Alvise II Mocenigo (Venetië, 3 januari 1628 – aldaar, 6 mei 1709) was, volgens de traditie, de 110e doge van Venetië. Hij stamde uit de patriciërsfamilie Mocenigo en was de tweede doge met de naam Alvise uit dit geslacht. Vandaar het Romeinse cijfer II.
Levensloop Alvise Mocenigo was de jongste zoon van negen zonen van Alvise Mocenigo en Adriana di Vettor Grimani. Zowel zijn familie als hijzelf maakten fortuin door handel met het Ottomaanse Rijk. De vader en de negen zonen droegen allen de voornaam Alvise. De latere doge Alvise II Mocenigo droeg binnen zijn familie het cijfer IX (Alvise IX) en de middelnaam Marcantonio, om hem te onderscheiden van zijn oudere broers. Vader Alvise had meerdere ambten bekleed, zowel bestuurlijke als militaire, onder meer als senator en kapitein-generaal van de vloot. Nochtans was er niemand van de familie Mocenigo die in de laatste honderd jaar doge geworden was; de laatste was Alvise I Mocenigo die regeerde van 1570 tot 1577. Er bestond daarom een soort van politieke eclips van de familie Mocenigo voor het hoogste ambt van de Republiek Venetië.
Zelf leidde Alvise een teruggetrokken leven in luxe, waarbij hij niettemin goede zaken bleef doen. Hij huwde niet. Zijn broers maakten allen carrière in de ambtenarij, het leger en de Roomse Kerk, naast hun zakelijke carrière. Drie broers sneuvelden in de Kretenzische Oorlog.Zie hiervoor Ottomaans-Venetiaanse oorlogen.
Circa 1670 vatte Alvise een politieke carrière aan. Hij werd benoemd in de Senaat van de Republiek Venetië en in de Raad van Tien. Tevens werd hij corrector in de Dogeboekhouding, hertogelijk inspecteur van de wijk Santa Croce en lid van de raad van bestuur van de Universiteit van Padua.
In 1684 kwam daar een benoeming bij tot burgemeester van Padua. Hij verbleef in Padua van 1684 tot 1686, voor de duur van zijn mandaat. In Padua ging zijn aandacht uit naar de werking van liefdadigheidsinstellingen, pandjeshuizen en huurhuizen. Excessen van studenten bestrafte hij streng volgens zijn tijdgenoten.
Na de dood van doge Silvestro Valier in 1700 werd Alvise verkozen tot doge. De eerste doge binnen de familie sinds 125 jaar. De redenen dat deze man verkozen werd, die lang een teruggetrokken leven had geleid, waren: zijn familiale afkomst en zijn welsprekendheid. De banketten die gepaard gingen met zijn troonsbestijging, waren weelderig. In datzelfde jaar 1700 was Europa in de ban van de Spaanse Successieoorlog die uitbrak. Doge Alvise II slaagde erin om Venetië uit de oorlog te houden. De neutraliteit leverde hem misprijzen op van de oorlogvoerende landen.
In december 1708 bracht koning Frederik IV van Denemarken een officieel bezoek aan de Republiek Venetië. Alvise II ontving hem ondanks de winterkoude met alle égards. Kort na het bezoek werd Alvise II ziek. Hij overleed op 6 mei van het volgende jaar. Zijn opvolger was Giovanni II Corner.
Postuum Alvise II kreeg een praalgraf in wit marmer in de kerk San Eustacchio.
Een deel van zijn fortuin ging naar het uitvoeren van vierduizend herdenkingsmissen in de stad Venetië en erbuiten. Zijn achternicht Paolina Badoer was de belangrijkste testamentair begunstigde. Paolina's man werd later doge onder de naam Alvise III Mocenigo, een verre verwant van hem.
Categorie:Doge van Venetië Categorie:Italiaans senator Categorie:Italiaans burgemeester Categorie:Persoon in de 17e eeuw Categorie:Persoon in de 18e eeuw