thumb|Detail van het Monument voor de gesneuvelden van de Eerste Wereldoorlog (1922) in Mol. Florentinus Joannes Henricus (Floris) De Cuyper (Antwerpen, 7 augustus 1875 – Mortsel, 3 oktober 1965) was een Belgisch beeldhouwer en medailleur.Paul Piron (2016) De Belgische beeldende kunstenaars van de 19e tot de 21e eeuw. Brussel: Ludion. . p. 565. Hij signeerde zijn werk als Floris De Cuyper en Floris De Cuijper, zowel met onderkast als hoofdletter D.

Leven en werk Floris De Cuyper was de oudste zoon van Florentius Joannes Antonius (Florent) De Cuyper en van Maria Theresia (Marie) De Beukelaer.Burgerlijke stand van Antwerpen: geboorten 1875, akte 3622. Zijn vader was klerk van het gasthuis en boekhandelaar, later verzekeringsagent. Naar de wens van zijn vader werkte Floris aanvankelijk als glazenmaker, later als diamantslijper."Floris De Cuyper tachtig jaar", De Standaard, 7 augustus 1955, p. 8. Hij maakte de overstap naar het beeldhouwen en werd een leerling van de Borgerhoutse beeldhouwer Jozef Van Ostayen. Vanaf 1891 studeerde De Cuyper aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen, waar hij les kreeg van onder anderen Alphonse Van Beurden, Frans Deckers, Jan Baptist Kerckx en de schilders Léon Brunin en Pierre Van Havermaet. Hij bekwaamde zich op het atelier van Frans Joris in het bewerken van marmer. In 1897 nam hij deel aan de voorrondes van de Prix de Rome, maar deed niet mee aan de uiteindelijke wedstrijd.

De Cuyper werd in 1899 toegelaten tot het Hoger Instituut voor Schone Kunsten, als leerling van Thomas Vinçotte.Cor Engelen en Mieke Marx (2002) Beeldhouwkunst in België vanaf 1830. Brussel: Algemeen Rijksarchief en Rijksarchief in de provinciën, Studia 90. Volume I, p. 394-398. Dankzij een studiebeurs, kon hij in 1899-1900 naar de École des beaux-arts in Parijs, waar hij werkte op het ateliers van Jean-Léon Gérôme. In 1900 mocht hij naast Theo Blickx, Léandre Grandmoulin, Frans Huygelen, Camille Sturbelle en Jules Van Biesbroeck deelnemen aan de Prix de Rome. Hij behaalde een tweede plaats, achter Huygelen."Groote prijskamp van Rome van 1900 - Beeldhouwkunst", Het Handelsblad, 12 april 1900, p. 1; "Prijskamp van Rome", Het Handelsblad, 21 september 1900, p. 1."Kanttekeningen bij grafmonumenten van Jules van Biesbroeck jr.", Ghendtsche Tydinghen. Hij trouwde in 1902 met Hortense Bossaerts (1874-1905) en na haar overlijden in 1907 met Joanna Hens (1874-1952). Uit het tweede huwelijk een zoon Jan De Cuyper (1914-1944), die net als zijn vader beeldhouwer en medailleur werd. Hij was mede verantwoordelijk voor Het Lieven Gevaert-gedenkteken in Mortsel. Jan kwam bij een bombardement in de Tweede Wereldoorlog om het leven.Nele Lernout, "Het Lieven Gevaert-gedenkteken in Mortsel", Monumenten & Landschappen, 7e jaargang, nr. 3, mei-juni 1988, p. 12-18. Van 1924 tot 1940 was Floris De Cuyper docent aan de Antwerpse academie."Nieuwe leraars aan de Academie van Schoone Kunsten", De Standaard, 12 december 1924, p. 5. In 1932 stichtte hij met Alfred Bouchery de tekenschool van Mortsel, waarvan hij directeur werd.

De beeldhouwer maakte meer dan 250 figuratieve sculpturen: bustes, gedenkplaten, grafsculpturen, oorlogsmonumenten voor de beide Wereldoorlogen, allegorische figuren en christelijk-religieuze beelden. Voor de uitvoering van een aantal opdrachten werkte De Cuyper samen met de architect Emiel Van Averbeke. De Cuyper toonde zijn werk op diverse exposities. Hij was bestuurslid van het Peter Benoit-fonds, lid van kunstkring De Scalden en behoorde met zijn zwager Marten Van der Loo en Flor Van Reeth in 1907 tot de oprichters van de kunstkring Streven.

Floris De Cuyper werd meerdere malen onderscheiden, hij werd benoemd tot ridder in de Kroonorde (1925), ridder in de Leopoldsorde (1933), officier in de Orde van Leopold II (1953) en ontving in 1952 de Nikolaus Rockox-onderscheiding. Hij overleed op 90-jarige leeftijd."Floris de Cuyper overleden", Het Laatste Nieuws, 5 oktober 1965, p. 1; "Mort du sculpteur Floris De Cuyper", Le Peuple, 5 oktober 1965, p. 6. In 1975, tien jaar na zijn overlijden, werd op het gemeentehuis van Mortsel een eretentoonstelling gehouden.Dorine Cardyn-Oomen, Leen de Jong, Els Maréchal, Yolande Morel-Deckers en Hedwig Veschaeren (1986) Beeldhouwwerken en assemblages 19de en 20ste eeuw. Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap / Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen. p. 46.

Enkele werken Beeldhouwwerk 1912: Gedenkplaat voor architect Emile Thielens (1854-1911) in de ZOO Antwerpen."In memoriam", Het Handelsblad, 29 juli 1912, p. 3. 1921: Oorlogsmonument in Wijnegem (architect Arthur Smet).Oorlogsmonument Wijnegem, Inventaris Onroerend Erfgoed, onroerenderfgoed.be. 1921-1922: Monument voor de gesneuvelden in Turnhout (architect Emiel Van Averbeke).Monument voor de gesneuvelden, Inventaris Onroerend Erfgoed, onroerenderfgoed.be. 1922: Monument voor de gesneuvelden van de Eerste Wereldoorlog in Mol (architect Emiel Van Averbeke).Monument voor de gesneuvelden van de Eerste Wereldoorlog, Inventaris Onroerend Erfgoed, onroerenderfgoed.be. 1923: Marmeren buste van 'Madame Floris De Cuyper, née Johanna Hens', collectie Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen (KMSKA).Madame Floris De Cuyper, née Johanna Hens, KMSKA. 1923: Oorlogsmonument in Glaaien (architect Emiel Van Averbeke).Monument aux morts – Glons (Bassenge), BE-monumen. 1925: Oorlogsmonument op het voorplein van de Sint-Martinuskerk in Duffel.["Plechtige onthulling van 't monument ter eere onzer gesneuvelde soldaten"], Het Handelsblad, 11 mei 1925, p. 2. 1929: Gedenkplaat met portret van Edward Keurvels voor de Koninklijke Vlaamse Opera in Antwerpen, omlijsting door E. Van Averbeke."Eduard Keurvels", Gazet van Antwerpen, 23 augustus 1929, p. 1. 1931: Monumentale kandelaar in wit marmer (3,75 m) voor de Sint-Romboutskathedraal in Mechelen."Mortsel", Gazet van Antwerpen, 27 maart 1931, p. 4; "Le Samedi Saint sera inauguré", Le Vingtième Siècle, 31 maart 1931, p. 1 (met foto). 1932: Plaquette met reliëfportret van uurwerkmaker Louis Zimmer (1888-1970) aan de ZW-gevel van de Zimmertoren Lier.Plaque commémorative Louis Zimmer – Lier, BE-Monumen. 1934: Marmeren doopvont voor de Onze-Lieve-Vrouw-Boodschapskerk in Elsene.O.L.V. Boodschapkerk, Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Brussels Hoofdstedelijk Gewest. 1934: Buste van componist Flor Alpaerts (1876-1954), collectie Ministerie Vlaamse Gemeenschap - Afd. Beeldende Kunst en Musea.Borstbeeld van Alpaerts, KIK-IRPA. 1946: O.L. Vrouw, beeld als dank voor wonderbare bescherming tijdens de Tweede Wereldoorlog, achter het (voormalig) gemeentehuis in Tielen. 1946?: Gedije de vrede waarvoor zij stierven 1940 - 1945, plaquette in de muur naast de entree van de Sint-Martinuskerk in Westmalle.Oorlogsgedenkteken, standbeelden.be. 1947: Onze-Lieve-Vrouw met Kind, Ossenmarkt in Antwerpen.Onze-Lieve-Vrouw met Kind - Ossenmarkt (op plein), De verbeelding van Antwerpen. Gedenkplaten aan de voorzijde van de Sint-Gertrudiskerk in Wichelen, ter herinnering aan de Eerste Wereldoorlog.Gedenkplaten Wichelen, Koninklijke Nationale Strijdersbond, afdeling Schellebelle. Portretmedaillon van schilder en zwager Marten Van der Loo (1880-1920), geplaatst op diens graf op de begraafplaats van Berchem. Het offer van onze kinderen voor de vrede, reliëf in de Gemeentelijke Jongensschool in Mortsel, ter herdenking aan een bombardement in 1943. In 1999 is een afgietsel ervan geplaatst op het Gemeenteplein in Mortsel.Mortsel gedenkt 5 april 1943, standbeelden.be.

Penningen 1907: Internationale tentoonstelling van jacht en visvangst in Antwerpen.Internationale tentoonstelling van jacht en visvangst Antwerpen 1907, KMSKA. 1911: Inhuldiging van het aquarium en de reptielengalerij van de ZOO Antwerpen.Inauguration de l'aquarium du zoo d'Anvers, Numista. 1914: Eerste reis van het stoomschip Albertville. Plaquette (65 x 46,5 mm).Medal - Maiden Voyage of the Steamship Albertville, Numista. 1919: Mysticus Jan van Ruusbroec (1294-1381), in opdracht van de Nederlandsch-Belgische Vereeniging der Vrienden van de Medaille als Kunstwerk. 1924: Louis Franck (1868-1937), als grondlegger van de Koloniale Hogeschool in Antwerpen, t.g.v. de eerste koloniale jaarbeurs. Stadsmedaille van Gent.Willy Rouquart, "Vergeten Gentse schrijvers: Herman van Overbeke", Ghendtsche Tydinghen, 40e jaargang (2011), nr. 5.

Galerij

Categorie:Belgisch beeldhouwer Categorie:Belgisch medailleur