen republieken, bekend als de 9+1-overeenkomst. Het Nieuwe Unieverdrag zou de Sovjet-Unie hebben omgevormd tot een confederatie van onafhankelijke republieken met een gemeenschappelijke president, een gemeenschappelijk buitenlands beleid en een gemeenschappelijk leger.Nine plus One Agreement Geraadpleegd 1 december 2023.
In augustus hadden acht van de negen republieken, met uitzondering van Oekraïne, het ontwerp van het Nieuwe Unieverdrag onder bepaalde voorwaarden goedgekeurd. Oekraïne kon zich niet vinden in de voorwaarden van het verdrag. In het gelijktijdige soevereiniteitsreferendum in Oekraïne op 17 maart 1991 koos de meerderheid van de inwoners van Oekraïne om tot de Nieuwe Unie toe te treden op basis van de Verklaring van Staatssoevereiniteit van Oekraïne van 16 juli 1990.
Bovendien spraken de meeste autonome republieken de wens uit om hun status te verhogen en contractsluitende Partij te worden bij het nieuwe Sovjetverdrag en verklaarden zij zich tijdens de parade van soevereiniteiten in de maanden na het oorspronkelijke voorstel van juli 1990 soeverein en promoveerden zij zichzelf tot republieken. De meesten van hen hebben deelgenomen aan het Novo-Ogarjovo-proces om het verdrag op te stellen. Daarbij was de status van de voormalig autonome republieken die zichzelf zelfstandige republieken hadden verklaard een zeer omstreden kwestie. Op 12 juli 1991 nam de Opperste Sovjet de resolutie „Over het ontwerpverdrag inzake de Unie van Soevereine Staten“ aan om zijn standpunt kenbaar te maken dat elk van „de onderdelen van de federatie, met inbegrip van zowel de soevereine staten – de republieken – als de republieken die daarin zijn opgenomen op grond van een verdrag of de grondwet, (...) het recht hebben om de tekst van het Unieverdrag te ondertekenen“. Als compromis stond het definitieve ontwerp van het verdrag toe dat een staat als onderdeel van een andere staat tot de Unie kon toetreden, maar alleen de negen republieken werden uitgenodigd om het verdrag op 23 juli in Novo-Ogarjovo te ondertekenen.
Na de Augustusstaatsgreep kwam er niets meer van het Nieuwe Unieverdrag met 26 artikelen, protocollen en bijlagen. In plaats daarvan legden Belarus, Oekraïne en Rusland met het Akkoord van Białowieża op 8 december 1991 met een veel korter en oppervlakkiger verdrag van 14 artikelen de basis voor het intergouvernmentele Gemenebest van Onafhankelijke Staten.
Republieken naar betrokkenheid
Betrokken Naast de negen republieken die het 9+1-akkoord sloten, werd de deelname van de opstelling van het verdrag uitgebreid naar de leiders van achttien van de twintig autonome republieken zoals gedefinieerd in de Grondwet van 1977 (alle behalve Adzjarië en Nachitsjevan) en de Krimse ASSR, die in datzelfde jaar door de Oekraïense SSR opnieuw was opgericht. Republieken Azerbeidzjaanse SSR, sinds 5 februari 1991 Republiek Azerbeidzjan Belarusische SSR
Oezbeekse SSR
Kirgizische SSR, sinds 5 februari 1991 Kirgizische Republiek Russische SFSR Tadzjiekse SSR Turkmeense SSR
Autonome republieken Alle zestien autonome socialistische sovjetrepublieken binnen de Russische SFSR Krimse ASSR (vanaf 1992 Autonome republiek van de Krim) binnen Oekraïne Karakalpakse ASSR binnen Oezbekistan Abchazische ASSR (voormalige ASSR binnen Georgië, dat zich op 9 april 1991 onafhankelijk had verklaard)
Niet betrokken De volgende republieken hebben het referendum van maart 1991 geboycot en waren vervolgens niet betrokken bij de opstelling van het Nieuwe Unieverdrag: Estse SSR, op 8 mei 1990 onafhankelijk verklaard als Republiek Estland Letse SSR, op 4 mei 1990 onafhankelijk verklaard als Republiek Letland Litouwse SSR, op 11 maart 1990 onafhankelijk verklaard als Republiek Litouwen
, sinds 23 augustus 1990 Republiek Armenië, op 21 september 1991 onafhankelijk verklaard Georgische SSR, sinds 14 november 1990 Republiek Georgië, op 9 april 1991 onafhankelijk verklaard Moldavische SSR, sinds 23 mei 1991 Republiek Moldavië, op 27 augustus 1991 onafhankelijk verklaard
Namen van de voorgestelde staat In het ontwerpverdrag van augustus 1991 luidde de officiële naam van het nieuwe land Unie van Sovjet-Soevereine Republieken (Russisch: , Sojoez Sovjetskich Soeverennych Respoeblik). Hierdoor zou de Russische afkorting "СССР" (USSR) in het Nederlands en andere talen behouden blijven. Tegen september 1991 was de steun voor het voortbestaan van het Sovjetsysteem omgeslagen in de wens om de Sovjet-Unie om te vormen tot een confederatie van soevereine staten. In het definitieve ontwerp kreeg de voorgestelde staat de nieuwe naam Unie van Soevereine Staten (Russisch: , Sojoez Soeverennych Gosoedarstv).
Kernpunten van het Verdrag Met het nieuwe Unieverdrag probeerde Gorbatsjov te voorkomen dat de Unie uit elkaar zou vallen, met het argument dat de ontmanteling ervan alleen maar tot bloedvergieten zou leiden. De tekst van het Verdrag bevat een inleiding met de basisprincipes, gevolgd door 26 artikelen: Unie van Soevereine Staten: Het verdrag streefde naar de oprichting van een Unie van soevereine en gelijkwaardige staten, gebaseerd op democratie en de rechtsstaat, als opvolger van de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken. Deze nieuwe entiteit werd opgevat als een vrijwillig samenwerkingsverband van soevereine republieken met een gemeenschappelijke federale regering. Een lid treedt toe tot de Unie, hetzij rechtstreeks, hetzij als onderdeel van andere staten. De betrekkingen tussen leden wanneer een van hen deel uitmaakt van een ander lid, worden geregeld door verdragen tussen hen. Presidentsraad: Het verdrag stelde de oprichting voor van een Presidentsraad, bestaande uit de leiders van de republieken en de president van de Unie. Deze raad zou verantwoordelijk zijn voor het nemen van belangrijke beslissingen en het coördineren van het beleid op federaal niveau. Er zou een Constitutioneel Hof van de Unie worden opgericht om geschillen over de uitoefening van de bevoegdheden van de organen van de Unie te beslechten. De wetgevende macht van de Unie zou worden uitgeoefend door de Opperste Sovjet van de Sovjet-Unie, die uit twee kamers bestaat: de Sovjet van de Republieken, gekozen door de bevolking van het hele land, en de Raad van de Unie. Decentralisatie van de macht: Het verdrag had tot doel de politieke macht te decentraliseren door de republieken meer autonomie te verlenen en hen algemene garanties te bieden met betrekking tot het recht om over hun eigen middelen te beschikken en wetten vast te stellen, met inbegrip van het recht om zich vrijelijk uit de Unie terug te trekken. Verdeling van bevoegdheden: De centrale regering zou zich bezighouden met defensie, buitenlandse zaken, het financiële stelsel, energiebronnen en de algemene coördinatie, evenals met de uitgifte van de eigen munteenheid. De republieken zouden hun eigen nationale staats- en bestuurlijke territoriale structuur vaststellen. De republieken zouden ook het eigendomsrecht krijgen over hun natuurlijke hulpbronnen, met uitzondering van goud- en diamantvoorraden, evenals het recht om rechtstreekse diplomatieke en handelsbetrekkingen met andere staten aan te knopen. De republieken en de centrale regering zouden gezamenlijk het militaire en buitenlandse beleid bepalen en beleid uitwerken op het gebied van economie, brandstof en energiebronnen.
Nasleep
Hoewel het verdrag bedoeld was om de unie te redden, vreesden de hardliners dat het sommige kleinere republieken zou aanmoedigen om het voorbeeld van Litouwen te volgen en aan te dringen op volledige onafhankelijkheid. Op 19 augustus pleegden de hardliners de Augustusstaatsgreep in Moskou: ze vormden het Staatscomité van de Noodtoestand en namen de regering over, nadat ze Gorbatsjov hadden opgesloten in zijn datsja in Jalta op de Krim om te voorkomen dat hij naar Moskou zou terugkeren om het verdrag te ondertekenen. De Augustuscoup mislukte door de overweldigende tegenstand, niet alleen van de kleinere republieken, maar ook van de grotere, met name Rusland.
Het verdrag werd uiteindelijk niet ondertekend. Op 8 december 1991 ondertekenden Belarus, Oekraïne en Rusland het Akkoord van Białowieża, waarmee zij de ontbinding van de Sovjet-Unie proclameerden en daarmee de sovjetrepublieken tot onafhankelijke staten omvormden. De presidenten van de drie republieken richtten met het Akkoord het Gemenebest van Onafhankelijke Staten op, een organisatie van uiteindelijk twaalf nieuwe onafhankelijke staten, die in de plaats van de Sovjet-Unie was opgericht.