Moisei Karlitzki (, 18 december 1887«Украина, Черкассы Метрические Книги, 1734-1930», FamilySearch (https://www.familysearch.org/ark:/61903/1:1:6VTF-RZR6), Entry for Мовша Карлицкий and Гершь-Бинем Тевелев Карлицкий, 18 Dec 1887. – Rotterdam, 5 maart 1969op deze datum werd hij dood aangetroffen) was een Joods-Russische straatfotograaf en verzetsstrijder die het grootste deel van zijn leven in Rotterdam woonde.
Biografie Karlitzki werd op 18 december 1887 geboren als () in , een stadje in het huidige Oekraïne, destijds onderdeel van het Russische keizerrijk. Hij was Joods, en de zoon van Gersh Binem, zoon van Tevel, en Rasya Beila, dochter van Srul Leib. De geboorteakte vermeldt dat de vader permanent geregistreerd stond bij het stadhuis van , Dagestan. Waarom hij van Dagestan naar verhuisde, is niet bekend.
Rotterdam (1918–1940) In 1918 woonde Karlitzki in , een stad die destijds tot het Russische Rijk behoorde en tegenwoordig in Centraal-Oekraïne ligt, op 75 kilometer van zijn geboorteplaats. Hij vluchtte voor de pogroms naar Nederland en vestigde zich in Rotterdam. Op 12 december 1918 werd hij daar geregistreerd. Op zijn gezinskaart werd als beroep eerst 'ijzerwerker' genoteerd. Later werd dat doorgestreept en veranderd in 'straatfotograaf', het beroep dat hij de rest van zijn leven zou uitoefenen. Als geboortedatum werd 1 januari 1888 vermeld, vermoedelijk een onjuiste omrekening van de Juliaanse naar de Gregoriaanse (westerse) kalender; correct zou zijn 30 december 1887. Zijn voornaam ( (de Russische variant van Mozes) werd genoteerd als , de Hebreeuwse versie.
Een eigen woning heeft Karlitzki nooit gehad: hij woonde altijd in bij anderen en verhuisde minstens tien keer. Eén adres keerde steeds terug: de Nicolaas Zasstraat 34a, iets ten noorden van het Centraal Station. Daar woonde hij in totaal 34 jaar, in drie periodes: 1920–1923, 1927–1954 en 1958–1962.Stadsarchief Rotterdam, woningkaart Nicolaas Zasstraat 34a. Dit was ruim twee derde van de tijd die hij in Nederland doorbracht.
Hij werkte meestal in het Park en stond daardoor in Rotterdam bekend als de 'parkfotograaf'. Blijkbaar deed hij dat al in 1918, want in januari 1933 omschreef het Rotterdams Nieuwsblad hem als 'de sedert 11 jaar steeds in het Park aanwezige fotograaf Karlitzki.'
Naast zijn werk als straatfotograaf fotografeerde hij ook jubilea en evenementen. Ook werkte hij incidenteel in opdracht voor tijdschriften. In januari 1933 maakte hij een foto voor het Rotterdamsch Nieuwsblad bij een artikel over het afscheid van Jan van Laar, die na 39 jaar als pluimgraaf (eendenverzorger) van het Park met pensioen ging.
In de jaren dertig bewoog hij zich in Rotterdamse vrijdenkers- en anarchistenkringen. Hij liep cursussen bij Jan Börger, een voormalige dominee die vrijdenker en Hegeliaan was geworden. Een boek over de Rotterdamse anarchistenbeweging in de jaren dertig beschrijft hem als 'de gevluchte russiese anarchist Karlitzki [die] z'n geld verdiende als straatfotograaf'.
In 1939 redde hij het leven van een achtjarige jongen die in een vijver in Het Park was gevallen.
Tweede Wereldoorlog Toen de Duitsers in mei 1940 Nederland binnenvielen, sloot Karlitzki zich aan bij het verzet. Hij werd leider van een illegale verzetsgroep die hij achteraf Voetgangerstransport 1941–1945 noemde. Deze illegale organisatie bevoorraadde de ondergrondse met voedsel en wapens, bracht het illegale Parool en Trouw rond en vervalste persoonsbewijzen.Nationaal Archief, Den Haag, Stichting 1940-1945: District Rotterdam (toegang 2.19.340), inv.nr. 9385. Dossiers J. Zom-Schenkels. Andere leden waren David de Roode, die op 6 januari 1945 bij een bruggetje op de Heemraadsingel in Rotterdam werd doodgeschoten, en iemand met de bijnaam Goliath, wiens werkelijke identiteit nooit is achterhaald.
Hoewel het uiteindelijk door de Duitse bezetter verboden werd, bleef Karlitzki kransen leggen op de graven van Nederlandse verzetsstrijders en gevallen militairen. De kransen droegen opschriften als de W van Wilhelmina, 'Wij vergeten hen nooit meer' of 'Voor mijn getrouwen'. De Duitsers bewaakten zijn woning aan de Nicolaas Zasstraat 34a. In 1944 werd hij van dit adres uitgeschreven met de aantekening 'V.O.W.' (Vertrokken Onbekend Waarheen),Persoonskaart wat erop duidt dat hij onderdook.
Na de bevrijding ontving hij naar eigen zeggen een schriftelijke dankbetuiging van koningin Wilhelmina. In latere jaren sprak hij soms over een onderscheiding, dan weer over een bedankbrief of jaarlijkse kerstkaarten. Wat hij precies ontving, is niet meer te achterhalen.
Na de oorlog Na de bevrijding keerde Karlitzki terug naar de Nicolaas Zasstraat. Hij kocht drie graven naast elkaar op begraafplaats Crooswijk: voor zichzelf, voor David de Roode, en voor 'Goliath'.
Na de oorlog bleef hij decennialang kransen leggen bij Rotterdamse oorlogsmonumenten en graven van gesneuvelde verzetsstrijders. Met Kerstmis plaatste hij op begraafplaats Crooswijk enorme bijenwaskaarsen die hij zelf maakte: tot wel twee meter hoog, dikker dan een vuist, brandend in alle weersomstandigheden. Hij had er een windvanger voor gebouwd. In 1955 deed hij dit voor het laatst.
Ieder jaar op 4 mei legde hij een eigen krans bij het verzetsmonument aan de Westersingel en bij het monument op het Stadhuisplein, namens de 'Nederlandse volwaardigen'.
Opname in Maasoord (1954–1956) In de zomer van 1954 veroorzaakte Karlitzki moeilijkheden in het huis waar hij woonde aan de Vijverhofstraat 77b, als gevolg van wat later werd gediagnosticeerd als acute paranoïdie. Op 28 augustus 1954 werd hij opgenomen in psychiatrische inrichting Maasoord in Poortugaal, het tegenwoordige Delta Psychiatrisch Centrum.
Een maatschappelijk werkster van het Joods Psychiatrisch Consultatiebureau in Amsterdam bezocht hem daar. Karlitzki vertelde haar dat hij tijdens de oorlog kort in Bergen-Belsen had gezeten, maar wist te ontvluchten. Dit verhaal is niet bevestigd door archiefstukken; ontsnappingen uit Bergen-Belsen kwamen vrijwel niet voor.
Later schreef hij haar een beleefde brief met het verzoek de bezoeken te staken: 'Hoe schoon en hoog menswaardig uw werk ook is, verzoek ik u ook de bezoeken aan mij achterwege te willen laten, daar ik er niks van heb.'
Op 16 februari 1956 werd hij ontslagen en keerde hij terug naar Rotterdam.
Laatste jaren en overlijden Karlitzki bleef ook op hoge leeftijd kransen leggen bij oorlogsmonumenten en was aanwezig bij herdenkingen. Op 4 mei 1968 legde hij bij het verzetsmonument aan de Westersingel een krans namens de 'Nederlandse volwaardigen'.
Op 5 maart 1969 werd hij dood aangetroffen in zijn woning aan de Van Reijnstraat te Rotterdam. Hij was toen 81 jaar.
Karlitzki is nooit getrouwd en heeft geen kinderen gehad. Hij had geen familie in Nederland, woonde zijn hele leven in bij anderen en bleef stateloos. Hij werd begraven op begraafplaats Crooswijk, in het graf dat hij er ooit voor zichzelf had gekocht, naast zijn gevallen makkers.
Categorie:Nederlands fotograaf