De Petroleumtanks van Kaaskerke waren industriële installaties bij Diksmuide die een belangrijke rol speelden tijdens de Eerste Wereldoorlog in België.

De twee oliereservoirs waren omstreeks 1910 in Kaaskerke gebouwd om Diksmuide van petroleum (lampolie) te voorzien. Tijdens de Slag om de IJzer in oktober 1914 veroverden de Duitsers de installatie en gebruikten ze de beschadigde tanks als strategische uitkijkpost en mitrailleurstelling, gericht op de Belgische loopgravenstellingen bij de latere Dodengang. De site was aanleiding om de Dodengang aan te leggen en leidde mede tot de loopgravenoorlog aan het IJzerfront.

Sinds 2014 herinnert een reconstructie op halve schaal aan de gebeurtenissen, samen met een oudere naamsteen van de Provincie West-Vlaanderen.Inventaris Onroerend Erfgoed 2026: Naamsteen Petroleumtanks [online], https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/78250 (geraadpleegd op 5 mei 2026).

Voorgeschiedenis

Kaaskerke was voor de Eerste Wereldoorlog een klein landbouwdorp aan de westelijke oever van de IJzer, op circa twee kilometer ten noordwesten van Diksmuide. De reservoirs stonden langs de IJzerdijk ter hoogte van wat nu huisnummer 66 is, en maakten deel uit van een installatie met een woning voor de uitbater.Inventaris Onroerend Erfgoed 2026: Kaaskerke [online], https://inventaris.onroerenderfgoed.be/themas/14629 (geraadpleegd op 5 mei 2026).

Vanaf augustus 1914 bezetten de Duitsers steeds meer Belgisch grondgebied. In oktober besliste het Belgische leger de linkeroever van de IJzer als laatste verdedigingslijn te houden. De Slag om de IJzer barstte los op 18 oktober 1914, en op 20 oktober was enkel Diksmuide op de oostelijke oever nog niet in Duitse handen gevallen.Infobord ter plaatse: "Petroleumtanks – 2014-18, 100 jaar Groote Oorlog". Opgesteld door Flanders Fields en Provincie West-Vlaanderen (2014).

De strijd om de Petroleumtanks in 1914

In de nacht van 23 op 24 oktober 1914 staken de Duitsers massaal de IJzer over ter hoogte van de Tervatebrug. Een deel van de troepen trok zuidwaarts en veroverde de hoeve De Toren en de installaties van de Petroleumtanks. Zo naderden de Duitsers Diksmuide tot op slechts twee kilometer en bedreigden de stad ook vanuit het westen.

Om deze omsingeling te verhinderen, ondernamen de Franse marinefusiliers van het bataljon Rabot op 24 oktober een tegenaanval vanuit hun bruggenhoofd bij kilometerpaal 16. In open veld waagden zij de aanval, maar de Duitsers staken de reservoirs in brand, zodat de brandende olie de aanvallende militairen trof. De Fransen leden zware verliezen en velen verbrandden levend. De aanval mislukte, maar zorgde toch voor het definitief tot stilstand brengen van de Duitse opmars langs de westelijke IJzeroever richting Diksmuide.

Bij de aanval en de brand bleef een van de tanks rechtop staan, maar de andere raakte los van de fundering en zakte scheef.

De Petroleumtanks als geïsoleerde voorpost

Door de onderwaterzetting van de IJzervlakte eind oktober 1914 moesten de Duitsers hun opmars staken en tal van stellingen ten westen van de IJzer opgeven. Een strook met verspreide voorposten langs de westelijke oever, van de brug van Tervate tot aan de Petroleumtanks, bleef in Duitse handen.

De karkassen van de reservoirs domineerden de vlakke polder. Ze boden de Duitsers een strategisch uitzichtpunt en een vaste opstelling voor machinegeweren gericht op de Belgische stellingen ter hoogte van kilometerpaal 16.Infobord ter plaatse: "Petroleumtanks gezien vanuit de Dodengang". Opgesteld door Flanders Fields en Provincie West-Vlaanderen (2014).

De Belgische 3e Legerdivisie ondernam in mei 1915 een reeks bloedige aanvallen op de Petroleumtanks, maar slaagde er niet in ze te heroveren. Wel kon daarbij wat terrein gewonnen worden dat niet verloren mocht gaan.Inventaris Onroerend Erfgoed 2026: Belgische stelling Dodengang [online], https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/78243 (geraadpleegd op 5 mei 2026).

De aanleg van de Dodengang

Generaal-majoor Jacquet van de Belgische 3e Legerdivisie besloot in mei 1915 dat een sappe (naderingsgang of boyau) moest worden gegraven langs de IJzerdijk, vanaf kilometerpaal 16 zo'n 700 meter noordwaarts richting de Petroleumtanks. Vanaf 18 mei 1915 werden de bestaande schutterskuilen en loopgraafstukjes met elkaar verbonden.

Op 27 mei ontdekte men dat de Duitsers vanuit de Petroleumtanks eveneens een gang begonnen te graven richting kilometerpaal 16. Beide partijen naderden elkaar tot op enkele meters. Het verdere uitgraven werd gestopt. Vanaf juni 1915 werd de smalle greppel van ongeveer 350 meter ingericht als verbindingsgang. Eind 1915 werd hij omgedoopt tot Boyau de la Mort, later vertaald als Dodengang, vanwege het gevaarlijke werk en de vele slachtoffers die er vielen.

Het uiteinde van de Belgische sappe werd het zogeheten sappenhoofd, ook wel de Muizenval genoemd. Aan de overzijde lag het Duitse sappenhoofd. Tussen beide stellingen gaapte een dijkbreuk van 50 meter breed.

De herdenkingsplek vandaag Na de wapenstilstand in november 1918 werden de restanten van de tanks opgeruimd en keerde het gebied terug naar agrarisch gebruik.

Tussen 1984 en 1988 plaatste de Provincie West-Vlaanderen ter herdenking van de Eerste Wereldoorlog en ter nagedachtenis aan Koning Albert I 25 gedenktekens op locaties waar nog niets de herinnering levend hield. Deze zogenaamde naamstenen werden vooral in de Frontstreek opgericht. Gedenksteen nr. 9 staat langs de IJzerdijk te Kaaskerke ter hoogte van huisnummer 66, circa 400 meter ten noorden van de Dodengang. Het betreft een vrijstaand gedenkteken naar ontwerp van J. Vansteenkiste uit Brugge, bestaande uit een sokkel in spanbeton en een ruitvormige gedenksteen in witte natuursteen. Bovenaan de steen prijkt het gekleurde wapenschild van West-Vlaanderen in geanodiseerd aluminium. Daaronder staat de tekst "Petroleumtanks 1914–1918" in diep gekapte en lichtgrijs gepatineerde letters, en onderaan het monogram van Koning Albert I.

Naar aanleiding van de herdenkingen van 100 jaar Groote Oorlog (2014–2018) werden op de oorspronkelijke site twee reconstructies op schaal 1:2 geplaatst. De rechtstaande tank is een cilindervormige structuur van houten stijlen, gaas en cortenstaal en stelt de tank voor die ondanks beschietingen overeind bleef. De omgevallen tank is weergegeven als een gekantelde cilinder en verwijst naar de tank die van zijn grondvesten losgeschoten werd. Beide reconstructies staan op een ovale betonnen plaat. Meertalige infoborden in het Nederlands, Frans, Engels en Duits begeleiden het bezoek.

Erfgoedstatus De naamsteen is opgenomen in de Inventaris Onroerend Erfgoed van het Agentschap Onroerend Erfgoed en was van 24 september 2009 tot 14 mei 2024 aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed. De site maakt deel uit van de erfgoedzone van de IJzerdijk in Kaaskerke en is opgenomen in de inventarisatie van het Wereldoorlogerfgoed in de Westhoek van 2002 tot 2005.Inventaris Onroerend Erfgoed 2025: IJzerdijk (Kaaskerke) [online], https://inventaris.onroerenderfgoed.be/themas/9076 (geraadpleegd op 5 mei 2026).

Toegankelijkheid De site is vrij toegankelijk langs de IJzerdijk nr. 66 te Kaaskerke, op circa vierhonderd meter ten noorden van de Dodengang. Het bezoekerscentrum van de Dodengang, volledig vernieuwd in 2014, besteedt aandacht aan de rol van de Petroleumtanks bij de aanleg van de loopgraaf.

Externe links Inventaris Onroerend Erfgoed: Naamsteen Petroleumtanks Inventaris Onroerend Erfgoed: Belgische stelling Dodengang Inventaris Onroerend Erfgoed: IJzerdijk (Kaaskerke) TracesOfWar: Naamsteen 9 Petroleumtanks 1914–1918 Bezoek Diksmuide: Petroleumtanks

Categorie:Onroerend erfgoed in Diksmuide