thumb|Mensenkop en tegelwerk (juni 2026) Weteringschans 104 te Amsterdam is een gebouw aan de Weteringschans te Amsterdam-Centrum.
Achtergrond De Weteringschans, dan nog alleen Schans geheten, diende eeuwenlang als vesting- dan wel stadswal van Amsterdam. Dit in combinatie met Lijnbaansgracht en Singelgracht. In het eerste kwart van de 19e eeuw, toen Amsterdam (alweer) aan uitbreiding dacht, werden die stadswallen afgebroken. Op de vrijkomende plek moest woningbouw komen, maar er kwamen in eerste instantie ook bedrijventerreinen, eind 19e eeuw weer vervangen door woningbouw. De woonbebouwing van de Weteringschans tussen de Weteringplantsoenen en het Frederiksplein kwam pas op gang in het laatste kwart van de 19e eeuw, toen Amsterdam ook begon te bouwen aan haar 19e-eeuwse gordel buiten de Singelgracht. Ter plaatse was dat De Pijp. Daar waar in de Pijp revolutiebouw plaatsvond (kopen grond, goedkoop bouwen, verkopen/verhuren, volgens stuk grond kopen), werden aan de Weteringschans woningen van het betere soort neergezet voor de gegoede burgerij. De gevelwand laat daarbij binnen bebouwen van perceel tot perceel een opmerkelijke samenhang in architectuur zien; (bijna) alle werden in historiserende of neostijlen opgetrokken.
Gebouw Het gebouw Weteringschans 104 sluit aan op een van de drie dubbele herenhuizen in de gevelwand tussen het Tweede Weteringplantsoen en Nicolaas Witsenstraat (Weteringschans 82-84, 100-102 en 112-114). Huisnummer 100-102 is een van de laatste ontwerpen van Pieter Johannes Hamer. Huisnummer 104 is eveneens van een gerenommeerd architect, Harmanus Hendrikus Baanders. Daar waar de aansluitende huisnummers voor wat betreft bouwstijl teruggrepen op de neorenaissance, ontwierp Baanders voor dit gebouw in de eclectische stijl. De indeling van het gebouw met drie vensterassen is standaard, boven een souterrain en beletage volgen nog twee woonetages, waarop dan nog een schilddak waaronder een zolder. Baanders gaf elke verdieping een eigen stijl mee, hetgeen bijdroeg aan de latere bescherming als gemeentelijk monument. De plint waarin de pui van het souterrain en toegang naar de beletage is van natuursteen overgaand in baksteen. De dagkanten van de toegang zijn opgesierd door pilasters en fantasiekapitelen. Boven deze beletage ontwierp Baanders voor de middelste vensteras een erker in trapeziumvorm. Die erker dient bij de volgende etage als ondersteuning van een klein balkon. Dat balkon wordt geflankeerd door rondboogramen, die in de boog versierd zijn met ornamentatie. De stijlen en dak van de balkonpartij is classisistisch. Het schilddak heeft ook een dakkapel in die stijl geflankeerd door twee Oeil de boeuf-achtige lichtdoorlatingen. Over de gehele gevels zijn mensenkoppen te zien, waarvan er drie (één in de topgevel, twee bij de portiek) direct in het oog springen. De dienst Monumenten en Archeologie wijst nog op het sierlijke smeedijzeren hekwerkje. Ze omschreven het als veelvuldig toegepast binnen de 19e-eeuwse architectuur, maar er zijn bij renovatie en sloop veel van dit soort hekwerken verloren gegaan. Tot slot wijst ze nog op de gaafheid van de portiek met oorspronkelijk tegelwerk, oorspronkelijke deur met door sierroosters beschermde glasopeningen.
Amsterdam op de kaart meldt dat de opdracht voor de bouw kwam van Bernard Sabelson, handelaar in textiel, die echter maar kort van het pand kon genieten. In 1900 verhuisde het gezin naar het Linnaeuspark, bij de bouw daarvan was hij betrokken. In 1902 overleed hij in Wiesbaden.Amsterdam op de kaart – Monumenten Inventarisatie Project (geraadpleegd 2 juli 2026)
In het gebouw was na de Tweede Wereldoorlog enige maanden het Joods Informatiebureau gevestigd, die onder meer een verzameling nagekomen brieven in beheer had, die waren verzonden uit concentratiekamp Theresienstadt.
Categorie:Bouwwerk in Amsterdam-Centrum Categorie:Gemeentelijk monument in Amsterdam