Het Eldrie-verbond was een clandestiene, leopoldistische en anticommunistische organisatie in België. Het verbond werd in 1945 opgericht door leden uit de omgeving van de Nationale Koninklijke Beweging (NKB) en had zijn voornaamste werkterrein in het Antwerpse. Historici omschrijven de organisatie als paramilitair. Zij streefde naar de terugkeer van koning Leopold III en beschouwde zichzelf als een mogelijke aanvullende macht naast de Rijkswacht in de strijd tegen wat zij als linkse of communistische subversie beschouwde.

Achtergrond en oprichting De Nationale Koninklijke Beweging was tijdens de Tweede Wereldoorlog ontstaan als een koningsgezinde verzetsorganisatie. Een deel van haar vroege leiding kwam uit voormalige rexistische milieus en hing rechts-autoritaire en antiparlementaire opvattingen aan. De NKB groeide tijdens de bezetting echter uit tot een bredere verzetsbeweging, met afdelingen in onder meer Antwerpen, Brussel, Limburg en het Hageland.

Na de bevrijding richtten verschillende leden uit dit milieu in 1945 het Eldrie-verbond op. De organisatie combineerde de verdediging van de positie van Leopold III tijdens de Koningskwestie met militant anticommunisme. Volgens historica Klaartje Schrijvers was de terugkeer van Leopold III haar voornaamste onmiddellijke doelstelling. Daarnaast wilde het verbond voorbereid zijn op een mogelijk gewelddadig conflict met communistische en andere linkse organisaties.

Organisatie

Raad van Zes De leiding berustte bij een zogenoemde Raad van ZesRudi Van Doorslaer en Etienne Verhoeyen, De moord op Lahaut. Het communisme als binnenlandse vijand, Kritak, Leuven, 1985, p. 62. In de webpresentatie van het onderzoek van Van Doorslaer en Verhoeyen wordt De Groodt nader aangeduid als secretaris van de Raad van Zes.Rudi Van Doorslaer en Etienne Verhoeyen, “De moord op Julien Lahaut”, JulienLahaut.be. Volgens de beschikbare documentatie bestond die uit: Bob Van Steenlandt; Jacques De Groodt; Frans De Moor; Jan Verhaeghen; Tom Janssens; Eugène „Harry” Colson.

Binnen de organisatie bevonden zich verscheidene beroeps- en reserveofficieren. De samenstelling van het ledenbestand en de aanwezigheid van militairen droegen bij tot het paramilitaire karakter dat historici aan het verbond toeschrijven.

Grote Gelofte Nieuwe leden moesten de zogenoemde Grote Gelofte afleggen. Daarin verbonden zij zich tot trouw aan Leopold III, verzet tegen het communisme en tegen de tegenstanders van de monarch, gehoorzaamheid aan de leiding, onderlinge bijstand en geheimhouding over de organisatie. De gelofte bevatte bovendien zware sancties voor leden die hun verplichtingen zouden schenden.

De eed verbond de koningsgezinde doelstelling van Eldrie uitdrukkelijk met de strijd tegen het communisme. Daardoor was het verbond niet uitsluitend een vereniging ter ondersteuning van Leopold III, maar ook een clandestien anticommunistisch netwerk.

Omvang Over de omvang van het Eldrie-verbond bestaan sterk uiteenlopende cijfers. Van Steenlandt beweerde later dat tussen 1945 en 1950 meer dan 200.000 personen de Grote Gelofte hadden afgelegd. Schrijvers noemt dat aantal „zeer onwaarschijnlijk”. Zij verwijst onder meer naar een verslag van de Rijkswacht over een als belangrijk beschouwde bijeenkomst in Brasschaat op 19 februari 1951, waarop slechts ongeveer vijftig personen aanwezig waren.

Van Doorslaer en Verhoeyen spreken voor het einde van de jaren veertig van enkele duizenden leden, voornamelijk in de Antwerpse regio. Door het clandestiene karakter van de organisatie, het ontbreken van een volledig ledenregister en de tegenstrijdige retrospectieve verklaringen kan haar exacte omvang niet met zekerheid worden vastgesteld.

Activiteiten en gerechtelijk onderzoek Eldrie zag het anticommunisme als een van zijn kerntaken. De organisatie wilde in een crisissituatie als aanvullende strijdmacht van de Rijkswacht optreden. Binnen het verbond werden ook mogelijkheden voor een machtsovername of staatsgreep besproken. Beweringen dat Eldrie structurele contacten onderhield met buitenlandse paramilitaire organisaties konden volgens het beschikbare onderzoek echter niet worden aangetoond. Verschillende historici hebben daarom gewaarschuwd dat de operationele slagkracht en de internationale betekenis van het verbond mogelijk zijn overdreven.

In 1949 en 1950 voerde het parket van Antwerpen een omvangrijk onderzoek naar Eldrie, onder meer wegens mogelijk onwettig wapenbezit. Het onderzoek leverde informatie op over de interne organisatie, de eed en vermeende leden, maar leidde niet tot een verbod of de ontmanteling van het verbond.

De moord op Julien Lahaut Op 18 augustus 1950 werd de communistische politicus Julien Lahaut bij zijn woning in Seraing doodgeschoten. Het oorspronkelijke gerechtelijke onderzoek werd in 1972 afgesloten zonder dat de uitvoerders of opdrachtgevers gerechtelijk waren geïdentificeerd.

Vanwege zijn anticommunistische, clandestiene en leopoldistische karakter kwam het Eldrie-verbond in het onderzoek naar de moord in beeld. In het begin van de jaren zestig werden enkele leden van de Raad van Zes ervan verdacht bij de aanslag betrokken te zijn. Deze onderzoekslijn leverde geen bewijs op en liep dood.

De historici Rudi Van Doorslaer en Etienne Verhoeyen onderzochten in hun boek De moord op Lahaut uit 1985 de mogelijke rol van Eldrie en van andere clandestiene anticommunistische netwerken. Zij brachten de moord in verband met de bredere ontwikkeling van anticommunistische particuliere inlichtingen- en actiegroepen tijdens de beginnende Koude Oorlog.

Een nieuw historisch onderzoek, dat tussen 2011 en 2014 op verzoek van de Belgische Senaat door CegeSoma werd uitgevoerd, wees niet het Eldrie-verbond als organisatie aan. De onderzoekers situeerden de uitvoerders in een particulier anticommunistisch inlichtingennetwerk onder leiding van André Moyen. Zij beschikten niet over een bekentenis of rechtstreeks materieel bewijs, maar baseerden hun conclusie op een samenhangend geheel van getuigenissen en indirect bewijsmateriaal. Het onderzoek vond evenmin ondersteuning voor de hypothese dat de moord deel uitmaakte van een plan om door politieke destabilisering de terugkeer van Leopold III af te dwingen.

Op grond van het gepubliceerde onderzoek kan daarom niet worden gesteld dat het Eldrie-verbond als organisatie de moord op Lahaut heeft bevolen of uitgevoerd. Wel behoorde het tot het ruimere leopoldistische en anticommunistische milieu waarin de verdachten en de particuliere inlichtingennetwerken opereerden.

Historiografie De geschiedschrijving over Eldrie wordt bemoeilijkt door het clandestiene karakter van de organisatie. Een belangrijk deel van de beschikbare informatie is afkomstig uit gerechtelijke en politiële dossiers, in beslag genomen documenten en interviews die verscheidene decennia na de feiten werden afgenomen. Vooral de opgegeven ledenaantallen, lijsten van vermeende leden en verklaringen over buitenlandse contacten moeten daarom met voorzichtigheid worden behandeld.

De oudere literatuur plaatste Eldrie relatief sterk op de voorgrond bij de studie van de moord op Lahaut. Het onderzoek van CegeSoma uit 2011–2014 verschoof de aandacht naar het netwerk van André Moyen en naar de Koude Oorlog als voornaamste politieke context. Daarmee werd het bestaan en de anticommunistische activiteit van Eldrie niet betwist, maar werd een rechtstreekse organisatorische verantwoordelijkheid voor de moord niet bevestigd.

Zie ook Nationale Koninklijke Beweging Koningskwestie Julien Lahaut Anticommunisme

Categorie:Koude Oorlog Categorie:Anticommunisme