De Aktie Portugesia was een collectieve reddingspoging tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1941–1944) die beoogde de in Nederland wonende Portugees-Joodse Nederlanders aan de jodenvervolging te onttrekken. De operatie maakte gebruik van de eigen rassenleer van de bezetter: door middel van historische, genealogische, fysisch-antropologische en culturele argumenten werd aangevoerd dat de Sefardische Nederlanders niet tot het ‘Joodse ras’ behoorden, maar tot een afzonderlijk ‘West-Mediterraans’ of ‘Iberisch’ ras. De aanvragen liepen via de Duitse jurist Hans Calmeyer op het Generalkommissariat für Verwaltung und Justiz in Den Haag. De circa 300 op zijn Sperrliste geplaatste Portugese Joden werden niettemin in de nacht van 1 op 2 februari 1944 opgepakt en naar Westerbork gebracht, waarna een Berlijnse rassencommissie de vrijstelling alsnog terugdraaide. Het overgrote deel werd vervolgens via Theresienstadt naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd en daar vermoord.
Achtergrond De Portugees-Joodse gemeenschap in Nederland De Sefardische Joden waren na het verdrijvingsedict van 1492 uit de Kroon van Castilië en Kroon van Aragón verdreven. Wie zich op het Iberisch Schiereiland niet wilde laten dopen, vertrok; wie zich wel liet dopen kreeg de status van Nieuw-Christen. Vanaf het einde van de zestiende eeuw vestigden zich grote aantallen Nieuw-Christelijke en openlijk Joodse families uit Spanje en Portugal in Amsterdam, dat na 1578 was overgegaan naar het protestantisme en relatieve godsdienstvrijheid kende. De Sefardim trouwden gedurende eeuwen vrijwel uitsluitend binnen de eigen gemeenschap; vermenging met de later gearriveerde Asjkenazim uit Duitsland en Oost-Europa was zelfs verboden. Dat strikte endogame huwelijkspatroon zou tijdens de bezetting het kernargument van de Aktie Portugesia worden.
Calmeyer en de afstammingszaken In het Generalkommissariat für Verwaltung und Justiz beoordeelde Hans Calmeyer vanaf 1941 verzoeken om herziening van de op grond van de Verordening 6/1941 toegekende Joodse status. Calmeyer liet in de praktijk een aanzienlijk breder palet aan bewijsmiddelen toe dan het Reichssippenamt in Duitsland hanteerde. In juli 1941 willigde hij twee individuele Sefardische verzoeken in: de aanvragers werden van ‘Joods’ herclassificeerd naar ‘arisch’. Binnen de Portugees-Joodse gemeenschap raakte dit besluit snel bekend en het bracht een stroom individuele bezwaarschriften op gang.
Ontstaan en organisatie Initiatiefnemers Het idee om de individuele bezwaarschriften te vervangen door een collectieve juridische operatie kwam in 1942 van rechter Nochem de Beneditty, samen met M.S. Vaz Diaz en Bert Nienhuis. Vanaf dat moment begon de Sefardische gemeenschap zich systematisch op een gezamenlijke aanvraag te richten.
Advocatencollectief Voor de juridische uitwerking werd een advocatencollectief gevormd, waarin onder anderen Nino Kotting en Jaap van Proosdij een centrale rol speelden. Zij verzamelden bezwaarschriften, stambomen en historische documentatie, en zouden ook na de oorlog een groot deel van het bewijsmateriaal bewaren. Kotting droeg zijn archief van afstammingszaken in 1959 over aan het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie. Beiden werden later postuum dan wel bij leven erkend als Rechtvaardige onder de Volkeren.
Wetenschappelijke onderbouwing De inhoudelijke kern werd geleverd door de fysisch antropoloog Arie de Froe (1907–1992). De Froe baseerde zich op eerder onderzoek van neuroloog C.U. Ariëns Kappers, die in 1934 schedelmetingen had verricht bij 235 Portugees-Joodse Nederlanders en daaruit concludeerde dat deze gemiddeld een langwerpiger schedelvorm hadden dan Asjkenazische Joden. De Froe onderzocht 375 Portugese Joden, identificeerde 32 lichaamskenmerken die volgens hem differentieel verschilden van die van de Asjkenazim, en concludeerde dat de Sefardim tot een afzonderlijk ‘West-Mediterraan ras’ behoorden.
Aanvullend deed psychiater Coen van Emde Boas psychologisch onderzoek bij dezelfde aanvragers, met het oog op een toe te voegen karakterprofiel. Verder werd een fotoboek met portretten van welgestelde, ‘geciviliseerde’ Portugees-Joodse personen uit voorgaande eeuwen samengesteld, en werden steunbetuigingen geworven van bezettingsgezinde Nederlandse hoogleraren. In het Amsterdamse stadsarchief werkten tientallen vrijwilligers aan het reconstrueren van de stambomen.
Argumentatie Het rapport dat bij Calmeyer werd ingediend rustte op meerdere pijlers. Genealogisch werd betoogd dat de Sefardim die zich na het verdrijvingsedict tijdelijk als Nieuw-Christen lieten dopen, zich in de zestiende eeuw met de oudchristelijke aristocratie van Spanje en Portugal hadden vermengd, en dat hun ‘Joodse bloed’ daardoor verdund was geraakt. Historisch en cultureel werd benadrukt dat de gemeenschap een uitzonderlijk aandeel artsen, kunstenaars, juristen en filosofen had voortgebracht, een argument dat impliciet inging tegen de antisemitische karikatuur van een ‘gesloten, op geld gefixeerde bevolkingsgroep’. Fysisch-antropologisch en psychologisch werden de bevindingen van De Froe, Ariëns Kappers en Van Emde Boas ingezet. Religieus en linguïstisch werd gewezen op het zelfstandige karakter van de Portugees-Joodse liturgische traditie en het Portugees en Spaans als gemeenschapstaal.
Verloop, 1942–1944 Calmeyer toonde zich welwillend, maar bleef onder druk van Berlijn terughoudend in het aantal toegekende vrijstellingen. Van de oorspronkelijke 375 aanvragers werden er uiteindelijk circa 308 op de zogenoemde Portugezenlijst of Zurückstellungsliste geplaatst. Aan plaatsing was de status bis auf Weiteres (‘tot nader order’) verbonden: een voorlopige vrijstelling van deportatie, niet anders dan een Sperre. De lijst hield ongeveer twee jaar stand. Vrijwel niemand van de groep dook in die periode onder; men vertrouwde op de bescherming die Calmeyers beslissing leek te bieden.
Razzia van 1 februari 1944 en nasleep in Westerbork In de nacht van 1 op 2 februari 1944 werden de mensen op de Portugezenlijst in een razzia opgepakt en naar Westerbork overgebracht. Berlijn had drie SS-officieren afgevaardigd, onder wie Wilhelm Zöpf en Herbert Aust, om het verzoek opnieuw te beoordelen. In een afzonderlijke barak moesten de Portugese Joden langs de commissie defileren in wat een van de aanwezigen later omschreef als een stamboekveemonstering. Het rapport van De Froe, het fotomateriaal en de vergelijkende tabellen maakten op de commissie geen indruk. Het oordeel luidde dat de groep ‘eeuwenlang als Jood had geleefd’ en in raciaal opzicht moest worden gerangschikt onder het Rassisches Untermenschentum. De vrijstelling werd ingetrokken.
Op 25 februari 1944 werd het overgrote deel van de groep gedeporteerd naar Theresienstadt, van waaruit een groot deel doorging naar Auschwitz-Birkenau. Slechts een klein aantal overleefde de oorlog. Tot de op die lijst geplaatste en vermoorde initiatiefnemers behoorde rechter Nochem de Beneditty zelf, die op 1 oktober 1944 in Auschwitz-Birkenau om het leven kwam.
Nasleep en historiografie Na de oorlog werd de Aktie Portugesia decennialang met onbehagen omgeven en in de Joodse gemeenschap nauwelijks publiekelijk besproken: een reddingspoging die gebruik had gemaakt van de raciale categorieën van de tegenstander liet zich slecht inpassen in het naoorlogse herdenkingskader. Pas in 2015 bracht NIOD-historicus Jaap Cohen met zijn aan de Universiteit van Amsterdam verdedigde proefschrift De onontkoombare afkomst van Eli d’Oliveira. Een Portugees-Joodse familiegeschiedenis de operatie integraal in beeld. Cohens studie volgt de actie door de lens van de Amsterdamse Sefardische familie D’Oliveira en geldt sindsdien als het standaardwerk over het onderwerp.
Verschillende sleutelfiguren uit de operatie ontvingen postuum dan wel bij leven van Yad Vashem de onderscheiding Rechtvaardige onder de Volkeren: Hans Calmeyer (1992), Jaap van Proosdij (1997), Arie de Froe (2006) en Nino Kotting (2006). Het Teylers Museum in Haarlem besteedde in 2014 aandacht aan de Aktie Portugesia in de tentoonstelling Op het eerste gezicht.
Sleutelfiguren Naam Rol Nochem de Beneditty Initiatiefnemer, rechter, bestuurslid Joodsche Raad M.S. Vaz Diaz Mede-initiatiefnemer Bert Nienhuis Mede-initiatiefnemer Nino Kotting Advocaat Jaap van Proosdij Advocaat Arie de Froe Fysisch antropoloog C.U. Ariëns Kappers Wetenschappelijk grondlegger (schedelmetingen, 1934) Coen van Emde Boas Psychiater, psychologisch onderzoek Hans Calmeyer Duitse beslisambtenaar afstammingszaken
Literatuur Jaap Cohen, De onontkoombare afkomst van Eli d’Oliveira. Een Portugees-Joodse familiegeschiedenis, Querido, Amsterdam 2015, Jaap Cohen, ‘Wij zijn geen Joden’, in: Geschiedenis Magazine, nr. 3 (april–mei 2015) Coen Stuldreher, De legale rest. Gemengd gehuwde Joden onder de Duitse bezetting, Boom, Amsterdam 2007 Ruth van Galen-Herrmann, Calmeyer. Dader, redder of allebei?, Aspekt, Soesterberg 2009
Externe links Biografie Nochem de Beneditty op Joods Amsterdam Vergeten list met de nazi-rassenleer (NOS, 2014) Van Moseh tot Ulli (De Groene Amsterdammer, 2015) Een Portugees-Joodse familiegeschiedenis (Historiek)
Referenties
Categorie:Holocaust in Nederland Categorie:Tweede Wereldoorlog in Amsterdam Categorie:Geschiedenis van de Joden in Nederland