Hendrik Henricus Cannegieter (Witmarsum, 25 mei 1757 – Winschoten, 25 januari 1826) was een Nederlands theoloog en bestuurder. Hij was een telg uit het patriciaatsgeslacht Cannegieter.

Biografie

Familie en opleiding Hendrik Cannegieter was de oudste zoon van predikant Hendrik Gerrit Cannegieter (1728–1808) en een kleinzoon van geschiedkundige Hendrik Cannegieter (1691–1770). Hij studeerde theologie aan de Universiteit van Franeker en nam in november 1778 een beroep naar de hervormde gemeente van Langweer aan. Daar trouwde Cannegieter op 23 september 1781 met de uit Leeuwarden afkomstige Johanna Jacoba Pierson, telg uit het patriciaatsgeslacht Pierson en kleindochter van predikant Jacobus Pierson (1699–1784).De stamboom van de familie Pierson is verder uitgewerkt in Nederlands Patriciaat 50 (1964), p.344 e.v. Uit dit huwelijk werden negen kinderen geboren, onder wie arts en aspirant hoogleraar Johannes Jacobus Cannegieter (1783–1817), predikant Hendrik Gerrit Cannegieter (1790–1859) en jurist Tjeerd Henricusz Cannegieter (1797–1869), de latere president van de rechtbank te Winschoten.

Loopbaan In 1785 nam Cannegieter een beroep aan naar de Nicolaaskerk in Deersum, om ruim een jaar later een beroep naar de Grote of Martinikerk in Sneek aan te nemen. Daar werd hij in februari 1795 als gevolg van de politieke omwenteling van de Bataafse Revolutie verkozen tot Provisioneel Representant van het Volk van Friesland (het hoogste bestuursorgaan van het gewest Friesland, dat de Staten van Friesland verving) namens Sneek. Tussen 2 en 16 april 1795 was Cannegieter tevens voorzitter van de Representanten. Ook was hij lid van zowel de Commissie van Correspondentie en Waakzaamheid als de Commissie van Gedeputeerden.

Vermoedelijk behoorde Cannegieter tot het kamp van de federalisten, aangezien hij in januari 1796 werd afgezet in Sneek en Friesland moest ontvluchten, waarop hij zich in de provincie Groningen vestigde. Daar nam hij in maart 1798 een beroep aan naar de Marktpleinkerk in Winschoten. In 1816 werd hij lid van het Provinciale Kerkbestuur van de provincie Groningen.

Overlijden Hendrik Cannegieter overleed op 25 januari 1826 en werd begraven op de begraafplaats van Winschoten. Op zijn eigen verzoek kreeg hij zijn laatste rustplaats in een hoek van het kerkhof waar de Spaanse gesneuvelden van de Slag bij Heiligerlee waren begraven. Deze plek werd door de plaatselijke bevolking doorgaans gemeden. Enkele weken later werd ook zijn echtgenote daar begraven. Nadien vonden meer Winschoters hun laatste rustplaats op dit gedeelte van de begraafplaats. Theoloog en hoogleraar Tjeerd Cannegieter (1846–1929) en burgemeester Johannes Jacobus Cannegieter (1841–1920) waren een achterkleinzoon van hem.

Categorie:Nederlands predikant