Hendrik Carel van der Bijl (Delft, 30 december 1881 – Sprang-Capelle, 23 januari 1952) was een Nederlands kolonel der infanterie en collaborateur tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de Duitse inval van mei 1940 was hij commandant van de Lichte Divisie.

Biografie Van der Bijl trad in 1900 als vrijwilliger in dienst bij het 4e Regiment Infanterie. Vijf jaar later werd hij benoemd tot tweede luitenant. In 1916 volgde zijn benoeming tot adjudant bij het 7e Regiment Infanterie. In 1922 werd hij overgeplaatst naar het Bataljon Wielrijders. In 1933 werd hij adjudant van het Regiment Wielrijders en tevens hoofdinstructeur van de regimentsschool. Drie jaar later volgde zijn bevordering tot luitenant-kolonel en zijn benoeming tot commandant van het Regiment Wielrijders. In 1939 kreeg hij het bevel over het 1e Regiment Wielrijders. In februari 1940 werd hij bevorderd tot kolonel en benoemd tot commandant van de Lichte Divisie.

Tweede Wereldoorlog Tijdens de Duitse inval leidde Van der Bijl op 10 mei 1940 de terugtocht van de Lichte Divisie vanuit de omgeving van Eindhoven naar de grote rivieren. De divisie was aanvankelijk bestemd om de Moerdijkbrug veilig te stellen, maar opperbevelhebber Henri Winkelman wijzigde deze opdracht nadat bleek dat de brug reeds in Duitse handen was. Van der Bijl kreeg daarop bevel zich naar Gorinchem te verplaatsen.

Nog diezelfde middag droeg de commandant van Vesting Holland, luitenant-generaal Van Andel, hem op met zijn troepen op te rukken naar het eiland IJsselmonde en de Duitse luchtlandingstroepen bij vliegveld Waalhaven aan te vallen. Van der Bijl werkte hiervoor een plan uit waarbij zijn divisie via de brug bij Alblasserdam de rivier de Noord zou oversteken.

Bij aankomst in Alblasserdam op de avond van 10 mei ontving Van der Bijl van een veldwachter onjuiste informatie over een sterke Duitse troepenmacht aan de overzijde van de Noord. Op basis hiervan besloot hij de aanval uit te stellen tot de volgende ochtend. Hierdoor kreeg de Duitse generaal Kurt Student de gelegenheid zijn troepen te versterken, waardoor de Nederlandse pogingen om de Noord op 11 mei over te steken volledig mislukten.

Na deze mislukte operatie kreeg Van der Bijl opdracht met het grootste deel van de Lichte Divisie via het veer bij Papendrecht over te steken naar het Eiland van Dordrecht. Hij moest het eiland zuiveren van Duitse troepen en vervolgens via de Barendrechtse brug oprukken naar Waalhaven. Hij vestigde zijn commandopost aanvankelijk in Dubbeldam en verplaatste deze in de nacht van 12 op 13 mei naar de binnenstad van Dordrecht. Daar kreeg hij de algehele leiding over alle Nederlandse troepen in de stad, hetgeen leidde tot spanningen met de plaatselijke kantonnementscommandant, luitenant-kolonel J.A. Mussert.

Op 13 mei concludeerde Van der Bijl dat de Nederlandse positie op het Eiland van Dordrecht door de opmars van Duitse tanks en aanhoudende luchtbombardementen onhoudbaar was geworden. Nadat hij toestemming had gekregen zijn troepen terug te trekken, gaf hij in de nacht van 13 op 14 mei bevel tot de terugtocht over de Merwede naar de Alblasserwaard.

Tijdens de Duitse bezetting werd Van der Bijl op 16 mei 1942 door de bezetter krijgsgevangen genomen en geïnterneerd in Oflag XIII-B bij Hammelburg. Op 7 juli 1942 keerde hij terug uit gevangenschap.

Collaboratie In september 1941 werd Van der Bijl benoemd tot provinciaal directeur van Winterhulp Nederland en de Nederlandse Volksdienst. Daarnaast sprak hij zich publiekelijk lovend uit over Nederlandse Oostfrontstrijders, die hij als voorbeeld stelde voor de Nederlandse jeugd. Tijdens Dolle Dinsdag vertrok hij naar Duitsland. Volgens zijn eigen verklaring deed hij dit om zich bij zijn daar verblijvende zoon te voegen. Voor zijn vertrek werd de kas van de Nederlandse Volksdienst onder hem en zijn medewerkers verdeeld.

Na de oorlog moest Van der Bijl zich verantwoorden voor het Tribunaal te 's-Hertogenbosch. Het tribunaal adviseerde de regering hem te veroordelen tot een internering van drie jaar en zes maanden, met aftrek van voorarrest, een geldboete van ƒ 8.000 en ontzetting uit het kiesrecht en het recht om bij de krijgsmacht te dienen. In 1950 werd hem bovendien het ridderschap in de Orde van Oranje-Nassau ontnomen.

Staat van dienst

Soldaat: 1900 Korporaal: 1900 Sergeant: 1901 Tweede luitenant: 1905 Eerste luitenant: 1909 Kapitein: 1918 Majoor: 1933 Luitenant-kolonel: 1936 Kolonel: 1940

Bron

Ministerie van Oorlog, Inventaris van de dienststaten en stamboeken der Officieren van de Koninklijke Landmacht en van de koloniale troepen in Nederland, Archief 2.13.04, Nationaal Archief, Den Haag

Categorie:Nederlands kolonel Categorie:Nederlands militair in de Tweede Wereldoorlog Categorie:Nederlands krijgsgevangene in de Tweede Wereldoorlog Categorie:Nederlands collaborateur in de Tweede Wereldoorlog