Eiske ten Bos-Harkema (Oudeschip, 4 juni 1885 – Emmen, 23 januari 1962) was een Nederlands politica. Ze was de allereerste vrouwelijke wethouder voor de partij SDAP in Nederland.
Biografie Eiske Harkema groeide op in Oudeschip waar haar ouders een bakkerij en kruidenierswinkel hadden. Ze kwam uit een gezin dat in totaal tien kinderen telde, vier van hen overleden al vóór hun derde levensjaar. Nadat de winkel failliet ging werkte haar vader als dagloner en landarbeider. Na de lagere school ging Harkema als inwonende dienstbode voor een herenboer werken. Ze trouwde in 1903, op haar achttiende, met de boerenzoon Jan ten Bos.
In 1911 kreeg Ten Bos werk op een coöperatieve strokartonfabriek in Gasselternijveenschemond. Hier begon het politieke leven van Ten Bos-Harkema. Ze was in 1916 secretaris van de lokale afdeling van de SDAP. In 1921 kwam ze in de gemeenteraad van Gasselte terecht en hierin bleef ze actief tot 1940. Tussen 1923 en 1931 vervulde ze ook het ambt van wethouder. In de gemeenteraad kwam ze op voor de arbeidersklasse. Zo maakte ze zich sterk voor de werkverschaffing en voor betere huisvesting van arbeiders en werklozen. Daarnaast streed Ten Bos-Harkema voor goede sociale en medische voorzieningen voor arbeidersvrouwen en kinderen. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1923 was ze de lijsttrekker van de lokale SDAP. Een jaar later nam ze ook deel aan de allereerste bijeenkomst van vrouwelijke SDAP-leden in Leusden.
Ten Bos-Harkema belandde in 1924 voor een maand in de cel naar aanleiding van een bericht dat ze het geschreven in de krant Het Volk. In dit artikel beschreef ze hoe een christelijke politieagent een dame had bezocht die ze beschreef "als verdacht bekendstaande vrouw". In een eerdere standplaats van deze agent was het een publiek geheim geweest dat vrouwen in de buurt van deze man niet veilig waren. Ten Bos-Harkema zag het als haar plicht om dit onder de aandacht te brengen en "seksuele intimidatie" aan de kaak te stellen. Na de publicatie van het artikel klaagde de agent haar aan wegens smaad. Het proces eindigde in een veroordeling voor Ten Bos Harkema. In reactie op deze uitspraak sprak Carry Pothuis-Smit over "klassenjustitie" in een artikel in De Proletarische Vrouw.
Nadat haar gevangenschap erop zat keerde ze terug naar Gasselte, waar Ten-Bos Harkema warm onthaald werd. Noch in de raad, noch in het college van bestuur werd nog enig woord gewisseld over haar periode in de gevangenis. In 1931 verloor de SDAP twee zetels bij de gemeenteraadsverkiezingen en omdat Ten Bos-Harkema weigerde samen te werken met de ARP verloor ze haar wethouderschap aan een partijgenoot. Wel bleef ze actief als raadslid. Nadat haar echtgenoot in 1940 ontslagen werd moest het gezin intrekken bij familie in Voorschoten en kwam er ook een einde aan het raadslidmaatschap van Ten Bos-Harkema. Ze vond uiteindelijk een baan als huishoudster en in 1951 verhuisde ze naar Emmen. Hier overleed ze in 1962., "Harkema, Eiske (1885-1962)", in: Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland. (Geraadpleegd 3 augustus 2026).
Geraadpleegde literatuur
Categorie:Politicus voor de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij Categorie:Nederlands gemeenteraadslid Categorie:Nederlands wethouder