Israel in Egypt, HWV 54, is een bijbels oratorium van de componist Georg Friedrich Händel. Het libretto bestaat volledig uit passages uit het Oude Testament, voornamelijk uit de boeken Exodus en Psalmen. Aangenomen wordt dat het libretto is samengesteld door Charles Jennens.

Israel in Egypt ging op 4 april 1739 in première in het King’s Theatre aan de Haymarket in Londen. Het driedelige oratorium werd door het publiek niet goed ontvangen. Voor de tweede uitvoering kortte Händel het werk in. Hij schrapte het openingsdeel – een lange, voornamelijk uit koorwerk bestaande treurzang – en voegde aria’s in Italiaanse stijl toe die toentertijd bij het publiek populair waren.

Het werk wordt in de 21e eeuw nog steeds regelmatig uitgevoerd; er zijn ook veel opnames van beschikbaar.

Ontstaansgeschiedenis miniatuur|Georg Friedrich Händel ca. 1727. Portret toegeschreven aan Balthasar Denner. Händel had in Londen groot succes geboekt als componist van Italiaanse opera’s. Sinds 1733 was er in Londen echter een rivaliserend operagezelschap, The Opera of the Nobility. Er was in de stad onvoldoende draagvlak voor twee Italiaanse operagezelschappen. Händel ging daarom op zoek naar een nieuw publiek, en nieuwe inkomsten, door oratoria en andere koorwerken in het Engels op te voeren.

Tussen 1733 en 1738 produceerde hij de oratoria Esther, Deborah en Athalia. Zijn oratorium Saul werd in januari 1739 opgevoerd in het King’s Theatre. Later in datzelfde theaterseizoen begon Händel aan Israel in Egypt. Hij schreef de muziek in één maand, tussen 1 oktober en 1 november 1738, waarbij hij begon met het laatste deel.

Libretto Israel in Egypt en Messiah zijn de enige twee oratoria van Händel waarvan de tekst volledig bestaat uit verzen uit de Bijbel. De meeste wetenschappers zijn van mening dat Charles Jennens, de librettist van Messiah, ook verantwoordelijk is geweest voor de samenstelling van het libretto van Israel in Egypt.

Het libretto is voornamelijk gebaseerd op het bijbelboek Exodus, met name het verslag van de uittocht van de Israëlieten, het Lied van de Zee (Exodus 15:1-18, door Händel het Moseslied genoemd), en enkele passages uit Psalm 105 en Psalm 106.

Er is in Israel in Egypt geen sprake van met naam en toenaam genoemde personages, die dialogen zingen en een concertante versie van een drama opvoeren. Dit is ongebruikelijk voor oratoria van Händel en komt verder alleen voor bij Messiah. Beide werken bevatten vooral door koor gezongen bijbelse teksten.

Samenvatting Deel I. De Israëlieten rouwen om de dood van Jozef, een Israëliet en geliefd raadgever van de Farao, koning van Egypte.

Deel II. Er is een nieuwe farao op de troon gekomen die de Israëlieten niet gunstig gezind is. God kiest Mozes om zijn volk uit de slavernij te leiden. Een reeks plagen treft Egypte. De heerser van Egypte stemt ermee in de Israëlieten te laten vertrekken, maar bedenkt zich en zet de achtervolging in. De Rode Zee gaat op wonderbaarlijke wijze uiteen om de Israëlieten veilig te laten oversteken. Wanneer de achtervolgende Egyptenaren proberen over te steken, worden zij door het water overspoeld en verdrinken zij.

Deel III. De Israëlieten vieren hun bevrijding. Het derde deel bevat een reeks vreugdevolle koorpartijen, en het stuk eindigt met een sopraansolo en een koor dat verkondigt dat ‘de Heer voor eeuwig en altijd zal regeren’ en ‘Hij heeft het paard en zijn ruiter in de zee geworpen’.

Muziek

Hergebruik eigen werk en werk van anderen Bij het componeren van Israel in Egypt hergebruikte Händel muziek uit zijn eigen eerdere composities en maakte hij op grote schaal gebruik van muziek van andere componisten.

Voor het openingsgedeelte herschreef Händel enigszins zijn Funeral Anthem for Queen Caroline (The Ways of Zion do Mourn), die hij 1737 schreef na het overlijden van koningin Caroline, de vrouw van koning George II. Verder bewerkte hij twee van zijn klavierfuga’s, een koor uit zijn Dixit Dominus en een aria uit een van zijn Chandos Anthems.

Aan de huwelijksserenade Qual prodigio é ch’io miri van Alessandro Stradella ontleende Händel de muziek voor de koorpartijen die gebaseerd zijn op de bijbelse tien plagen: He spake the word, He gave them hailstones, But as for his people/He led them en And believed the Lord, en The people shall hear/All th’inhabitants of Canaan.

Aan een Magnificat-bewerking van Dionigi Erba ontleende Händel een (groot) deel van de muziek voor He rebuked the Red Sea, The Lord is my Strength, He is my God, The Lord is a Man of War, The depths have covered them/Thy right Hand, o Lord, Thou sentest forth thy wrath, And with the blast of thy nostrils, Who is like unto Thee, and Thou in thy mercy.

Andere componisten van wie Händel in Israel in Egypt muziek verwerkte, waren Jean-Philippe Rameau, Johann Caspar Kerll, Francesco Antonio Urio, Nicolaus Adam Strungk en Friedrich Wilhelm Zachow.

Opbouw en bezetting Händel wilde met de muziek een overrompelende indruk maken. Het koor is verdeeld in twee groepen van elk vier partijen, die elkaar soms versterken en soms met elkaar in oppositie zijn. Het orkest werd versterkt met trombones, naast de gebruikelijke trompetten, houtblazers en strijkers.

In het werk van Händel is Israel in Egypt bijzonder vanwege het geringe aantal solo-aria’s in verhouding tot de koren. De gebruikelijke opbouw van Händels oratoria was recitatief, gevolgd door aria, gevolgd door koor. In dit werk zijn er zesentwintig koren (waarvan achttien voor dubbelkoor), en slechts vier recitatieven, vijf aria’s en drie duetten.

Ontvangst miniatuur|Het King's Theatre, Haymarket.

Première Israel in Egypt ging op 4 april 1739 in première in het King’s Theatre in de Haymarket in Londen.

De solisten van de première waren:

Élisabeth Duparc, bijgenaamd La Francesina (sopraan) Turner Robinson (jongenssopraan) William Savage (altus) John Beard (tenor) Henry Theodore Reinhold (bas) Gustavus Waltz (bas)

Het kleine barokorkest dat de zangers begeleidde werd ingezet voor een orgelconcert, De koekoek en de nachtegaal, dat als intermezzo diende.

Receptie Het Londense publiek was in die tijd niet gewend dat uitgebreide koorwerken met religieuze strekking als commercieel vermaak werden gepresenteerd en reageerde niet positief bij de eerste opvoering. Mogelijk droeg met name de openingsklaagzang van dertig minuten bij aan het mislukken van Israel in Egypt. De klaagzang was een bewerking van het begrafenislied dat Händel had geschreven voor de in 1737 overleden populaire koningin Caroline.

Händel herzag het werk snel, waarbij hij het openingsgedeelte met de klaagzang helemaal wegliet. In in de overgebleven twee delen voegde hij aria’s in Italiaanse stijl toe, van het soort dat zijn publiek verwachtte en waardeerde. De tweede voorstelling vond vervolgens plaats op 11 april, gecombineerd met een uitvoering van zijn twee nieuwste orgelconcerten; dit keer was er meer succes. Het stuk werd op 17 april in aanwezigheid van de prins en de prinses van Wales voor de derde keer opgevoerd, in de gewijzigde vorm.

Een bijzonder aspect van Händels oratoria is dat zij door de focus op het Oude Testament in de 18e eeuw behoorden tot de zeer weinige voorstellingen waarin Joden niet op een stereotype negatieve manier werden gepresenteerd. Ze werden daarom gewaardeerd door de Joodse gemeenschap in Londen.

In het daaropvolgende seizoen voerde Händel het stuk slechts één keer op. Daarna nam hij het pas in 1756 weer op in het programma van zijn abonnementsreeks. Hij veranderde het eerste deel echter volledig door de Funeral Anthem te vervangen door een Godverheerlijkend deel, samengesteld uit delen van zijn oratoria Solomon en Esther.

Felix Mendelssohn Bartholdy, een groot bewonderaar van Händel, voerde het werk in de jaren 1830-1840 meerdere keren uit. In de 19e eeuw werd Israel in Egypt zeer populair bij koorverenigingen, vooral in het Verenigd Koninkrijk. Er werd ook een Duitstalige versie gemaakt. Händels oratoria werden oorspronkelijk uitgevoerd door relatief kleine ensembles. Maar naarmate deze oratoria populairder werden, groeide ook de wens onder amateurmuzikanten om ze uit te voeren met grote orkesten en koren.

Sinds het einde van de twintigste eeuw maken veel uitvoerenden weer gebruik van Händels oorspronkelijke driedelige versie, of de door hem gemaakte driedelige versie uit 1756.

Vroege opname miniatuur|Opname van 29 juni 1888 Lange tijd was de vroegst bekende muziekopname een fragment uit Israel in Egypt. Het is een opname van 29 juni 1888 waarop 4.000 zangers onder leiding van August Manns Moses and the Children of Israel zingen tijdens het Crystal Palace Handel Festival. De opname is gemaakt op een gele paraffinecilinder van Edison.

Externe links Partituren op IMSLP Full-text libretto - Stanford University Overzicht van opnames van Israel in Egypt op Discogs

Categorie:Compositie van Georg Friedrich Händel Categorie:Oratorium