Hendrik Bennink (Assen, 29 mei 1882 – Monaco, 11 februari 1962) noemde zichzelf in advertenties meestal H. Benninck jr. Hij was een Nederlandse architect die met name in de eerste helft van de twintigste eeuw actief was in de stad Coevorden. Hij realiseerde daar uiteenlopende projecten, variërend van scholen en winkelpanden tot arbeiderswoningen en grotere woningbouwcomplexen. Zijn werk werd in zijn latere jaren sterk beïnvloed door de Amsterdamse School.

Biografie Bennink werd in 1882 geboren als zoon van de Asser timmerman en aannemer Harm Bennink en Janna Siepel. Hij trad in de voetsporen van zijn vader en bekwaamde zich in het bouwvak en de architectuur. In 1908 vestigde hij zich in Coevorden, waar zijn vader destijds als aannemer werkte aan de bouw van de Rijks HBS tussen 1909 en 1910.

Bennink trouwde met de Coevordense Jacoba Geertruida Lintel. Het echtpaar betrok een nieuw gebouwde villa met een rieten dak aan de Burgemeester van der Lelysingel.

Bennink nam actief deel aan het maatschappelijke en verenigingsleven in zijn woonplaats. Hij gold als een bedachtzaam mens en was een overtuigd vrijzinnig-democraat. Hij bekleedde diverse bestuursfuncties; zo was hij secretaris van de plaatselijke Handelsvereniging, de Middenstandscentrale en de Sociëteit. Daarnaast stond hij aan de wieg van de lokale Middenstandsbank en was hij voorzitter van de biljartclub.

Bennink overleed in de winter van 1962 op 79-jarige leeftijd tijdens een vakantie in Monaco. Op zijn graf werd een spreuk van de dichteres Henriette Roland Holst aangebracht: “Ik zal de halmen niet meer zien, noch binden ooit de volle schoven, maar doe mij in de oogst geloven waarvoor ik dien...”

Loopbaan en betekenis Bennink bouwde in Coevorden een veelzijdige praktijk op. Zijn eerste omvangrijke opdracht in Coevorden kreeg hij in 1908 van de SDAP: het ontwerpen van de winkel en verbruikscoöperatie Ons Aller Belang aan de Eendrachtstraat. In diezelfde straat ontwierp hij tevens een reeks sobere, doch degelijke arbeiderswoningen. In de jaren daarna volgden diverse winkel- en bedrijfspanden in de binnenstad, waaronder opdrachten voor de firma's Bruintjes-Van de Wal, Fokke, Stegeman, Jonker en Jansen-Sluyters in 1912. Ook ontwierp hij in 1913 een eenvoudig kerk- en verenigingsgebouw aan de Krimweg ten behoeve van de Hervormde Evangelisatievereniging voor Christelijke Belangen.

In de jaren twintig en dertig ontwikkelde zijn stijl zich nadrukkelijk richting de vormentaal van de Amsterdamse School. Twee projecten uit deze periode gelden als representatief voor zijn oeuvre:

Vakschool voor Meisjes uit 1924: Gelegen aan de Mijndert van der Thijnensingel. Bennink was destijds secretaris van het schoolbestuur. Omstreeks de gunning van de ontwerpopdracht trad hij tijdelijk terug om belangenverstrengeling te voorkomen; na de oplevering keerde hij terug als penningmeester. Het symmetrische gebouw met twee verdiepingen, gekenmerkt door een robuuste baksteenarchitectuur, een monumentaal trappenhuis en art-decotegels, werd in de toenmalige pers geprezen als Het Paleis van het Noorden. Het pand is later dankzij lokale inspanningen behouden gebleven en is tegenwoordig een rijksmonument. Verbouwing en uitbreiding Coöperatie Ons Aller Belang uit 1931: In opdracht van het bestuur ontwierp hij een ingrijpende uitbreiding van de bestaande winkel aan de Eendrachtsstraat 11 tot een modern drielaags gebouw met een plat dak. Het ontwerp vertoonde sterke kenmerken van de Amsterdamse School, onder meer door de toepassing van smalle, gekoppelde raampartijen, een overdekt stenen balkon met een onderliggende erker, siertegels op de schoorsteen en gebrandschilderd glas in de bovenlichten.

Daarnaast was hij verantwoordelijk voor het woningbouwproject De Middenstand aan de Burgemeester van der Lelysingel. Dit complex bestond uit twintig woningen, verdeeld over tien geschakelde blokken, hoofdzakelijk bedoeld voor ambtenaren, leraren en gegoede middenstanders. Tevens ontwierp hij een praktijkruimte in kasteelachtige stijl als aanbouw voor de woning van de Coevorder huisarts De Levie.

Opvolging en latere jaren In de latere fase van zijn carrière werkte Bennink nauw samen met zijn zoon, Henri Bennink, die eveneens architect was geworden en als compagnon tot de praktijk toetrad. Tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog weigerde Henri zich aan te sluiten bij de Kulturkammer en dook onder in Friesland. Na de bevrijding zette Henri de praktijk voort vanuit een nieuw gebouwde villa met een ondergrondse garage aan het Stieltjeskanaal. Het architectenbureau, dat destijds naast de directie bestond uit drie tekenaars en een secretaresse, bleef tot de opheffing in de jaren zeventig een rol spelen bij de naoorlogse wederopbouw en de realisatie van uitbreidingsplannen in Noord- en Oost-Nederland. Afbeeldingen

Zie ook Lijst van Nederlandse architecten

Categorie:Nederlands architect Categorie:Geschiedenis van Coevorden