Eugène Colson (Charleroi, 7 februari 1913 – Antwerpen, 22 januari 2000), tijdens de Tweede Wereldoorlog bekend onder de schuilnaam Harry en later vaak aangeduid als Kolonel Harry, was een Belgisch legerkapitein, koopvaardijofficier en verzetsstrijder. Hij richtte in de Antwerpse haven een clandestiene groep op die later de havenafdeling werd van de Nationale Koningsgezinde Beweging (NKB).

Tijdens de bevrijding van Antwerpen in september 1944 kreeg Colson binnen de afspraken tussen de belangrijkste Antwerpse verzetsorganisaties de verantwoordelijkheid voor acties in het havengebied. Zijn groep bereidde maatregelen voor om vernielingen door de terugtrekkende Duitse troepen te verhinderen en hielp vervolgens bij de bewaking van strategische haveninstallaties. Colsons bijdrage was belangrijk, maar het grotendeels behouden van de haven was het resultaat van samenwerking tussen verschillende verzetsgroepen en Britse en Canadese militairen.

Beginjaren en bezetting Colson werd op 7 februari 1913 geboren in Charleroi. In 1940 en 1941 maakte hij als kapitein in het Belgische leger enkele bevoorradingsreizen. Daarna ging hij in de Antwerpse haven werken. Tijdens de bezetting sloot hij zich aan bij de clandestiene inlichtingendienst Bravery.

Door zijn werk kende Colson de haven, haar infrastructuur en het personeel. Hij bouwde er een verzetsgroep op die voornamelijk uit dokwerkers en personeelsleden van havendiensten bestond. De groep werd later opgenomen als havenafdeling van de Nationale Koningsgezinde Beweging.

Havenafdeling van de NKB De NKB was een sterk koningsgezinde verzetsorganisatie. In Antwerpen sloten onder anderen dokwerkers en andere personeelsleden van de haven zich bij de beweging aan. De Duitse bezetter had de organisatie in juli 1941 verboden.

Het behoud van de Antwerpse haven kreeg vanaf 1943 een hoge prioriteit. De haven was voor de geallieerden van groot belang als aanvoerhaven voor de verdere opmars naar Duitsland. De Britse Special Operations Executive gaf het Antwerpse verzet daarom de opdracht te voorkomen dat de terugtrekkende Duitse troepen de haven volledig zouden vernielen.

De verschillende Antwerpse verzetsgroepen werkten aanvankelijk grotendeels afzonderlijk. Kort voor de bevrijding kwamen zij tot een taakverdeling. Urbain Reniers van het Geheim Leger kreeg de algemene coördinatie, Edouard Pilaet van het Onafhankelijkheidsfront werd verantwoordelijk voor acties in de stad en Colson voor de haven. De havenploegen omvatten leden van verschillende organisaties, waaronder de NKB, het Geheim Leger, het Onafhankelijkheidsfront en Groep G.

Colson en zijn medewerkers verzamelden informatie over Duitse verdedigingswerken, springladingen en strategische installaties. Zij bereidden sabotage- en beveiligingsacties voor die de vernietiging van sluizen, bruggen, elektriciteitsvoorzieningen en andere haveninfrastructuur moesten bemoeilijken. In de laatste dagen van augustus 1944 namen Colson en Reniers de laatste maatregelen voor de uitvoering van deze plannen.

Bevrijding van Antwerpen Op 4 september 1944 bereikten Britse eenheden van de 11e Pantserdivisie Antwerpen. Verzetslieden, onder wie reserveofficier Robert Vekemans, hielpen de Britse troepen bij hun snelle opmars naar de stad en de haven. De snelheid van de operatie verraste de Duitse verdedigers en droeg ertoe bij dat een groot deel van de oude haven zonder grootschalige vernielingen in geallieerde handen viel.

De verzetslieden onder Colson ondersteunden de geallieerden bij het beveiligen van vitale installaties en het uitschakelen of bewaken van springladingen. Hun kennis van het uitgestrekte havengebied was daarbij van belang. Niet alle infrastructuur bleef onbeschadigd: rond onder meer de Royerssluis en de Kruisschanssluis werd nog gevochten en vonden vernielingen plaats.

De strijd om het noordelijke havengebied duurde na de bevrijding van het stadscentrum voort. Vanaf midden september werkten Colsons verzetslieden in het havengebied samen met Canadese eenheden, waaronder het Royal Hamilton Light Infantry. Colson trok later met Canadese militairen mee naar Nederland, voordat hij naar België werd teruggeroepen.

Hoewel de installaties van de haven grotendeels behouden waren gebleven, kon de haven niet onmiddellijk voor de geallieerde bevoorrading worden gebruikt. De toegangsweg over de Westerschelde bleef in Duitse handen en was met mijnen versperd. Pas na de Slag om de Schelde en het ruimen van de vaargeul bereikte op 28 november 1944 het eerste geallieerde konvooi de haven.

Historische beoordeling Na de oorlog ontstond discussie over de vraag welke verzetsorganisatie de doorslaggevende bijdrage had geleverd aan het behoud van de Antwerpse haven. De NKB, het Onafhankelijkheidsfront en het Geheim Leger benadrukten elk hun eigen rol en besteedden minder aandacht aan die van andere groepen.

Colsons getuigenis groeide in de naoorlogse herinneringscultuur uit tot een invloedrijke en lange tijd gangbare voorstelling van de gebeurtenissen. In die voorstelling stond zijn havengroep centraal. Recentere historische publieksgeschiedenis beschouwt zijn bijdrage nog steeds als belangrijk, maar merkt op dat zijn relaas de rol van andere verzetslieden en organisaties onvoldoende belichtte. Daarbij wordt vooral de samenwerking tussen het verzet en de geallieerde strijdkrachten als essentieel voor het behoud van de haven beschouwd.

In 1997 publiceerde journalist Frank Stappaerts Colsons getuigenis onder de titel Kolonel Harry. Een getuigenis over de bevrijding van Antwerpen. Het boek is een belangrijke bron voor Colsons eigen visie op de gebeurtenissen, maar is als getuigenis geen onafhankelijke geschiedschrijving.

Na de oorlog Na de oorlog keerde Colson terug naar de koopvaardij. Toen hij zich in 1973 opnieuw in Antwerpen vestigde, werd hij nationaal vereffenaar van de NKB. In die functie hield hij zich bezig met het beheer van de organisatie, haar archieven en de belangen van voormalige leden. Hij beheerde ook archiefstukken die afkomstig waren van zijn voorganger generaal Graff en van de naoorlogse secretaris Berghmans.

Colson zette zich daarnaast in voor de herdenking van de bevrijding van Antwerpen en voor het onderhouden van contacten met Canadese veteranen. Canada kende hem op 3 maart 1994 de Meritorious Service Medal, civiele afdeling, toe. Hij ontving de onderscheiding op 5 september 1994. In de officiële motivering werd verwezen naar zijn samenwerking met Canadese eenheden bij de beveiliging van de Antwerpse haven en de Scheldeoever en naar zijn latere inzet voor de herdenking daarvan.

Colson overleed op 22 januari 2000 in Antwerpen.

Literatuur

Bronnen, noten en/of referenties

Categorie:Belgisch verzetsstrijder in de Tweede Wereldoorlog