De gemengde bossen van Cantabrië (Engels: Cantabrian mixed forests) vormen een ecoregio in Zuidwest-Europa. De ecoregio is onderdeel van de WNF-bioom gematigd loofbos of gemengd bos.

Locatie en beschrijving De regio strekt zich uit langs het Cantabrisch Gebergte en het Galicisch Massief in Noord-Spanje en gaat in het zuiden door tot in het Noord-Portugal en in het noorden tot het meest westelijke deel van de Pyreneeën in Zuidwest-Frankrijk. De ecoregio strekt zich uit van de zeekust tot de hoogste toppen van het Cantabrisch Gebergte. De hoogste top is Torre de Cerredo op 2.648 meter.

In Spanje ligt de ecoregio in de autonome gemeenschappen Asturië, Baskenland, Cantabrië, Castilië en León, Galicië, La Rioja en Navarra. In Frankrijk komt de ecoregio tot in het zuidwesten van Nouvelle-Aquitaine en in Portugal in de districten Aveiro, Braga, Porto, Viana do Castelo, Vila Real en Viseu.

Klimaat De ecoregio is een overgang tussen het mediterrane klimaat en het zeeklimaat van Spanje en Portugal en de meer vochtige en gematigde bossen van West-Europa. De laaglanden hebben een mild gematigd klimaat, terwijl het hooggebergte koude winters kent.

Flora Het hoogtebereik in de ecoregio ondersteunt verschillende plantengemeenschappen.

De laaglanden worden gekenmerkt door loofbossen, met zomereik (Quercus robur), tamme kastanje (Castanea sativa), es (Fraxinus excelsior), zomerlinde (Tilia platyphyllos), winterlinde (Tilia cordata), ruwe iep (Ulmus glabra), gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus), Noorse esdoorn (Acer platanoides), wintereik (Quercus petraea), fijnspar (Picea abies), gewone zilverspar (Abies alba), zwarte els (Alnus glutinosa), beuk (Fagus sylvatica), venijnboom (Taxus baccata), wilde appel (Malus sylvestris), wollige sneeuwbal (Viburnum lantana), wegedoorn (Rhamnus cathartica), gladde iep (Ulmus minor), witte abeel (Populus alba), grove den (Pinus sylvestris), ruwe berk (Betula pendula), ratelpopulier (Populus tremula), zwarte populier (Populus nigra), schietwilg (Salix alba), walnoot (Juglans regia) en hazelaar (Corylus avellana).

Karakteristieke mediterrane groenblijvende bomen en struiken, waaronder steeneik (Quercus ilex), kurkeik (Quercus suber), laurier (Laurus nobilis), aardbeiboom (Arbutus unedo), Ziziphus spina-christi, olijf (Olea europaea), Balanites aegyptiaca, Italiaanse cipres (Cupressus sempervirens), Vachellia tortilis, Canarische dadelpalm (Phoenix canariensis), dadelpalm (Phoenix dactylifera), schietwilg (Salix alba), walnoot (Juglans regia), witte abeel (Populus alba), zwarte populier (Populus nigra), Quercus rotundifolia, donzige eik (Quercus pubescens), hulsteik (Quercus coccifera), Pistacia atlantica, terpentijnboom (Pistacia terebinthus), jeneverbes (Juniperus communis), zwarte den (Pinus nigra), zeeden (Pinus pinaster), parasolden (Pinus pinea), aleppoden (Pinus halepensis), johannesbroodboom (Ceratonia siliqua), boomhei (Erica arborea), Vachellia flava, Senegalia senegal, Prosopis cineraria, Aerva javanica, amandelboom (Prunus amygdalus), hazelaar (Corylus avellana) en Rhamnus alaternus, kunnen gevonden worden in warme en goed gedraineerde gebieden zoals kalksteentoppen. Zeeden (Pinus pinaster) komt veel voor op Atlantische kustduinen in het noorden van Portugal en het westen van Galicië, en verder landinwaarts op rotsachtige droge hellingen.

Midden- en hoger gelegen bossen worden gekenmerkt door eiken (wintereik (Quercus petraea) en Pyrenese eik (Quercus pyrenaica)), met beuken (Fagus sylvatica) vanaf het Cantabrische Gebergte oostwaarts tot in Frankrijk.

Onder de boomgrens komen bossen zachte berk (Betula pubescens) voor. Boven de boomgrens (1800 meter) bedekken subalpiene plantengemeenschappen met lage struiken (waaronder dwergjeneverbes en heide), grassen, veengebieden en rotspartijen de hoogste toppen.

Fauna Grote zoogdieren zijn onder andere de Cantabrische bruine beer (Ursus arctos), de Iberische wolf (Canis lupus signatus), de Cantabrische gems (Rupicapra pyrenaica parva), het wilde zwijn (Sus scrofa), het edelhert (Cervus elaphus elaphus) en de ree (Capreolus capreolus). In de bergen van Galicië zwerven wilde paarden (Equus caballus) rond. De Cantabrische haas (Lepus castroviejoi) is een endemische soort in het Cantabrische gebergte. De teruggetrokken Pyrenese desman (Galemys pyrenaicus) is een kwetsbaar klein zoogdier dat hier en in de Pyreneeën leeft.

De populatie Cantabrische bruine beren telt meer dan 200 individuen, die leven in het Cantabrische Gebergte in het zuiden van Asturië en Cantabrië en het aangrenzende deel van Castilië en León. De populatie bruine beren is de laatste decennia toegenomen van minder dan 100 in de jaren 1990. De Cantabrische populatie is de grootste van de twee overgebleven populaties bruine beren in Zuidwest-Europa; de andere bevindt zich in de Pyreneeën.

Het Cantabrische auerhoen (Tetrao urogallus cantabricus) is een bedreigde ondersoort van het auerhoen. Zijn populatie en verspreidingsgebied nemen af door habitatvernietiging, menselijke verstoring en overbejaging.

Beschermde gebieden 9.294 km² (10%) van de ecoregio ligt in beschermde gebieden. Nog eens 23% is bebost en ligt buiten beschermde gebieden. Beschermde gebieden zijn onder andere: Spanje Nationaal park Picos de Europa (662.2 km²) Natuurpark Somiedo (289,8 km²) Natuurpark Redes (376,98 km²) Natuurpark Fuentes del Narcea, Degaña e Ibias (576,34 km²) Natuurpark Montaña Palentina (781,41 km²) Natuurpark Ponga (205,06 km²) Natuurpark Fragas do Eume (91,49 km²) Natuurpark Peñas de Aya (68,95 km²) Portugal Nationaal park Peneda-Gerês (695,92 km²)

Categorie:Ecoregio van Europa Categorie:Gematigd loofbos of gemengd bos