Joaquín de Crame y Guirado, in sommige bronnen ook vermeld als Joaquín de Cramer of Juan Cramer (Sant Llorenç de la Muga, 1 januari 1786 – 24 oktober 1835) was een Spaans militair officier. Hij bracht het grootste deel van zijn loopbaan door in de Spaans koloniale Filipijnen, waar hij van 1826 tot 1833 diende als teniente de rey van Manilla en meermaals optrad als subinspecteur-generaal van het leger. In deze functies was hij betrokken bij de organisatie en het bestuur van de Spaanse strijdkrachten in de archipel. In 1831 werd Crame bevorderd tot brigadier. Van 23 april tot 9 september 1835 bekleedde hij tijdelijk het ambt van gouverneur-generaal van de Filipijnen en was hij daarmee tevens kapitein-generaal van de Spaanse strijdkrachten in de kolonie.

Levensloop Vroege levensloop en carrière miniatuur|Sant Llorenç de la Muga, het geboortedorp van Joaquín de Crame Joaquín de Crame werd op 1 januari 1786 geboren in het dorp Sant Llorenç de la Muga in de provincie Girona in Catalonië. Hij was een zoon van Felipe de Crame y Gayangos (geboren rond 1756 in San Sebastián) en diens eerste vrouw, Anna Guirado. Zijn vader was eveneens officier en bereikte uiteindelijk de rang van brigadier der artillerie. Joaquín koos eveneens voor een militaire loopbaan. Op 26 januari 1798 trad hij, als lid van de adelstand (noble), in dienst als cadet aan het Real Colegio Militar de Artillería in Segovia.Archivo General Militar de Segovia: Índice de Expedientes Personales, Instituto Luis de Salazar y Castro (CSIC), Ediciones Hidalguía, Madrid, 1998, deel 3 ("D-Garcés"): "Crame Guirado, Joaquín.-Inf., 1798. Noble."

Na zijn bevordering tot onderluitenant der artillerie in augustus 1802 diende Crame bij het Eerste Departement, in de garnizoenen van Barcelona en Mahón. In juli 1803 werd hij overgeplaatst naar de Filipijnen. In februari 1804 scheepte hij zich in Cádiz in aan boord van het fregat Nueva Mahonesa, met bestemming Veracruz. Hij reisde samen met zijn vader, die inmiddels kolonel der artillerie was, diens tweede echtgenote María Josefa Llinàs, zijn broer Rafael, zijn zus María Ana en twee bedienden. Rafael had eveneens een aanstelling in de Filipijnen, als onderluitenant bij het Regimiento Fijo de Manila, het vaste garnizoensregiment van Manilla., Informatiedossier en passagiersvergunning voor de reis naar Nederlands-Indië van Felipe de Crame en familie, online via deze deze link Het gezelschap bereikte Veracruz in april. Van daar reisde Joaquín door naar Mexico-Stad, waar hij negen maanden verbleef, tot zijn bevordering tot luitenant in december 1804.

In februari 1805 vertrok hij vanuit Acapulco voor een overtocht over de Grote Oceaan, hoogstwaarschijnlijk aan boord van het Manillagaljoen Fernando de Magallanes. Aan boord bevond zich ook dr. Francisco Javier de Balmis, die in het kader van de beroemde Balmis-expeditie naar de Filipijnen reisde.Dit blijkt uit de overeenkomst tussen het moment van vertrek uit Acapulco en de aankomst in Manilla van de Balmis-expeditie en van Joaquín de Crame, evenals uit het feit dat in deze periode vrijwel altijd slechts één galjoen per jaar naar Manilla voer (en zeker in de nadagen van de Manillagaljoen). Het galjoen bereikte Manilla in april 1805. Op 1 januari 1806 werd Crame daar aangesteld als administratief officier bij de kruitfabriek. Later werd hij bevorderd tot plaatsvervangend commandant van deze kruitfabriek. Vanaf oktober 1808 voerde hij bovendien het bevel over de eerste en vierde beroepscompagnie van de Artilleriebrigade van de Filipijnen.

In juli 1810 volgde zijn bevordering tot kapitein bij de plana mayor facultativa, de technische staf van officieren met een gespecialiseerde artillerieopleiding. Hij bleef het bevel voeren over beide compagnieën tot eind 1811. Het jaar daarop werd hij commandant van de artillerie van het garnizoen Cavite. Van mei tot eind augustus 1813 was hij daarnaast belast met het beheer van de Maestranza, het artilleriearsenaal van Manilla. Deze functies bleef hij de daaropvolgende jaren combineren. Gezondheidsklachten dwongen hem er eind april 1816 toe zijn functies neer te leggen en zich voor te bereiden op zijn terugkeer naar Spanje.

Zijn terugkeer naar Spanje liet echter nog enige tijd op zich wachten. Op 25 januari 1817 kreeg Crame eerst de rang van luitenant-kolonel der infanterie. Op 9 augustus vertrok hij naar China, waar hij anderhalve maand verbleef. Pas in oktober zette hij koers naar Spanje, dat hij eind maart 1818 in Cádiz bereikte. Kort na zijn aankomst werd hij bij koninklijk besluit van 30 mei geplaatst bij het Tweede Artillerieregiment. In december kreeg hij als commandant der artillerie opdracht een miljoen geweerpatronen en een grote hoeveelheid buskruit gereed te maken voor verscheping naar de overzeese gebiedsdelen.

miniatuur|Vogelvlucht uitzicht over Valencia rond de tijd dat Crame hier leefde Nadat hij deze opdracht eind maart 1819 had voltooid, keerde Crame terug naar Valencia. Op 6 juni van dat jaar werd hij benoemd tot eerste adjudant van het eerste bataljon van het Tweede Regiment. Op 2 november volgde zijn bevordering tot tweede luitenant-kolonel en bataljonscommandant. In februari 1820 kreeg hij tijdelijk het bevel over de artillerie van het garnizoen van Valencia. In 1821 kreeg hij tweemaal verlof, met behoud van salaris, om te herstellen van gezondheidsklachten. Ook in 1822 was hij, inmiddels luitenant-kolonel, commandant van het Tweede Regiment.Guía de forasteros en Madrid para el año de 1822, p. 82–83.

Gevangenschap tijdens het Trienio Liberal miniatuur|Een portret van generaal Elío, die door de opstandelingen werd uitgeroepen tot kapitein-generaal van Valencia. Naar aanleiding van deze opstand werd Crame gearresteerd en gevangen gezet Tijdens het Trienio Liberal (1820–1823) kende Spanje een liberale grondwet, nadat koning Ferdinand VII gedwongen was deze te aanvaarden. Voorstanders van het absolutisme bleven zich echter tegen dit liberale bewind verzetten. Crame, die op dat moment waarnemend commandant was van het Tweede Regiment in Valencia, werd op 20 juni 1822 gearresteerd op bevel van de commandant-generaal van Valencia, Ildefonso Díez de Rivera y Muro, de graaf van Almodóvar. Aanleiding was een mislukte absolutistische opstand op 30 mei van dat jaar. Artilleristen van de Citadel van Valencia kwamen toen in naam van de koning in opstand en riepen generaal Francisco Javier de Elío y Olóndriz uit tot kapitein-generaal. De opstand werd nog diezelfde dag door constitutionalistische troepen neergeslagen.Archivo General Militar de Segovia, Sección 1.ª, Legajo C-3719, Expediente 2: Hoja de servicios de D. Joaquín de Crame (Manilla, 16 augustus 1833), met latere certificering door het Ministerie van Oorlog (Madrid, 7 oktober 1899).

Crame werd opgesloten in de aartsbisschoppelijke gevangenis van Valencia en bracht de eerste vijf maanden in eenzame opsluiting door. Op 14 mei 1823 kreeg hij, na betaling van een borgsom, toestemming om in afwachting van de uitkomst van het proces weer bij zijn familie te wonen. Toen op 13 juni 1823 het Franse interventieleger en de Spaanse koningsgezinde troepen, onder bevel van de generaals Rafael Sempere en Gabriel Jean Joseph Molitor, Valencia binnentrokken, meldde Crame zich onmiddellijk bij hen. Sempere gaf hem diezelfde dag het bevel over de artillerie en de troepen van zijn regiment. Op 30 juni droeg hij hem bovendien het opperbevel over de gehele artillerie van dat leger op. Deze functie vervulde Crame tot de ontbinding van het leger begin februari 1824. Op 19 november van dat jaar onderscheidde koning Ferdinand VII hem met het Schild van Militaire Trouw (Escudo de Fidelidad Militar).

Na een politieke "zuiveringsprocedure" (Junta de Purificaciones Militares) werd Crame op 21 maart 1825 politiek gezuiverd en daarmee betrouwbaar verklaard. Dit besluit werd op 30 maart bij koninklijk besluit bekrachtigd. Op 20 mei 1825 volgde zijn benoeming tot volwaardig luitenant-kolonel der artillerie. Op 20 september van hetzelfde jaar werd hij onderscheiden met het kruis van de Koninklijke en Militaire Orde van Sint-Hermenegildus.

Terugkeer naar de Filipijnen miniatuur|Gezicht op Manilla in de periode 1826–1829, toen Crame aankwam voor zijn 2e periode in de Filipijnen miniatuur|Een portret van Pascual Enrile, tweede bevelhebber en later gouverneur-generaal van de Filipijnen

In het voorjaar van 1826 maakte Crame opnieuw promotie. Op 30 maart verleende koning Ferdinand VII hem de rang van kolonel bij de infanterie. Enkele dagen later, op 3 april, werd hij benoemd tot teniente de rey van Manilla, de plaatsvervangend commandant van het garnizoen. Daarmee werd hij destijds de derde man in de bevelslijn, na de gouverneur-generaal en de segundo cabo (tweede bevelhebber). Op 9 juni scheepte Crame zich in Cádiz in met bestemming de Filipijnen. Bij koninklijk besluit van 29 juni werd hij formeel aangesteld als derde bevelhebber (tercer Gefe) van de eilanden.

Crame arriveerde op 13 mei 1827 in Manilla, waar gouverneur-generaal en kapitein-generaal Mariano Ricafort hem vier dagen later persoonlijk in zijn functies installeerde Aan het ambt van teniente de rey was volgens een koninklijk besluit uit 1776 standaard ook de subinspectie van de infanterie, cavalerie en militie van de Filipijnen verbonden. Vanuit deze functie hield de teniente de rey toezicht op de gevechtsgereedheid en discipline van deze troepen. Na het overlijden van een eerdere teniente de rey was deze verantwoordelijkheid echter sinds 1825 ondergebracht bij een afzonderlijke generale staf (mayoría general), die door Ricafort was opgericht. Bij Crames aankomst hief Ricafort deze staf op en droeg hij de subinspectie opnieuw aan Crame over, overeenkomstig de regeling uit 1776. Dit werd bevestigd in de legerorders van 18 en 19 mei.Almanaque filipino i guía de forasteros para el año 1834, p. 225-227.

Deze combinatie van functies bleef echter niet lang bestaan. In november 1828 werd de subinspectietaak opnieuw losgemaakt van het ambt van teniente de rey en overgedragen aan de nieuwe tweede bevelhebber, Pascual Enrile.De Almanaque filipino i guía de forasteros para el año 1834 noemt hiervoor de datum 20 april 1828, terwijl Crames dienststaat 5 november 1828 vermeldt. Mogelijk verwijst de eerste datum naar het onderliggende koninklijk besluit en de tweede naar de daadwerkelijke uitvoering ervan.Almanaque filipino i guía de forasteros para el año 1834, p. 225-228. In plaats daarvan kreeg Crame een andere verantwoordelijkheid: het toezicht op en de handhaving van de openbare orde binnen een straal van vier leguas (destijds ongeveer 22 kilometer)Een Spaanse legua (landmijl) werd in 1801 door koning Karel IV gestandaardiseerd op ongeveer 5,57 kilometer, al bestonden er in de praktijk regionale verschillen. De omrekening naar circa 22 kilometer is dan ook een benadering. rond de muren van Manilla.

Eind 1830 kreeg Crame de subinspectie van het leger opnieuw toegewezen. Dit gebeurde op 1 december bij besluit van de kapitein-generaal Ricafort, krachtens een koninklijk besluit van 21 oktober 1829. Volgens dit besluit kwam de taak toe aan de teniente de rey wanneer de tweede bevelhebber haar niet uitoefende. Daarnaast moest de teniente de rey deze laatste vervangen in het bevel en bestuur over de eilanden. Zijn loopbaan werd in augustus 1831 verder bekroond met zijn bevordering tot brigadier, destijds een generaalsrang in het Spaanse leger. Nadat Ferdinand VII op 25 april 1833 de functie van tweede bevelhebber in de Spaanse koloniën had afgeschaft, viel de subinspectietaak als teniente de rey automatisch opnieuw aan Crame toe.Almanaque filipino i guía de forasteros para el año 1834, p. 228.Estado militar de España (1833), p. 50, online via deze link

Gouverneur-generaal van de Filipijnen