Henry Lewis Benning (Columbia County, 2 april 1814 – Columbus, 10 juli 1875) was een Amerikaans advocaat, rechter, politicus en militair. Naast zijn politieke loopbaan zetelde hij in het hooggerechtshof van Georgia.
Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog diende hij in het Confederate States Army als brigadegeneraal. Hij nam deel aan de meeste veldtochten met het Army of Northern Virginia en werd samen met het korps van luitenant-generaal James Longstreet naar het westelijke front gestuurd waar hij deelnam aan de Slag bij Chickamauga en de Knoxvilleveldtocht. Hij gaf zich over met de rest van het leger bij Appomattox op 9 april 1865.
Vroege jaren Henry L. Benning werd geboren op 2 april 1814 in Columbia County, Georgia.Warner, Ezra J. Generals in Gray: Lives of the Confederate Commanders. Baton Rouge: Louisiana State University Press, 1959. p. 25-26 Hij was de derde van elf kinderen in het gezin van Pleasant Moon Benning en Malinda Meriwether White. Zijn grootvader, Richard White, was een veteraan van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog.U.S. Sons of the Revolution membership application, p. 63 via ancestry.com In 1820 hadden zijn ouders een plantage met 24 slaven.1820 U.S. Federal Census, Capt. William Taynes District, Columbia County, Georgia, p. 1. via ancestry.com Twaalf jaar later vestigden ze zich in Harris County.
Benning kreeg privéles en volgde later een opleiding aan Franklin College waar hij in 1834 afstudeerde. Hij was lid van de Phi Kappa Literary Society, een literaire studentenvereniging. Hij verhuisde naar Talbot County waar hij rechten studeerde bij George W. Towns, de latere gouverneur van Georgia.
In 1835 werd hij toegelaten tot de balie in Muscogee County. Tussen 1837 en 1839 werd hij aangesteld al openbaar aanklager voor Columbus. Op 12 september 1839 trad hij in het huwelijk met Mary Howard Jones. Ze was de dochter van Seaborn Jones, een vooraanstaand advocaat en politicus. Het koppel kreeg tien kinderen waarbij een zoontje die kort na de geboorte overleed en drie dochters die hun kindertijd niet overleefden. Naast zijn juridische loopbaan had Benning een eigen plantage waar uiteindelijk een zestigtal slaven werkten.1860 U.S. Federal Census for Upper Muscogee County, Georgia p. 9 via ancestry.com
Politieke loopbaan In 1840 stelde Benning zich verkiesbaar voor een zitje in het Georgia General Assembly maar werd niet verkozen. Hij bleef politiek actief. Benning was een vurig voorstander van secessie en een even felle tegenstander van het abolitionisme en de emancipatie van slaven. In een brief, die hij in juli 1849 aan Howell Cobb richtte, schreef hij dat zelfs een Zuidelijke confederatie niet genoeg zou zijn omdat de instituut van de slavernij in verschillende Zuidelijke staten aan het afnemen was. In diezelfde brief verwees hij naar de oprichting van een "consolidated Republic" waarbij het instituut van de slavernij onder de controle moest gebracht worden van zij die het er meest bij gebaat waren.
Benning was een van de inwoners van Georgia die in 1850 vertegenwoordigers van acht slavenstaten bijeenriep in Nashville, Tennessee. De opzet was om na te denken over acties die ze konden ondernemen tegen het Amerikaanse congres waar ze debatteerden over het inperken van slavernij in nieuwe gebieden. De Compromis van 1850 haalde de lont uit het kruitvat van mogelijke secessie van de Zuidelijke staten. Een jaar later stelde Benning zich kandidaat voor de Democratische Partij in het Amerikaans Congres. Hij kon opnieuw niet winnen.
In 1853 werd Benning verkozen tot rechter in het hooggerechtshof van Georgia. Het volgende jaar publiceerde hij Padelford v. Savannah waarin hij het hooggerechtshof van een staat op hetzelfde niveau plaatste als het federaal hooggrechtshof om te beslissen over constitutionele vraagstukken. Dit werd met open armen ontvangen in de Zuidelijke staten.Hewitt, pp. 100-01.
Tijdens de Democratische nationale conventie van 1860 leidde Benning de delegatie uit Georgia. Toen er geen consensus bereikt werd over het opnemen van een artikel over de onvoorwaardelijke steun voor slavernij, verlieten Benning en zijn delegatie de conventie. Dit luidde de definitieve breuk in binnen de Democratische waardoor de Republikeinen de presidentsverkiezingen van 1860 binnenhaalden.
Na de overwinning van Abraham Lincoln stuurde Benning op 19 november 1860 een brief naar het staatsparlement van Georgia waarbij hij aandrong op onmiddellijke secessie. Toen er een secessieconventie werd opgericht, nam Benning deel als vertegenwoordiger van Muscogee County. Hij trad op als tijdelijke voorzitter tot George W. Crawford officieel werd aangeduid. Daarna was hij een van de auteurs van de secessie-ordonantie.
Begin 1861 benoemden de Zuidelijke staten, die reeds voor secessie hadden gekozen, verschillende commissarissen die naar andere staten met een slavenpopulatie werden gestuurd. Deze speciale gezanten dienden deze staten te overtuigen om zich ook af te scheuren van de Unie der Verenigde Staten. Benning werd naar Virginia gestuurd. Tijdens de Virginia secession convention in februari hield Benning een toespraak. Hij sprak over etnische vooroordelen en gevoelens voor het instituut van de slavernij. Hij waarschuwde de conventieleden dat indien ze niet voor secessie zouden kiezen de Noordelijke abolitionisten hun slaven zouden vrijlaten. Benning sloot af met een persoonlijk statement waarbij hij liever ziek zou worden of omkomen van honger vooraleer hij de Afro-Amerikanen als vrije en gelijke burgers zou aanvaarden.
Amerikaanse Burgeroorlog Hoewel Benning gevraagd werd om zitting te nemen in de regering van de pas opgerichte Geconfedereerde Staten van Amerika koos hij er voor om dienst te nemen in het Confederate States Army. Hij rekruteerde manschappen die zouden opgenomen worden in het reguliere leger als het 17th Georgia Infantry Regiment. Op 15 augustus 1861 werd hij verkozen tot kolonel en hun bevelvoerend officier.Sifakis. p. 24. Het regiment werd ingedeeld in de brigade van brigadegeneraal Robert Toombs in de rechtervleugel van het Army of Northern Virginia onder leiding van generaal Robert E. Lee.Eicher, pp. 128-29.
Hij nam deel aan de Zevendagenslag maar het botste al snel tussen zijn militaire taken en politieke overtuigingen. Hij stelde de Conscription Act openlijk in vraag en waarschuwde voor het gevaar dat deze wet inhield voor de rechten van de individuele staten. Hij weigerde om bepaalde bevelen te gehoorzamen tot hij bijna voor de krijgsraad diende te verschijnen. Kolonel Thomas R. R. Cobb kon de situatie ontmijnen. Met zijn regiment nam hij deel aan de Tweede Slag bij Bull Run in augustus 1862 en de Slag bij Antietam in september. Tijdens deze laatste slag speelde zijn regiment een belangrijke rol in het afslaan van verschillende aanvallen op de Zuidelijke rechterflank bij "Burnside's Bridge" Er werd niet langer getwijfeld aan zijn inzet en moed door zijn superieuren en kreeg van zijn soldaten de bijnaam "Old Rock". Nadat brigadegeneraal Toombs gewond raakte, nam Benning het bevel van de brigade op zich. Ook tijdens de Slag bij Fredericksburg voerde hij opnieuw het bevel over de brigade. Benning werd 23 april 1863 bevorderd tot brigadegeneraal met terugwerkende kracht vanaf 17 januari.
Tot het einde van de oorlog voerde hij het bevel over zijn eigen brigade of "Benning's Brigade" in de divisie van generaal-majoor John Bell Hood. Hij was niet aanwezig bij de Zuidelijke overwinning bij Chancellorsville omdat zijn brigade (met de rest van Longstreets korps) in Zuidelijk Virginia gestationeerd was. Zijn brigade nam wel deel aan de Slag bij Gettysburg. Op 2 juli, de tweede dag van de veldslag, voerde Benning zijn brigade aan tijdens de Zuidelijke aanvallen op Devil's Den op de Noordelijke linkerflank. Ze verdreven hun tegenstanders maar leden zelf zware verliezen. In september werd het Longstreets First Corps gedetacheerd om het Army of Tennessee van generaal Braxton Bragg te versterken. Op de tweede dag van de Slag bij Chickamauga nam Bennings brigade deel aan de aanval van Longstreet op het Noordelijke centrum toen daar door toedoen van generaal-majoor William S. Rosecrans een gat was ontstaan. Tijdens de aanval werd zijn paard doodgeschoten. Hij klom op een ander paard die ook gedood werd. Een Noordelijke tegenaanval brak Bennings brigade. Toen Benning in halve paniek dit rapporteerde aan Longstreet kon hij Benning kalmeren en hem terug op pad sturen om zijn brigade te hergroeperen voor een nieuwe aanval.Cozzens, pp. 410-11 en Sorrel, p. 203.
Op 28 en 29 oktober nam Bennings brigade deel aan de Slag bij Wauhatchie en sloot zich daarna aan bij Longstreet tijdens de opmars naar Knoxville. Daarna sloot Longstreets korps zich opnieuw aan bij het Army of Northern Virginia waar het net op tijd was om deel te nemen aan de Overlandveldtocht. Benning raakte op 5 mei 1864 ernstig gewond aan zijn linkerschouder tijdens de Slag in de Wildernis. Door zijn lang herstel miste hij de rest van de overlandveldtocht en sloot zich opnieuw aan toen de Richmond-Petersburgveldtocht ten einde liep. Benning was een van de laatste brigadegeneraals die op 9 april 1865 de wapens inleverde na de overgave van Lee bij Appomattox Courthouse.
Latere jaren thumb|right|upright|Benning na de oorlog Na de oorlog keerde Benning terug naar huis. Hij had een groot deel van zijn geld in land en slaven geïnvesteerd. Het land was door de oorlog verwoest en zijn slaven waren vrij. Hij opende opnieuw zijn advocatenkantoor en bouwde zijn huis opnieuw op. Zijn echtgenote overleed in 1867.
Toen hij op weg was naar de rechtbank werd Benning getroffen door een beroerte.Welsh. p. 21. Hij overleed op 10 juli 1875. Benning werd begraven op het Old City Cemetery in Columbus, Georgia.
Nalatenschap In 1918 diende de Columbus Rotary Club een aanvraag in bij het U.S. Army om de nieuwe infanterieschool in Muscogee County Fort Benning te noemen. Dit werd goedgekeurd.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd een Libertyschip naar hem vernoemd, namelijk de SS Henry L. Benning. Het schip werd ingezet om voorraden en soldaten naar de Stille Oceaan te brengen.
Na de Protesten na de dood van George Floyd gingen er opnieuw stemmen op om de namen van alle militaire installaties, kampen, etc. met namen van Zuidelijke officieren te veranderen. Fort Benning werd veranderd in Fort Moore, vernoemd naar luitenant-generaal Hal Moore. In 2025 veranderde de naam opnieuw naar Fort Benning maar verwees nu naar korporaal Fred G. Benning die een Distinguished Service Cross had ontvangen voor zijn inzet tijdens de Eerste Wereldoorlog.
Zie ook Lijst van generaals in de Amerikaanse Burgeroorlog (Confederatie)
Categorie:Amerikaans generaal Categorie:Generaal van de Geconfedereerde Staten