Gaspar-François ridder de Heeswyck (prinsbisdom Luik, begin 18e eeuw – Luik, 1783) was een edelman in het prinsbisdom Luik. Hij was een oproerkraaier die protesteerde tegen de zetelende prins-bisschop Franciscus Karel van Velbrück.

Zijn doel was het prinsbisdom Luik te doen aansluiten bij de Oostenrijkse Nederlanden, dus onder rechtstreeks bestuur te plaatsen van keizer Jozef II van het Heilige Roomse Rijk. De Heeswyck werd dan ook gezien als een spion van graaf von Cobenzl, de gevolmachtigde minister in Brussel voor de Oostenrijkse Nederlanden. Levensloop De Heeswyck groeide op in het prinsbisdom Luik. Hij liet een eerste keer van zich horen in de zaak van Guillaume-Joseph graaf van Corswarem. Het protest van de Heeswyck vond plaats tijdens het bestuur van prins-bisschop Karel Nicolaas Alexander d'Oultremont. De graaf van Corswarem beweerde dat hij de rechtmatige erfgenaam was van het graafschap Loon, en niet de prins-bisschop. De Heeswyck steunde hem met twee pamfletten, een geschreven in 1764 en een in 1765: de prins-bisschop moest afgezet worden als graaf van Loon. De zaak werd geseponeerd.Na de dood van ridder de Heeswyck rakelde de graaf van Corswarem de zaak terug op in de jaren 1790-1792, ten tijde van de Luikse Revolutie en de Luikse Republiek. miniatuur|Rijkskamergerecht van het Heilige Roomse Rijk in Wetzlar Meer lawaai maakte de Heeswyck onder het bestuur van prins-bisschop van Velbrück. Op dat moment zat Jozef II van Oostenrijk op de keizerstroon van het Heilige Roomse Rijk. De Heeswyck was een bewonderaar van Jozef II. Als een politiek activist ageerde de Heeswyck tegen de prins-bisschop om hem alle wereldlijke macht te ontnemen. Het prinsdom Luik moest volgens hem rechtstreeks onder de keizer in Wenen vallen, en dus toegevoegd worden aan de Oostenrijkse Nederlanden. De keizer diende het graafschap Loon ook rechtstreeks te besturen. Hiermee bezorgde de Heeswyck de gevolmachtigde minister von Cobenzl in Brussel, een giftig geschenk. De opruiende taal tegen de prins-bisschop kreeg immers nooit officiële instemming vanuit Brussel. Prins-bisschop van Velbrück reageerde ziedend. Hij bedreigde elke drukker in zijn vorstendom die pamfletten van de Heeswyck drukte. Op de koop toe steunde de Heeswyck de kerkenpolitiek van Jozef II, het jozefinisme genaamd; zo wenste hij de kloosters in Luik af te schaffen.

De Luikse gendarmerie maakte jacht op de Heeswyck. Deze vroeg kerkasiel aan in de kapittelkerk Sint-Foillan in Fosses-la-Ville, destijds Fosses geheten. Fosses was een van de 23 Goede steden van het prinsbisdom en lag nabij de grens met het Oostenrijks graafschap Namen. Omdat de kanunniken van Fosses-la-Ville werden afgedreigd vanuit Luik, nam de Heeswyck de vlucht naar Namen (1776). Van Velbrück bekwam de uitlevering van de Heeswyck via gerechtelijke weg bij de autoriteiten in Brussel.

Tijdens zijn gevangenschap in Luik (1776-1783) liet prins-bisschop van Velbrück geruchten verspreiden waarmee hij de Heeswyck wenste weg te zetten als een gevaarlijke rebel. De Heeswyck liet door zijn advocaten een hoger beroep starten bij het Rijkskamergerecht, het hoogste rechtsorgaan in het Heilige Roomse Rijk, gelegen in de Rijksstad Wetzlar. Het hof opende een dossier doch nam nog geen beslissing. Luikse magistraten, alsook de Geheime Raad van de prins-bisschop, protesteerden in Wetzlar tegen zulke inmenging in een lopende rechtszaak in Luik. Tot een procedureslag kwam het niet wegens de dood van de Heeswyck eind 1783 en de dood van van Velbrück begin 1784.

Categorie:Adel in het prinsbisdom Luik Categorie:Duits activist Categorie:Gevangene Categorie:Persoon in de 18e eeuw