Johann Adolph Scheibe (Leipzig, 5 mei 1708 - Kopenhagen, 22 april 1776) was een Duitse componist en muziektheoreticus. Scheibe was grotendeels autodidact en verkreeg vooral bekendheid vanwege zijn muziekverhandelingen. De waardering voor zijn composities was echter beperkt.

Levensloop Johann Adolph was de zoon van orgelbouwer Johann Scheibe en Anna Rosina Hesse. Op zesjarige leeftijd verloor hij zijn rechteroog bij een ongeluk in de werkplaats van zijn vader. Hij ging als elfjarige in Leipzig naar de school van de Nicolaikirche, waar zijn opleiding vooral was gericht op een toekomstige juridische carrière. In 1725 begon Scheibe dan ook aan de universiteit van Leipzig aan een rechtenstudie, maar hij verdiepte zich ook veel in de lessen van professor Johann Christoph Gottsched over poëzie en retoriek.

Zelfstudie Vanwege geldproblemen binnen de familie moest Scheibe zijn studie voortijdig afbreken en noodgedwongen thuis blijven. Hoewel hij als kind wel had geleerd om toetsinstrumenten te bespelen, had hij muziek nooit als een serieus carrièrepad beschouwd. Nu echter verdiepte hij zich in muziekboeken en leerde hij orgelspelen. Scheibe hoopte zo alsnog een professionele muziekloopbaan te beginnen.

In 1730 schreef hij zijn eerste muziektheoretische werk: Compendium musices theoretico-practicum.

Mislukte sollicitaties Scheibes poging om in 1729 de aanstelling van organist in de Nikolaikirche te krijgen, mislukte: de jury - met onder andere Johann Sebastian Bach - koos voor Johann Schneider. Ook sollicitaties in Praag, Gotha (1735), Sondershausen en Wolfenbüttel (1736) liepen op niets uit. In de tussentijd gaf Scheibe muziek- en compositielessen.

Hamburg In 1736 vestigde Scheibe zich in Hamburg, waar hij bevriend raakte met de componist Georg Philipp Telemann. Hij ging hier aan de slag als componist en muziekrecensent. Van zijn tweewekelijkse muziektijdschrift Critische Musikus verschenen in 1737-1738 in totaal 26 edities. Na een jaar pauze verscheen het tijdschrift in 1739-1740 zelfs op wekelijkse basis, met in totaal 78 edities. Verder schreef hij een autobiografie. miniatuur|Anekdoten eines reisenden Russen (1771), geschreven door Scheibe Als componist was Scheibe zeer productief, met ruim 150 kerkelijke werken, 150 fluitconcerten, ruim 30 vioolconcerten, Passie-oratoria, cantates, trio's en solowerken. Zijn opera Artaban ging niet in première omdat de Hamburgse opera in 1738 werd gesloten. Ook Scheibes tweede opera Thusnelde (1749) kwam nooit tot uitvoering.

Denemarken In 1739 kreeg Scheide een aanstelling als kapelmeester bij markgraaf Frederik Ernst van Brandenburg-Kulmbach, de gouverneur van Holstein. Het jaar daarop was hij in Denemarken om een van zijn eigen cantates te dirigeren in de kerk van de Christiansborg. Koning Christiaan VI nam hem vervolgens per 1 december aan als kapelmeester voor het Deense hof.

Met het overlijden van koning Christiaan VI in 1747 kwam er een einde aan Scheibes werk als kapelmeester. Scheibe was namelijk geen voorstander van de Italiaanse opera en dat werd aan het hof niet gewaardeerd, dus opvolger Frederik V stuurde hem met pensioen en nam in 1748 Paolo Scalabrini als nieuwe kapelmeester aan. Het bedrag dat Scheibe als pensioen kreeg, was niet erg hoog, en hij verhuisde met zijn vrouw Ilsabe en zoon Christian Friedrich naar Sønderborg om daar een muziekschool voor kinderen te beginnen. Ook schreef hij een biografie over Ludvig Holberg, componeerde diverse werken, en vertaalde Deense werken naar het Duits.

Toch was hij ook nog wel in Kopenhagen te vinden om zijn eigen muziek uit te voeren. Na 1766 werd hij zelfs aangenomen als hofcomponist.

Betekenis Scheibe was van mening dat Duitse componisten de Italiaanse muziekstijl en opera moesten negeren als basis voor hun eigen werk. Hij stond een rationele benadering van muziek voor, gebaseerd op retorische principes. Hierin is de invloed van professor Gottsched duidelijk herkenbaar. Scheibe ontwikkelde ideeën over goede smaak, melodie, muzikale vernieuwing en de imitatie van de natuur. Het werk van Scheibe toont duidelijk de overgang van barok naar de klassieke periode die toen plaatsvond.

Hij verdedigde de liedvorm, die in zijn tijd weinig op waarde werd geschat. Verder was hij tegen de inzet van castraatzangers. Hij betoonde zich een groot voorstander van muziekscholen.

Scheibe stelde een lijst met componisten samen die volgens hem tot de eeuwigheid behoorden. Hieronder vielen onder andere Fux, Graupner, Hasse, Telemann, Bach en Händel.

Kritiek op Bach Scheibe had in de eerste helft van de 18e eeuw een invloedrijke rol als muziektheoreticus en -criticus. Toch is hij nadien in de vergetelheid geraakt. Dit heeft mogelijk te maken met zijn kritiek op de muziekstijl van Johann Sebastian Bach.Zie: Buelow (2001) Volgens Scheibe was Bachs werk te bombastisch en raakte het werk in conflict met de natuur. Zijn composities leken te veel geschreven met een toetsinstrument in gedachte, waardoor ze moeilijk uitvoerbaar waren voor zangstemmen en andere instrumenten. Ook was hij teleurgesteld dat Bach de versieringen bij de composities helemaal uitschreef, waardoor de melodie en de schoonheid van de harmonie werden verstoord. Volgens hem had Bach echt beroemd kunnen worden als hij zich anders had opgesteld in zijn componeerwerk.

Scheibe publiceerde zijn kritiek op Bach in de Critische Musikus. Dit leverde hem veel boze reacties op, onder andere van Lorenz Mizler en Johann Abraham Birnbaum. Ook latere Bachkenners legden Scheibes opmerkingen naast zich neer. Dit had negatieve gevolgen voor Scheibes status als muziektheorist en -criticus, waardoor zijn werk lange tijd grotendeels is genegeerd. Hij werd er overigens ook van beschuldigd uit rancune te handelen: hij was immers in 1729 door Bach afgewezen voor de functie in Leipzig. Uit Scheibes werk blijkt echter nergens dat hij enige wrok koesterde; hij schreef zelfs met respect en oprechte bewondering over Bach. Zijn kritiek was vooral het logische gevolg van zijn eigen ideeën over muziek: Scheibe stond voor eenvoud en een imitatie van de natuur met overtuigende melodieën. Componisten als Telemann en Hasse pasten dan ook beter bij zijn ideeën dan een componist als Bach.

Werken Scheibe heeft veel muziek gecomponeerd, maar een groot deel daarvan is verloren gegaan, onder andere bij de brand in 1794 van de Christiansborg. Hij speelde een rol in de overgang van barokmuziek naar de klassieke periode, maar zijn composities vonden weinig waardering bij het publiek. Na zijn dood raakte hij al snel in de vergetelheid. Carl Friedrich Cramer schreef in 1789 dat Scheibe een componist was met weinig smaak en vernieuwing en dat zijn composities - met dank aan de Muzen - gelukkig reeds vergeten waren.

Hieronder volgt een selectie van Scheibes werken:

Neue Freymäurer-Lieder mit bequemen Melodien (Kopenhagen, 1749) Kleine Lieder fürs Klavier (Flensburg, 1766) Vollständiges Liederbuch der Freymaurer (Kopenhagen, 1776) Die Auferstehung und Himmelfahrt Jesu, cantate Der wundervolle Tod des Welt-Erlösers, oratorium circa 150 kerkelijke werken 150 fluitconcerten circa 30 vioolconcerten Artaban (Hamburg, 1738), opera Thusnelde (1749), opera,

Tevens schreef hij diverse muziektheoretische werken:

Compendium musices theoretico-practicum, das ist Kurzer Begriff derer nötigsten Compositions-Regeln (circa 1730) Beantwortung der unparteiischen Anmerkungen über eine bedenkliche Stelle in dem sechsten Stücke des critischen Musicus (Hamburg, 1738) Eine Abhandlung von den musicalischen Intervallen und Geschlechtern (Hamburg, 1739) Abhandlung vom Ursprunge und Alter der Musik, insonderheit der Vokalmusik (Altona/Flensburg, 1754) Über die musikalische Composition, erster Theil: Die Theorie der Melodie und Harmonie (Leipzig, 1773) Verder schreef Scheibe het politieke pamflet Anekdoten eines Reisenden Russen, waarin hij kritiek uitte op Denemarken. Zijn satirische werk Misogynis was dermate populair dat er zelfs drie oplagen verschenen.

Categorie:Duits componist Categorie:Muziektheoreticus