Lydia Jakovlevna Lipkovska, ook: Lipkovskaja (Russisch: Лидия Яковлевна Липковская) (Babyn (Oblast Tsjernivtsi), 10 mei 1884 – Beiroet, 22 maart 1958) was een operazangeres uit Bessarabië, die tijdens haar leven doorgaans werd aangeduid als Russin. De coloratuursopraan woonde en werkte in Rusland, Frankrijk, de Verenigde Staten, Roemenië en Libanon en trad op over de hele wereld.

Lipkovska werd geboren in een dorp in Noord-Bessarabië, dat tegenwoordig in Oekraïne ligt. Haar vader was er leraar. Haar zangtalent sprong voor het eerst in het oog op het meisjesgymnasium van Kamjanets-Podilsky. Op 17-jarige leeftijd trouwde ze, nog voordat ze haar school had afgemaakt, met de Petersburgse student Kristofor Marschner. Dat huwelijk, waaruit haar dochter Ariadna voortkwam, hield slechts enkele jaren stand.miniatuur|Lydia Lipkovska in 1913 (Sint-Petersburg)Ze volgde vanaf 1903 in Sint-Petersburg een zangopleiding bij Natalia Ireskaja aan het Conservatorium van Sint-Petersburg en zong aansluitend tussen 1906 en 1908 en tussen 1911 en 1913 in het Mariinski-theater. Op haar repertoire stonden onder meer Gilda in Rigoletto (een rol waarmee ze in 1908 ook in Moskou debuteerde), Juliette in Roméo et Juliette en de titelrollen van Lucia di Lammermoor en het Sneeuwmeisje. In de tussenliggende periode zong ze in Parijs, waar ze voor verschillende gezelschappen optrad (Lakmé bij de Opéra-Comique en Juliette bij de Opéra de Paris), in de Scala, in Rome en in New York. Daar debuteerde ze op 18 november 1909 bij de Metropolitan Opera als Gilda, met Caruso als tegenspeler. Ook zong ze in die periode gastrollen in Boston, Chicago en Montreal. Terug in Europa speelde ze opnieuw in Parijs en maakte ze in 1911 haar debuut in Londen (Mimì in La bohéme) en Wenen (de titelrol van Carmen). In 1914 en 1915 zong ze bij het in 1912 opgerichte Muziekdramatheater (Teatr moezykalnoi dramy) van Sint-Petersburg. miniatuur|Als Gilda in Rigoletto (Sint-Petersburg) Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog trouwde ze opnieuw, met de bariton Georges Baklanoff (Georgi Baklanov). Gezamenlijk zongen ze niet alleen in Sint-Petersburg, maar ook bij de Opera van Monte-Carlo. Ook het huwelijk met Baklanoff strandde. Toen in 1917 de Russische Revolutie uitbrak, was ze opnieuw verbonden aan het Mariinski-theater. Ze vluchtte met haar dochter via de Kaukasus naar Odessa, waarvandaan ze dankzij tussenkomst van de Franse officier Pierre Bodin in april 1919 per schip naar Constantinopel kon ontkomen, waar ze dat voorjaar bijdroeg aan een bloeiende emigrantencultuur. Ze trouwde met Bodin en vestigde zich, zoals veel Russische emigranten, in Frankrijk. Een jaar later bracht de RMS Adriatic hen vervolgens naar New York, waar ze haar loopbaan voortzette bij de San Carlo Opera Company: daar debuteerde ze in september in haar Gilda-rol. In de jaren 20 en 30 toerde ze door de Verenigde Staten en Europa. Van februari 1922 tot 1924 trok ze vanuit New York door Azië en Australië met de Russisch-Australische pianist Alexander Sverjensky. In dat verband gaf ze ook een recital in Batavia. Tussen september 1927 en mei 1929 trad ze zo'n 160 keer op in de Sovjet-Unie.

Tweemaal haalde ze in de Verenigde Staten de kranten om niet-muzikale redenen: in 1910, omdat een hotel in Boston een Cup Lydia en een Soufflé à la Lipkowska op het menu had gezet, waartegen ze bezwaar maakte, omdat dit eerbetoon haar reputatie zou schaden. En in 1921 omdat ze twee diamanten ter waarde van 80.000 dollar had verpand bij lommerdbaas Sam Schepps, die deze tot haar ontsteltenis alleen tegen een woekerrente wilde retourneren. miniatuur|Als Juliette (Sint-Petersburg) In 1936 keerde ze terug naar Bessarabië, dat inmiddels Roemeens was geworden. Tot 1941 gaf ze zanglessen aan enkele instellingen in Chișinău. Haar laatste optreden op het toneel vond plaats in het oorlogsjaar 1942 in het toen door Roemenië bezette Odessa (Violetta in La traviata). Ze leidde er vervolgens het plaatselijke conservatorium. Vanaf 1944 doceerde ze in Boekarest, waar Virginia Zeani en Arta Florescu tot haar leerlingen behoorden.

In 1950 vestigde ze zich opnieuw in tijdelijk in Frankrijk, waarna ze in 1952 ging doceren aan de Académie libanaise des beaux-arts in Beiroet. Haar zus woonde al in Libanon. Algauw maakte haar gezondheid haar het werken onmogelijk en ze bracht haar laatste jaren door in de anonimiteit. Ze stierf in 1958 en ligt begraven op een orthodoxe begraafplaats in de wijk Hamra.

Externe links

Lydia Lipkovskaya (Lipkovska, soprano) - selected recordings, een ruim uur aan geluidsopnamen van verschillende aria's (YouTube) House of Lydia Lipkovski(Chișinău) Bronnen en referenties

Categorie:Russisch operazanger