De da capo-aria is een muzikale vorm voor aria's die vooral in het baroktijdperk veel voorkwam. De aria wordt gezongen door een solist over een instrumentale begeleiding. De da capo-aria komt met name voor in opera en oratoria. Verschillende barokcomponisten, onder wie Scarlatti, Hasse, Handel, Porpora, Leo en Vinci componeerden meer dan duizend da capo-aria's doorheen hun carrières.

Vorm Een da capo-aria is een driedelige vorm. Het eerste deel is een lied met begeleiding, dat eindigt in de tonica en in principe op zichzelf gezongen zou kunnen worden. Het tweede deel contrasteert met het eerste in toonsoort, textuur, emotie en soms ook tempo. Het derde deel werd meestal niet uitgeschreven door de componist, die in plaats daarvan simpelweg de instructie "da capo" (Italiaans voor "vanaf het hoofd") noteerde, wat betekent dat het eerste deel herhaald moet worden. Een da capo-aria heeft dus meestal een ABA-vorm, maar ook de vorm ABA' komt voor.

De tekst voor een da capo aria bestaat doorgaans uit twee strofen : de eerste voor het A-gedeelte (dat later herhaald wordt) en de tweede voor het B-gedeelte. Een strofe bestaat typisch uit drie tot zes regels en eindigt op een benadrukte lettergreep. In het Italiaans eindigt de regel daardoor meestal op een mannelijke uitgang.

Improvisatie Van de zanger werd vaak verwacht dat die tijdens het derde deel variaties, diminuties en andere versieringen improviseerde, om te voorkomen dat het een simpele herhaling van het eerste deel zou worden. Dit gold in het bijzonder voor da capo-aria's die in langzamere tempo's waren geschreven, waar de mogelijkheid tot improvisatie, maar ook het risico op saaiheid, groter was. Het vermogen om variaties en versieringen te improviseren was een vaardigheid die alle solozangers leerden en van hen werd verwacht en was een belangrijk criterium waarop zangers beoordeeld werden.

De afname van de improvisatietraditie na het baroktijdperk is wellicht de reden waarom de da capo-aria uiteindelijk de reputatie kreeg van een muzikaal saaie vorm. Het verklaart ook de neiging van uitvoerders om verkorte versies van de da capo-aria uit te voeren; bijvoorbeeld alleen het eerste deel, of de eerste twee delen gevolgd door een verkorte versie van het derde deel.

De authentieke uitvoeringsbeweging, die halverwege de twintigste eeuw begon, bracht improvisatie terug in de uitvoering van da capo-aria's, hoewel deze praktijk zelfs onder authentieke uitvoeringskunstenaars nog niet universeel is geworden.

Bekende da capo-aria's Händels oratorium Messiah (1742) bevat twee bekende da capo-aria's: "He Was Despised" (voor altstem) en "The Trumpet Shall Sound" (voor bas). J.S. Bachs cantate Jauchzet Gott in allen Landen, BWV 51 (1730) begint met een flamboyante da capo-aria voor sopraan, trompetsolist en strijkers.

Referenties

Categorie:Zang