Cheikha Saadia (Tessala, 8 mei 1923 - Parijs, 15 mei 2006), beter bekend als Cheikha Rimitti, was een Algerijns zangeres en songwriter. Ze stond bekend als de (groot)moeder van de raï.Over haar geboortenaam (Cheikha Rimitti was haar artiestennaam) bestaat onduidelijkheid. Sommige bronnen vermelden alleen haar voornaam Saadia, andere bronnen melden als geboortenaam Saadia Bediaf of Saadia El Ghizania.
Biografie Rimitti werd geboren in Tessala in Algerije. Ze kreeg de voornaam Saadia, wat vreugdevol betekent.
Jeugd in Algerije Haar beide ouders overleden toen ze nog een kind was. Ze moest als kind werken om te overleven, ze werkte bijvoorbeeld op het land. Ook was ze geruime tijd dakloos. Ze verdiende daarnaast geld door te zingen op bruiloften en feesten.
Op haar vijftiende sloot ze zich aan bij een rondreizend gezelschap van muzikanten, en daarna ook bij andere muziek- en dansgroepen. Hiermee gaf ze optredens op religieuze feesten, bruiloften, en bij geboortes, besnijdenissen en dergelijke. Ze ontwikkelde zich tot een vaardig danseres, zangeres en paardrijdster.
Start als solo-artiest Vijf jaar later ging ze eigen liedjes zingen (hoewel ze nooit had leren en schrijven, ze deed het uit haar hoofd). Ze bewerkte folkstijlen uit haar regio tot eigen songs, met alledaagse taal en straattaal.
In de jaren 1940 ging ze de artiestennaam Cheikha Rimitti hanteren. Cheikha is een benaming die vaker gebruikt wordt voor raïzangeressen. Een genoemde verklaring voor de naam Rimitti, is dat ze een barman herhaaldelijk vroeg om bij te schenken of een rondje te geven. Rimitti zou afgeleid zijn van (haar uitspraak van) het Franse woord remettez, waarmee ze dit aan de barman vroeg.
Eerste hit in Algerije In 1952 scoorde ze haar eerste hit met Charag Gatta. Dit was een song die jonge vrouwen (in verhulde en dubbelzinnige taal) aanmoedigde om hun maagdelijkheid te verliezen. De song werd bekritiseerd als aanval op gevestigde opvattingen over maagdelijkheid en moraliteit.
Rimitti's zong openhartig over onderwerpen als seks, drank, armoede en onderdrukking. Het maakte haar omstreden. Eerder zongen vrouwen alleen over onderwerpen als seks in de privésfeer en alleen voor andere vrouwen. Rimitti deed dit in het openbaar, in de taal van de straat en voor een gemengd publiek. Dit werd ongepast en vulgair gevonden.
Afnemende populariteit en vertrek naar Frankrijk Religieuzen veroordeelden Rimitti als immoreel, revolutionairen vonden haar antirevolutionair en apolitiek. In de jaren 1960 werd ze verbannen van radio en tv. Haar muziek werd het domein van privéfeesten en illegale cassettebandjes. Ook werd haar muziek meermalen gecensureerd. Haar populariteit nam af, ze trad nog wel op voor fans tijdens privégebeurtenissen zoals bruiloften. Tegen eind jaren 1960, begin jaren 1970 trad ze voornamelijk nog op voor de Algerijnse gemeenschap in Frankrijk.
In 1971 keerde ze terug naar Algerije. Ze raakte ernstig gewond bij een auto-ongeluk. Drie van haar muzikanten verongelukten.
Vier jaar later maakte ze een pelgrimsreis (hadj) naar Mekka. Ze stopte met roken en drinken, maar bleef zingen en dansen en veranderde de onderwerpen van haar teksten niet.
In 1978 emigreerde ze naar Parijs. Ze ging regelmatig terug naar Algerije voor familiebezoek en dergelijke.
Nieuwe internationale belangstelling Halverwege de jaren 1980 was raï de dansmuziek geworden van veel jonge Algerijnen. Rimitti werd als moeder van het genre beschouwd en jonge artiesten lieten zich door haar inspireren. Artiesten als Khaled, Cheb Mami en Rachid Taha werden internationaal succesvol.
Ook Rimitti kwam onder de aandacht bij een breder publiek. Ze gaf optredens in Frankrijk, de Verenigde Staten, Canada, Japan en Nederland, onder meer in Paradiso Amsterdam en het Institut du Monde Arabe in Parijs.
Ze moderniseerde haar muziek, onder meer met invloeden van rock en elektronica. Op haar album SidI Mansour (1994) werkte ze samen met Robert Fripp, Flea en East Bay Ray (Dead Kennedys). Ze ontmoette deze muzikanten overigens niet. Rimitti nam haar deel op in Parijs terwijl de rest in Los Angeles werd opgenomen. In 2006 nam ze haar laatste album op in Oran, de plaats waar raï ontstond.
Overlijden Rimitti overleed in 2006 aan een hartaanval. Een paar dagen voor haar dood gaf ze nog een optreden in Zénith, Parijs.
Muziekstijl en thematiek
Rimitti schreef gewaagde en openhartige liedjes over onderwerpen als armoede en het harde leven in Algerije, (koloniale) onderdrukking, ontsnappen aan deze ellende, emigratie, alcohol, seks, liefde, passie, verlangen, de situatie van vrouwen, onafhankelijkheid en de heimwee van immigranten. Haar teksten werden daarnaast gekenmerkt door scherpe woordspelingen en dubbelzinnigheden.
Haar zang(stem) werd omschreven als diep, ruw, hees, aards, sensueel en energiek.
Rimitti liet zich op de meeste van haar albums begeleiden door traditionele raï-instrumenten (percussie en fluit). Op latere albums koos ze voor moderne invloeden zoals rock en elektronica. Op deze albums waren ook andere instrumenten te horen zoals keyboard, gitaar, strijkers, blazers en elektronische samples.
Ontvangst Rimitti wordt gezien als een van de belangrijkste artiesten in het genre. Ze was een belangrijke invloed op populaire raï-artiesten en werd door hen vaak geïmiteerd. Ook doorbrak ze vele taboes.
Le Monde noemde Rimitti de grootste blueszangeres van de Maghreb, The Telegraph noemde haar de Noord-Afrikaanse Bessie Smith. The Guardian schreef dat haar dansmuziek veel opwindender was dan het werk van jongere, meer commercieel ingestelde raï-artiesten.
Rimitti's album Nouar (2000) eindigde op 2 in de jaarlijst van de World Music Charts Europe, een plaatsje boven Khaled's Kenza. Met datzelfde album won ze de Grand Prix du Disque.
Discografie (selectie)
Ghir al Baroud (1996) Sidi Mansour (1994) Cheika (1996) Trab Music (2000) Nouar (2000) L'etoile du Rai (2001) Salam Maghreb (2001) N'ta Goudami (2006)
Categorie:Algerijns zanger