Frans Jan Hendrik de Wetstein Pfister (Den Haag, 2 januari 1852 – Driebergen, 3 mei 1926) was een Nederlands grootgrondbezitter, plantagedirecteur en advocaat in Nederlands‑Indië en lokaal politicus. Hij speelde een bepalende rol in de ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkeling van Driebergen-Rijsenburg in het begin van de twintigste eeuw.
Familieachtergrond De Wetstein Pfister stamde uit een welgestelde familie met Zwitserse-Nederlandse wortels. Zijn ouders waren Johannes Hendrik de Wetstein Pfister en Rudolphina Gosuina Alida Ketjen. Hij werd geboren aan het Lange Voorhout 62 in Den Haag, het woonadres van zijn vader als lid van de Algemene Rekenkamer tot de hoogste rijksambtenaren behoorde.
Na zijn opleiding tot advocaat trouwde hij in 1877 in Den Haag met Marie Esther Flora Eschauzier, dochter van een gepensioneerd officier van het Oost-Indisch leger Gerard Joachim Eschauzier. Het echtpaar woonde tussen ca. 1880 en 1895 aan de Laan van Meerdervoort 6 in Den Haag, waar hun dochters Caroline Elisabeth (1884) en Flore Jeanne Henriette (1894) werden geboren.
In 1895 verhuisde het gezin naar Driebergen, waar zij zich vestigden op het landgoed Heidestein.
Loopbaan in Nederlands-Indië In zijn jonge jaren werkte De Wetstein Pfister op Java als directeur van de Indische Cultuurmaatschappij. Hij hield zich bezig met de organisatie van plantages en de technische infrastructuur van de onderneming, wat zijn latere interesse in waterbeheer en landschapsinrichting mede vormde.
Vanaf 1886/1887 was hij actief in Modjokerto, waar hij zich ontwikkelde tot een invloedrijke figuur binnen de suikercultuur.Nieuwe Maatschappijen, Bataviaasch nieuwsblad, 12 juni 1897 Op 12 juni 1897 werd hij genoemd als wonend in Modjokerto.Staatscourant, 7 november 1889
In 1889 werd hij commissaris en later mededirecteur van de Maatschappij tot exploitatie van de suikerondernemingen Sentanen Lor, Brangkal en Dinoyo, een onderneming die in 1887 was opgericht door zijn schoonfamilie Eschauzier.
Vervolgens wordt hij in de jaren 1890 genoemd als directeur en/of commissaris van meerdere cultuurmaatschappijen, waaronder de cultuurmaatschappijen Kali Bakar (opgericht 1896), Bogo Kidoel, Pondok-Gedeh en Tangoenan.Algemeen Handelsblad, 10 februari 1918 Hij was daarnaast betrokken bij koffieondernemingen Segoenoeng, Koffieland Soember Aroem en Soeko Ramé.Staatscouranten, 22 januari 1892, 11 april 1894, 25 september 1896, 6 februari 1897, 21 april 1900 en 3 augustus 1894 In 1905 werd hij herkozen als commissaris van de cultuurmaatschappij Ngredjo.Land en Volk, 2 mei 1905
In 1894 werd hij commissaris van de NV Maatschappij tot Exploitatie van het land Wonokoyo, en in datzelfde jaar verwierf hij aandelen in de Sarajoedal Stoomtrammaatschappij. Nog in 1911 wordt hij genoemd op de passagierslijst van de SS Juliana van Nederland naar Batavia.Passagierslijst van het S.S. Prinses Juliana, gezagvoerder J. Versteegh, van Ameterdam naar Batavia 23 December 1911. Passagiers met bestemming naar havens beoosten Port-Saïd in: Provinciale Geldersche en Nijmeegsche courant, 24 december 1911
Andere activiteiten Als commissielid was hij betrokken bij het bijeenbrengen van een nationaal fonds ter ondersteuning van de nabestaanden van militairen van leger en vloot die in Nederlands‑Indië waren omgekomen. De Avondpost, 17 oktober 1894
In Rotterdam was hij lid van de Permanente Commissie der Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Feijenoord.Algemeen Handelsblad, 4 mei 1926 In Den Haag was hij bestuurslid van de plaatselijke afdeling van de vereeniging Nederlandsch Mettray, een protestantse filantropische vereniging die vanaf 1849 bestond en verantwoordelijk was voor de oprichting en instandhouding van de landbouwkolonie Nederlandsch Mettray in Rijsselt bij Eefde (Gelderland).Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage, 24 februari 1903
Vanaf 1897 behoorde hij in Nederland tot de hoogst aangeslagenen in de regio, wat duidt op een succesvolle zakelijke carrière.
Landgoed Heidestein In 1908 kocht De Wetstein Pfister het witte huis Heidestein, gelegen op de heide ten zuiden van Driebergen. Hij paste zijn technische kennis toe op zijn eigen landgoed door een uitgebreid systeem van waterhuishouding aan te leggen, waardoor de heidegronden beter ontwaterd en vruchtbaar werden. Het oorspronkelijke terrein van circa 12 hectare breidde hij uit tot ongeveer 150 hectare. Onder zijn beheer groeide Heidestein uit tot een van de markantste particuliere landgoederen van de regio. Behalve uitbreidingen voorzag hij het landgoed van diverse nieuwe voorzieningen, waaronder vijvers, een theehuis, een zwembad en een tennisbaan. Voor de energievoorziening van het landhuis liet hij een windmolen plaatsen. Een tweede windmolen die hij liet plaatsen, diende om het overtollige water uit het zwembad via een aquaduct af te voeren naar de moestuinen en vijvers.
Daarnaast liet hij een smalspoorbaan aanleggen om het grote volume zand dat vrijkwam bij de aanleg van vijvers en kanalen efficiënt te kunnen verplaatsen. Deze spoorlijn werd tevens gebruikt voor het transport van landbouwopbrengsten en voor het rondrijden van bezoekers over het landgoed.
Na het overlijden van De Wetstein Pfister werd het landgoed verdeeld tussen zijn twee dochters, waardoor de afzonderlijke delen Groot‑Heidestein en Klein‑Heidestein ontstonden. In de daaropvolgende jaren werd er steeds minder geïnvesteerd in het onderhoud van het terrein. Uiteindelijk besloot de familie De Wetstein Pfister in 1974 het gehele landgoed te schenken aan Stichting Het Utrechts Landschap.
Politieke loopbaan Kort na zijn vestiging in Driebergen werd De Wetstein Pfister gemeenteraadslid.Utrechtsch provinciaal en stedelijk dagblad, 9 december 1921 Van 1913 tot 1919 was hij wethouder. Hij stond bekend als een bestuurder die de gemeente zowel financieel als praktisch ondersteunde, onder meer door werk te verschaffen aan werklozen en door bij te dragen aan lokale voorzieningen en infrastructuur.
Nalatenschap Het voormalige landgoed Heidestein is tegenwoordig een belangrijk natuur- en cultuurhistorisch gebied en vormt een blijvende herinnering aan zijn invloed op het lokale landschap.Utrechts Landschap, informatiebord Heidestein.
In 1932, zes jaar na zijn overlijden, werd in het uitbreidingsplan van Van Waveren een nieuwe laan naar hem vernoemd: de De Wetstein Pfisterlaan. De gemeenteraad motiveerde deze keuze met de erkenning dat de gemeente hem veel te danken had.Introductie De Wetstein Pfisterlaan Driebergen, Heuvelrugtopografie
Het gebied rond de laan kreeg later diverse culturele en recreatieve bestemmingen. In 1952 werd er een openluchttheater aangelegd, dat later weer verdween.
Categorie:Nederlands gemeentelijk politicus Categorie:Nederlands ondernemer Categorie:Driebergen-Rijsenburg Categorie:Nederlands advocaat