miniatuur|alt=Herfst (1908) is een Verkade-album van de Nederlandse natuurbeschermer Jac. P. Thijsse, geïllustreerd met verzamelplaatjes van L.W.R. Wenckebach, J. van Oort en Jan Voerman jr.|Zomer (1907) is een Verkade-album van de Nederlandse natuurbeschermer Jac. P. Thijsse, geïllustreerd met verzamelplaatjes van L.W.R. Wenckebach, J. van Oort en Jan Voerman jr. Zomer is een Verkade-album uit 1907, geschreven door Jac.P. Thijsse.
Het album vormt een reeks met de seizoenen Lente (1906), Herfst (1908) en Winter (1909). Door het insturen van bonnen, die bij Verkade-producten zaten ingesloten, ontving men illustraties om in de albums te plakken. Zij werden getekend door W. Wenckebach, Jan van Oort en Jan Voerman jr. Inhoud van het album Het album verhaalt van het reilen en zeilen van de flora en fauna tijdens de zomer in Nederland. In zeven hoofdstukken behandelt Thijsse de uitbundige natuur van verschillende landschapstypen. Verzamelde plaatjes, die de tekst illustreren, kunnen worden ingeplakt. In de weide beschrijft de schoonheid van grassen (zoals trilgras en beemdgras) en weidebloemen als de boterbloem, rode zuring en ratelaar. Ook het nachtleven in de weide met vleermuizen en de onzichtbare kwartelkoning komt aan bod. Het maaien van het hooiland vormt een bedreiging voor de jonge weidevogels. De vrijgekomen insecten bieden de zwaluwen en meeuwen weer volop voedsel. Langs 't water richt zich op het leven in en rond sloten en plassen. Oever- en waterplanten zoals de witte, gele plomp en zwanenbloem bloeien weelderig. De wonderlijke gedaanteverwisseling van een modderlarve tot libel wordt beschreven, evenals vogels in het riet als de karekiet en de felgekleurde ijsvogel, en onderwaterleven van snoek en baars. Langs de wegen behandelt taaie planten die rond droge en stoffige wegranden overleven, zoals de weegbree, zilverschoon, brandnetels en de forse berenklauw. Ook zomerse heesters zoals meidoorn en de vlier en de zomergeluiden van de geelgors en de spotvogel komen aan bod. In de duinen schetst het leven in de duinvalleien met bloeiende duinroosjes en egelantiers. Thijsse beschrijft duinplanten als de wilde asperge en geurige orchideeën, opvallende rupsen als de giftige zebrarups en bijzondere avonddieren als de julikever, hermelijnvlinders en de snorrende geitemelker. Aan het strand toont de witte zandbanken en de zee. Zeevogels als de grote, roofzuchtige mantelmeeuw en het kwieke bontbekpleviertje zoeken hier hun voedsel. Op het strand liggen aangespoelde schelpen als de wulk en het mesheft. De heremietkreeften vechten om lege wulkschelpen om in te wonen. In het bosch richt zich op het grote contrast tussen het donkere, haast plantloze beukenbos en het veel lichtere eikenbos waaronder adelaarsvarens en bosbessen groeien. Ook ruiken we wurgende klimplanten zoals kamperfoelie die met haar speciale geur in de avondschemering pijlstaartvlinders lokt. In oude houtstammen leen de gouden tor en het vliegend hert. Heide en veld sluit het album af met bloeiende dophei en struikhei, waar talloze graafwespen en wilde bijen actief zijn en de notabene vleesetende zonnedauw groeit. Tot slot worden de landbouwakkers met rogge, haver en traditionele onkruiden zoals klaprozen en korenbloemen geschetst, totdat de stoomdorsmachine en het maaien van de weides het einde van de zomer aankondigen.
Categorie:Verkade-album