Elias Eli d'Oliveira (Amsterdam, 6 februari 1886 – Auschwitz-Birkenau, 21 oktober 1944) was een Nederlands journalist, schrijver, stenograaf, psycholoog en pedagoog uit de Portugees-Joodse gemeenschap van Amsterdam. Hij geldt als een van de pioniers van het literaire interview in Nederland; zijn interviewbundels De mannen van '80 aan het woord (1909) en De jongere generatie (1914) zijn klassiek geworden bronnenwerken voor de Nederlandse letterkunde rond de eeuwwisseling. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland zette D'Oliveira zich intensief in voor de Aktie Portugesia, een collectieve juridische operatie waarmee Portugees-Joodse Nederlanders aan de jodenvervolging trachtten te ontkomen. Hij en zijn tweede echtgenote werden in 1944 in Auschwitz vermoord.
Achtergrond en jeugd Hij was zoon van Grietje Jessurum de Oliveira en Raphael Jessurum d’Oliveijra, zij kregen drie kinderen. Hij trouwde in 1907 met Simcha Lopes Cardozo met een echtscheiding in 1929. In 1941 hertrouwde hij met haar zuster Louisa Lopes Cardozo. Uit het eerste huwelijk kwamen (voor zover bekend) twee kinderen: Elsa en Jaap d'Oliveira.Stadsarchief Amsterdam: Archiefkaart Abraham Elia d’Oliveijra Eli werd geboren in een Portugees-Joodse familie die haar wortels terugvoerde tot de Sefardische emigratie uit het Iberisch Schiereiland omstreeks 1600. Hij had ten minste één broer, Jacob Jessurun d'Oliveira (Amsterdam, 22 januari 1888 – Antwerpen, 9 november 1905), met wie hij in het begin van de twintigste eeuw enige tijd in Antwerpen verbleef. Het echtpaar D'Oliveira vestigde zich later aan de De Lairessestraat 121 in Amsterdam-Zuid, waar het in de bezettingsjaren woonde.
Literaire en journalistieke loopbaan Stenografie als methode D'Oliveira beheerste het in 1899 door A.W. Groote geïntroduceerde Nederlandse stenografische systeem. Dat snelschrift stelde hem in staat om interviews letterlijk vast te leggen, een werkwijze die destijds in Nederland nog ongebruikelijk was en die hem in staat zou stellen het literaire interview als zelfstandig genre uit te bouwen.Jacqueline Bel, ‘Journalistiek en literatuur’, in: Bloed en rozen. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1900–1945, Amsterdam 2018.
Vroege publicaties Zijn eerste boekpublicatie was de tweedelige reportage Quasi-socialisten. Hollanders te Antwerpen (ca. 1907), die voortvloeide uit zijn verblijf in Antwerpen.
De mannen van '80 aan het woord (1909) In 1909 publiceerde D'Oliveira De mannen van '80 aan het woord. Gesprekken met Nederlandsche letterkundigen, een bundel lange interviews met de nog levende protagonisten van de Beweging van Tachtig, onder wie Lodewijk van Deyssel, Frederik van Eeden, Willem Kloos, Albert Verwey en Herman Gorter. Het boek werd ontvangen als een nieuw soort literaire journalistiek: D'Oliveira liet de schrijvers in directe rede aan het woord en confronteerde hen onbevangen met vragen over hun werk, generatie en wereldbeschouwing. Het werk geldt sindsdien als een hoekpunt in de wordingsgeschiedenis van het Nederlandstalige literaire interview.
De jongere generatie (1914) Vijf jaar later verscheen het vervolg De jongere generatie (1914), waarin D'Oliveira de generatie na de Tachtigers interviewde, onder anderen Karel van de Woestijne, Is. Querido, Josine Simons-Mees, Frans Bastiaanse, J.D. Bierens de Haan, P.N. van Eyck, Johan de Meester en Carel Scharten. Daarmee schiep hij in twee delen een eigentijdse momentopname van het Nederlandstalige literaire veld voor en kort na de Eerste Wereldoorlog.
Later werk In 1920 verscheen Grenzen, een essayistische bundel die onder andere werd besproken door Martinus Nijhoff in diens kritische proza. D'Oliveira publiceerde verder essayistisch en journalistiek werk, onder meer in het tijdschrift Den Gulden Winckel. Posthuum verschenen enkele van zijn nagelaten teksten, waaronder ‘De betekenis van de organische minderwaardigheid voor Van Deyssels stijl’ in Merlyn (1965) en een hervonden interview met arts en schrijver A. Aletrino in Bzzlletin (19821983) — bezorgd door zijn zoon Hans Ulrich, die bij laatstgenoemd tijdschrift redacteur was geweest.
Tweede Wereldoorlog Aktie Portugesia
Onder de Duitse bezetting van Nederland kwam D'Oliveira's psychologische en historische belangstelling samen met de strijd om zijn eigen voortbestaan. In het kader van de Aktie Portugesia — de poging om door middel van een afstammingsargument langs de Duitse rassenwetten heen te leven — werkte hij intensief aan een uitvoerige stamboom en aan een onderbouwing op cultuurhistorische, psychologische en linguïstische gronden. Zijn omvangrijke dossier kwam jaren na de oorlog door toeval terecht in een ongeïnventariseerde doos in de kelder van het Nationaal Archief in Den Haag, afkomstig uit de nalatenschap van zijn advocaat; daarmee werd het de feitelijke startaanleiding voor het promotieonderzoek van Jaap Cohen. Volgens Cohen heeft D'Oliveira zijn argumentatie uiteindelijk niet bij de Duitse jurist Hans Calmeyer ingediend; vermoedelijk omdat hij de psychologische hypothese van Coen van Emde Boas, die deel uitmaakte van zijn dossier, zelf niet meer hardop kon maken.
Deportatie en dood D'Oliveira en zijn echtgenote werden in 1944 alsnog opgepakt en via Westerbork gedeporteerd naar Auschwitz-Birkenau, waar beiden datzelfde jaar werden vermoord. Hun zoon Hans Ulrich (Ulli) Jessurun d'Oliveira (geb. 1933) overleefde de oorlog als ondergedoken kind; verschillende kleinkinderen werden later geboren in de families Rodrigues Pereira en Jessurun d'Oliveira.
Nasleep en betekenis In de naoorlogse jaren werd D'Oliveira door kunstenaar en criticus C.J. Kelk in het tijdschrift Ad Interim (1947) herdacht in het portret ‘Wijlen E. d'Oliveira, het type van den intellectueel’. Zijn interviewbundels bleven binnen de Nederlandse literatuurgeschiedenis een referentiepunt, en werden onder meer behandeld in K. ter Laans Letterkundig woordenboek voor Noord en Zuid (1952), in Van Bork en Verkruijsses De Nederlandse en Vlaamse auteurs (1985) en in Jacqueline Bels standaardwerk Bloed en rozen. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1900–1945 (2018), waarin hij figureert in het hoofdstuk over journalistiek en literatuur.
In 2003 namen vier kleinkinderen van D'Oliveira het initiatief tot een familieboek; in 2009 werd dit project overgedragen aan de historicus Jaap Cohen, die er met zijn proefschrift op promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam. De handelseditie De onontkoombare afkomst van Eli d'Oliveira. Een Portugees-Joodse familiegeschiedenis verscheen in 2015 bij Querido en geldt sindsdien als het standaardwerk over de Aktie Portugesia. In hetzelfde jaar publiceerde D'Oliveira's zoon Hans Ulrich Jessurun d'Oliveira de studie Ontjoodst door de wetenschap. De wetenschappelijke en menselijke integriteit van Arie de Froe (2015), waarin hij de rol van fysisch antropoloog Arie de Froe in de Aktie Portugesia onder de loep nam.
Bibliografie Boeken Quasi-socialisten. Hollanders te Antwerpen (2 delen), ca. 1907 De mannen van '80 aan het woord. Gesprekken met Nederlandsche letterkundigen, 1909 De jongere generatie, 1914 Grenzen, 1920
Postuum verschenen werk (selectie) ‘De betekenis van de organische minderwaardigheid voor Van Deyssels stijl’, Merlyn, jrg. 3 (1965) ‘Dr. A. Aletrino aan het woord’, Bzzlletin, jrg. 11 (1982-1983) ‘I Over hemzelf aan anderen’, Maatstaf, jrg. 11 (1963-1964)
Literatuur C.J. Kelk, ‘Wijlen E. d'Oliveira, het type van den intellectueel. Geboren 1886, overleden 1944’, Ad Interim, jrg. 4, 1947 K. ter Laan, Letterkundig woordenboek voor Noord en Zuid, 1952 G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse (red.), De Nederlandse en Vlaamse auteurs, 1985 Jaap Cohen, De onontkoombare afkomst van Eli d'Oliveira. Een Portugees-Joodse familiegeschiedenis, Querido, Amsterdam 2015, Hans Ulrich Jessurun d'Oliveira, Ontjoodst door de wetenschap. De wetenschappelijke en menselijke integriteit van Arie de Froe, Amsterdam 2015 Jacqueline Bel, Bloed en rozen. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1900-1945, Amsterdam 2018
Externe links
Joods Monument-pagina over het familieboek
Categorie:Kampgevangene in Westerbork Categorie:Nederlands journalist Categorie:Nederlands schrijver Categorie:Nederlands essayist Categorie:Nederlands Holocaustslachtoffer Categorie:Omgekomen in concentratiekamp Auschwitz