miniatuur| Een noordelijke spotlijster (Mimus polyglottos) wapperaar miniatuur| Een stadsduif in het wapperstadium. Wapperen of wapperfase is de levensfase van een gevleugeld dier tussen nestverlating (uitvliegen) en het zelfstandig vliegen. Deze term wordt voornamelijk gebruikt voor vogels, maar ook voor vleermuizen.

Bij nestblijvende vogels, die langere tijd kwetsbaar in het nest doorbrengen, kunnen de nest- en wapperfase gelijk zijn. Bij nestvlieders, jongen die kort in het nest verblijven, gaat een korte nestperiode vooraf aan een langere wapperperiode. links|miniatuur| Een paar zwaluwkuikens (Hirundo neoxena), gefotografeerd de dag nadat ze waren uitgevlogen. Alle vogels worden geacht te zijn 'uitgevlogen' wanneer de veren en vleugelspieren voldoende zijn ontwikkeld voor een aanhoudende vlucht. Een nestverlater die nog niet kan vliegen of nog steeds afhankelijk is van de zorg en voeding van zijn ouders, wordt een wapperaar (Engels: fledgling) genoemd. Mensen willen vaak wapperaars helpen, omdat ze kwetsbaar ogen, maar het is beter om ze met rust te laten. Het Amerikaanse National Phenology Network definieert de phenofase van wapperaars als volgt: "Jongen die nog niet in staat zijn tot langdurige vlucht (en bijvoorbeeld nog rondlopen) en jongen die nog afhankelijk zijn van de ouders."

Bij veel diersoorten blijven de ouders voor hun wapperaars zorgen, door ze te voeden of naar voedselbronnen te leiden. Wapperaars zijn kwetsbaar, maar hun overlevingskansen stijgen drastisch zodra ze zijn uitgevlogen.

Niet alle vogelsoorten kennen een wapperfase. De gierzwaluw (Apus apus) is direct na nestverlating volledig zelfstandig.

Terminologie Wapperaar (en wapperen) is in 2026 geïntroduceerd als neologisme om beter het verschil aan te duiden tussen het verlaten van het nest en het zelfstandig vliegen. Het Engels maakte dit onderscheid in ontwikkelingsfase reeds door het woord fledgling te gebruiken, dat voorheen vertaald werd naar 'jonge vogel'. Zoals vermeld in het bovenstaande blijft de term wapperaar nog steeds een parapluterm voor twee distinctieve stadia. Het omvat namelijk ook het vlucht-capabele kuiken dat nog steeds verzorgd wordt door diens ouders.

Een ander beoogd voordeel van de term wapperaar is de bevordering van de relatie tussen mens en dier. Een uitgevlogen vogel is daarmee niet per definitie hulpeloos of dient gered te worden door menselijk ingrijpen. Het wapperen op zichzelf is een daadwerkelijke biologische fase waarin de (aardgebonden) nestverlater nog steeds verzorgd wordt door de ouders en de vleugels verder ontwikkelt voordat het zelfstandig kan vliegen.

Disambiguatie De termen uitvliegen en uitvlieger binnen de legaat terminologie zijn beperkt. Uitvliegen en uitvlieger zijn synoniemen voor nest verlaten en nestverlater. 'Uitvliegen' suggereert tevens dat een vogel zou moeten kunnen vliegen na nestverlating, maar dit is niet in alle gevallen waar. Modern onderscheid tussen nesteling, wapperaar, en volwassen vogel beoogt de ontwikkelingsstadia beter te beschrijven en wapperaar als distinctieve fase te onderscheiden.

Duitse Termen Duitse termen voor wapperen zijn Bettelflugzeit (Bettelflugphase) of Ästlingsphase die letterlijk bedelvluchtfase en takfase betekenen; verwijzend naar het bedelgedrag en de onvolledige vluchtcapaciteit. Beide termen tonen andere aspecten van de wapperfase, maar sluiten aardgebonden wapperaars uit.

Categorie:Ornithologie