thumb|Rijpenhofje van Wenckebach thumb|Rijpenhofje (september 2011) Rozengracht 116-138 te Amsterdam is een gebouw aan de Rozengracht in Amsterdam-Centrum. Het is bekend als het Rijpenhofje.

Achtergrond Die Rozengracht werd aangelegd tijdens het volbouwen van de Jordaan in de 17e eeuw. Dat betekende dat perceel voor perceel werd bebouwd in een tijd dat er nog geen adressen bestonden. Bijna alle gebouwen kregen daardoor een ander uiterlijk mee. Rond 1890 werd de gracht gedempt onder meer vanwege de stankoverlast van stilstaand grachtenwater. Na die demping ontwikkelde de straat Rozengracht zich tot een van de belangrijkste verkeersaders naar Amsterdam Oud-West en later Amsterdam Nieuw-West.

Gebouw Rozengracht 116-138 maakt deel uit van de noordelijke gevelwand van gracht dan wel straat, die gebouwen uit allerlei bouwstijlen laat zien. Er is door de eeuwen heen gebouwd, gesloopt, gebouwd. Een tekening van Ludwig Willem Reymert Wenckebach uit circa 1900 laat zien dat hier drie gebouwen stonden die pasten in die onregelmatige gevelwand met daartussen een poort naar Rijpen Hofje, vernoemd naar medefinancierder Gerard van de Rijp. Het hofje werd na de bouw overgenomen door de Doopgezinde Gemeente ter opvang van weduwen en alleenstaande dames ouder dan vijftig jaar. De woninkjes stonden aan een soort gang, die middels de poort was afgesloten van het overige van de Rozengracht en leidde tot een hofje met tuinen (bleekveld).

Diezelfde Doopgezinde Gemeente verleende rond 1912 opdracht aan architect Abraham Salm tot nieuwbouw op de plek van dertien percelen. Bij de aanbesteding in mei 1912 komt ook een andere bekende bouwnaam naar voren; aannemer was Philip Anne Warners. Op 10 juni 1913 konden de bewoonsters, die tijdelijk in het Konijnenhofje woonden terugkeren. Salm ontwierp aan de straat een gebouw, waarbij die gevel direct in het oog springt tussen al die pakhuis- en pakhuisachtige gebouwen. Ze is strak gemodelleerd in drie bouwlagen onder een plat dak; het heeft volgens Monumenten en Archeologie Amsterdam een sobere uitstraling. Dit wordt mede veroorzaakt doordat het gebouw (voor relatieve nieuwbouw) vrij laag is ten opzichte van haar breedte. Het gebouw heeft vijf vensterassen, drie van dubbele ramen en twee van enkele ramen, waarbij de vensterbreedte en -hoogte steeds gelijk zijn. Tussen de ramen op de eerste verdieping zijn ruitvormige baksteenmotieven in afwijkende kleuren en metselverband te vinden; bij de tweede verdieping zijn er ook bakstenen in reliëf en afwijkende kleur geplaatst. Het geheel is symmetrisch van aanpak, alleen het toegangsportiek doet dat teniet. Die toegangsportiek (met siersmeedijzeren hekwerkje) is duidelijk luxueuzer van opzet met natuurstenen omlijsting, decoratieve reliëfs, de naam Rijpenhofje en in een timpaan het jaartal 1747, ten teken dat het complex veel ouder is dan 1913. Het jaartal staat vermoedelijk voor het overnamejaar van de geloofsgemeente. De blik naar boven wordt afgesloten door een geprofileerde daklijst en balustrade.

Het gebouw is gemeentelijk monument vanwege haar architectuurhistorische waarde, haar plaats in het oeuvre van Abraham Salm en haar relatief gave staat van het exterieur.

Het Rijpenhofje heeft sinds 1966 verbinding met Huize de Lely aan de Bloemstraat en sinds 1989 nog twaalf woningen (samentrekking).Amsterdam Monumentenstad (geraadpleegd 27 mei 2026) In de 21e eeuw valt gebouw mede op vanwege de geveltuintjes en de daaruit groeiende vegetatie. Er wonen dan niet alleen maar dames op leeftijd; er wonen allerlei mensen, waaronder ook studenten, ouder dan 55 en/of doopsgezind krijgen bij vrijgekomen ruimten voorrang.Hofjes in Amsterdam (geraadpleegd 27 mei 2026)Doopsgezind Amsterdam (geraadpleegd 27 mei 2026)

Categorie:Bouwwerk in Amsterdam-Centrum Categorie:Gemeentelijk monument in Amsterdam