thumb|upright=1.5|Rassenlijsten siergewassen thumb|upright=1.5|Rassenlijsten voor tulpen Het proefstation voor de bloemisterij (Aalsmeer)Vijfenzeventig jaar bloemisterijonderzoek in Aalsmeer : proeftuin - proefstation : 1899 - 1974Jaarverslag 1989 UitgangsmateriaalJaarverslagen proefstation voor de bloemisterij, laboratorium voor bloembollenonderzoek (bloembollen)100 JAAR BLOEMBOLLEN ONDERZOEK IN LISSE, het proefstation voor de tuinbouw onder glas (Naaldwijk) (chrysant, freesia en amaryllis), het proefstation voor de boomkwekerijProefstation voor de boomkwekerij, het Instituut voor de Veredeling van Tuinbouwgewassen (IVT) (tulpen) en de bloembollenkeuringsdienst (BKD) waren betrokken bij het rassenonderzoek voor siergewassen, evenals het RIVRO en latere CRZ en het Praktijkonderzoek Plant & Omgeving (PPO). Ook de regionale onderzoekcentra waren bij het rassenonderzoek betrokken.

In 1977 werd het onderzoek ondergebracht bij het in dat jaar opgerichte RIVRO (Rijksinstituut voor Rassenonderzoek van Cultuurgewassen), dat ontstond door samenvoeging van het rassenonderzoek van landbouwgewassen met dat van tuinbouwgewassen,RIVRO beschrijving taken en onderzoek waarbij de RIVRO-onderzoekers gedetacheerd werden bij de Proefstations. De wetgeving waar het RIVRO nu zijn werkzaamheden aan ontleende dateerde van 1965 toen de Zaaizaad-en Plantgoed wet van 1965Zaaizaad en plantgoedwet 1965 tot stand kwam en verviel het Kweekersbesluit van 1941. De Zaaizaad-en Plantgoedwet van 1967 was noodzakelijk geworden nadat bij Conventie van Parijs in 1961 door een aantal landen was besloten gezamenlijk nieuwe regelingen te treffen aangaande de rechtspositie van de kweker van een nieuw ras en de UPOV (Union Internationale pour la Protection des Obtentions Végétales) werd gevormd. De wet werd aangepast toen in Brussel de toelating van rassen en het verkeer met teeltmateriaal binnen de EEG volgens nieuwe richtlijnen werd geregeld.

Het CRZ is op 1 juni 1991 samengegaan met het Centrum voor Plantenveredelingsonderzoek (CPO), waarbij het CPRO-DLO (Centrum voor Plantenveredelings- en Reproduktieonderzoek) ontstond.

Het CRZ is op 1 juni 1991 samengegaan met het Centrum voor Plantenveredelingsonderzoek (CPO), waarbij het CPRO-DLO (Centrum voor Plantenveredelings- en Reproduktieonderzoek) ontstond.

In 2000 wordt het Praktijkonderzoek Plant & Omgeving (PPO) opgericht, dat in 2016 opgaat in Wageningen Plant Research (WUR).

Vanaf 2005 is er geen landelijke cultuurwaardeonderzoek van bloemisterijgewassen meer.

Rassenlijst Er zijn vier beschrijvende rassenlijsten voor siergewassen uitgegeven. De eerste Beschrijvende Rassenlijst voor Siergewassen werd in 1987 uitgegeven, de tweede in 1989, de derde 1992 en de vierde in 1994. Twee rassenlijsten van tulpen verschenen in 1968 en 1972.

De rassenlijst voor tulpen verschijnt onder verantwoordelijkheid van de commissie voor de samenstelling van de rassenlijst bloembollen ingesteld bij koninklijk besluit van 14 juli 1967.BESLUIT van 14 juli 1967, tot uitvoering van artikel 73 van de Zaaizaad- en Plantgoedwet Het besluit werd vastgesteld krachtens artikel 73 van de Zaaizaad- en Plantgoedwet van 1965.Zaaizaad- en plantgoedwet 2005

De rassenlijsten voor siergewassen zijn gebaseerd op het Besluit aanbevelende rassenlijst siergewassen van 27 augustus 1984Besluit aanbevelende rassenlijst siergewassen, waarmee een landelijke commissie werd ingesteld en de Beschikking inrichting rassenlijst siergewassenBeschikking inrichting rassenlijst siergewassen Het besluit werd vastgesteld krachtens artikel 73 van de Zaaizaad- en Plantgoedwet van 1965. In de Beschikking inrichting rassenlijst siergewassen werd bepaald dat de commissie de rassenlijst uitgeeft, zo nodig in meerdere delen en periodiek actualiseert. Het Besluit aanbevelende rassenlijst siergewassen is op 24 januari 2004 vervallen.

De rassen in de rassenlijsten voor siergewassen werden in vier groepen ingedeeld. A = algemeen aanbevolen; B = aanbevolen voor speciale omstandigheden; N = nieuw aanbevolen; O = van geringe betekenis.

In de eerste beschrijvende rassenlijst voor siergewassen zijn freesia, gladiool, roos en tulp opgenomen. In de tweede beschrijvende rassenlijst voor siergewassen zijn anjer, anthurium, chrysant, freesia, gladiool, lelie, roos en tulp opgenomen. In de derde en vierde beschrijvende rassenlijst voor siergewassen zijn alstroemeria, amaryllis, anjer, anthurium, chrysant, freesia, gladiool, lelie, narcis, roos en tulp opgenomen.

Botanisch rassenonderzoek Het botanisch rassenonderzoek wordt gedaan ten behoeve van de registratie van rassen door de Raad voor plantenrassen met of zonder kwekersrecht. Onderzoek vindt plaats naar onderscheid, homogeniteit en bestendigheid (stabiliteit) (DUS). Het onderscheid moet voldoende zijn rekening houdend met de vermeerdering van het gewas waartoe het ras behoort. De bestendigheid heeft betrekking op de wezenlijke eigenschappen van het ras.

Het CPVO ontwikkelde eigen protocols voor het botanisch onderzoek.Technische protocols CPVO Het CPVO en de Nederlandse Raad voor plantenrassen hebben samen een geharmoniseerd aanvraagformulier ontwikkeld dat vanaf 30 juni 20026 beschikbaar is.

Nationaal rassenregister De rassen van bloemisterijgewassen zijn opgenomen in het Nationaal rassenregister.Nationaal rassenregister

Categorie:Plantenras Categorie:Tuinbouw in Nederland