Johannes Baptist (Hans) Opschoor (22 mei 1944 – 4 mei 2026) was een Nederlandse econoom, gespecialiseerd in milieu- en ecologische economie. Hij genoot nationale en internationale bekendheid vanwege zijn academische werk en zijn inzet voor gerechtigheid, milieu en de christelijke oecumene. Daarnaast bekleedde hij hoogleraarschappen aan de Vrije Universiteit (VU) en diverse internationale universiteiten, en diende hij als rector van het International Institute of Social Studies (ISS) in Den Haag.

Vroege leven en studie Opschoor groeide op in een Christelijk Gereformeerd gezin in Zwijndrecht. Hij ging economie studeren in Rotterdam, waar hij als medewerker grote interesse ontwikkelde in wat economische groei voor het milieu en de maatschappij betekent. Een kantelpunt in zijn academische pad vond plaats in 1970, toen hij aan de Vrije Universiteit de promotie bijwoonde van econoom Bob Goudzwaard. Diens theorieën over ‘ongeprijsde schaarste’ en de doorgaans verwaarloosde externe effecten van de economie inspireerden Opschoor om deze gedachten empirisch toe te passen.

Academische carrière In 1971 behoorde Opschoor tot de oprichters van het Instituut voor Milieuvraagstukken (IVM) aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Hij promoveerde in 1974 op een proefschrift over de economische waardering van milieuverontreiniging en ontwikkelde zich daarmee tot een van de grondleggers van de milieueconomie in Nederland. Hierbij introduceerde en ontwikkelde hij onder meer het begrip ‘milieugebruiksruimte’.

Vanaf 1978 specialiseerde Opschoor zich verder in de internationale aspecten van de milieueconomie en Noord-Zuidverhoudingen. Als onderzoeker woonde hij samen met zijn vrouw Irene en hun gezin een tijd in Botswana voor een project over milieu en plattelandsontwikkeling, op afstand mede begeleid door Goudzwaard. Toen zij in 1980 samen de Kalahari-woestijn bezochten en deze na een hevig onweer plotseling zagen bloeien, beschreef Opschoor dit natuurverschijnsel als een "in de werkelijkheid verscholen mogelijkheid", verwijzend naar een visioen uit het Bijbelboek Jesaja. Vanuit zijn betrokkenheid bij het National Institute for Research van de Universiteit van Botswana trad hij datzelfde jaar tevens op als een van de oprichters van de Organization for Social Science Research in Eastern and Southern Africa (OSSREA).

Tussen 1982 en 1990 stuurde hij het IVM aan als directeur. In 1987 ontving hij een benoeming tot hoogleraar aan de VU, waar hij tijdens zijn oratie de nadruk legde op duurzaamheid. Tevens vervulde hij de rol van eerste hoofdredacteur van het wetenschappelijke tijdschrift Environmental & Resource Economics. Later werkte hij tot zijn pensionering in 2005 als rector en hoogleraar Economie van Duurzame Ontwikkeling aan het International Institute of Social Studies in Den Haag.

Internationale en bestuurlijke functies Naast zijn reguliere academische posities was Opschoor betrokken bij diverse organisaties op het gebied van milieu en ontwikkeling Lid Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC). Lid Committee on Development Policy van de Verenigde Naties. Honorary Fellow en voorzitter van het African Studies Centre Leiden (ASCL). Lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Hij toonde zich actief binnen de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) en gaf als voorzitter leiding aan de Raad voor het Milieu- en Natuuronderzoek (RMNO). Ere-hoogleraarschappen in China aan onder meer de Chinese Academie van Wetenschappen.

Oecumene en maatschappelijke betrokkenheid Buiten de wetenschappelijke wereld ontplooide Opschoor veel activiteiten binnen de oecumenische beweging. Mede op initiatief van econoom Harry de Lange (actief in de Raad van Kerken) verbond hij zijn wetenschappelijke statuur aan diverse theologische en maatschappelijke initiatieven. Opschoor nam onder meer the volgende functies op zich: Redactielid van Wending, een tijdschrift voor evangelie, cultuur en samenleving. Lid van het curatorium van de Forschungsstätte der Evangelische Studiengemeinschaft (FEST) in Heidelberg. Bestuurslid van Bossey, het oecumenische educatieve instituut van de Wereldraad van Kerken in Genève. Voorzitter van de stuurgroep van de Werkgemeenschap van Economen en Theologen (WET) en actief deelnemer aan het Multidisciplinair Centrum voor Kerk en Samenleving (MCKS). Binnen de debatten rondom de "economie van het genoeg" bepleitte Opschoor een versterking van het denken in economische structuren en institutionalisering.

In 1974 nam hij tevens de taak op zich van eerste voorzitter van de landelijke werkgroep "Nieuwe Levensstijl", een door de Raad van Kerken opgezette beweging die zich richtte op wereldwijde milieuproblematiek, klimaat, en de kloof tussen arm en rijk. Opschoor droeg actief bij aan het Conciliair Proces voor vrede, gerechtigheid en het behoud van de schepping. Dit culmineerde onder meer in zijn boek Na ons geen zondvloed (1989), waarin hij waarschuwde dat gevestigde belangen en ideologische versluiering zullen leiden tot verdere milieuverwoesting, tenzij men structureel ingrijpt.

Klimaatactivisme Samen met zijn vrouw Irene bleef Opschoor tot op late leeftijd werken aan een betere wereld. Zij steunden al decennia lokale gespreks- en ontwikkelingsgroepen en werden in hun latere jaren enthousiaste ambassadeurs van de actiegroep Grootouders voor het Klimaat. Ook stonden zij geregeld langs de snelweg als deelnemers aan acties van Extinction Rebellion (XR).

Overlijden Op 4 mei 2026 is Hans Opschoor onverwacht na een kort ziekbed overleden op 81-jarige leeftijd.

Literatuur (selectie)

Categorie:Nederlands econoom Categorie:Hoogleraar aan de Vrije Universiteit Amsterdam