miniatuur| De omslag van het boek The Christmas Pantomime, een kleurenlithografie uit 1890. Panto (niet te verwarren met pantomime) is een oorspronkelijk Britse vorm van muziektheater voor het hele gezin. Kenmerkend zijn de uitvergrote humor, de grappen over de actualiteit en de crossdressende acteurs, in een verhaal dat losjes gebaseerd is op een bekend sprookje, een fabel of een volksverhaal.Reid-Walsh, Jacqueline. "Pantomime", The Oxford Encyclopedia of Children's Literature, Jack Zipes (ed.), Oxford University Press (2006), Mayer (1969), p. 6. De vorm ontstond in de achttiende eeuw in Engeland en is uitgesproken participatief: van het publiek wordt verwacht dat het bij bepaalde liedjes meezingt en zinnen naar de spelers terugroept.

De wortels van de panto reiken terug tot het klassieke theater van het oude Griekenland. De vorm ontwikkelde zich deels uit de zestiende-eeuwse Italiaanse commedia dell'arte en deels uit andere Europese en Britse toneeltradities, zoals het zeventiende-eeuwse masque en de music hall. Tot het einde van de 19e eeuw was de harlekijnvoorstelling een belangrijk onderdeel van de panto. Moderne panto wordt opgevoerd in het Verenigd Koninkrijk, Ierland en (in mindere mate) in andere Engelstalige landen, vooral tijdens de kerst- en nieuwjaarsperiode, en omvat liedjes, grappen, slapstickcomedy en dans.

De panto wordt op de Britse Eilanden ook wel "pantomime" genoemd, een term die elders op de wereld gebruikt wordt om de visuele theatervorm mime aan te duiden.

Vorm De Britse panto, meestal rond Kerstmis gespeeld voor een familiepubliek, is nog altijd een populaire theatervorm, met zang, dans, slapstick, crossdressing, verwijzingen naar de actualiteit, publieksparticipatie en milde seksuele toespelingen. De Schotse komiek Craig Ferguson vatte de hedendaagse panto in zijn memoires uit 2020 samen als klassieke folklore en sprookjes die losjes worden naverteld in de vorm van een kluchtige komische musical. Ook wees hij op de publieksparticipatie, die volgens hem doet denken aan vertoningen van de film The Rocky Horror Picture Show.Ferguson, Craig, Riding the Elephant: A Memoir of Altercations, Humiliations, Hallucinations, and Observations, Penguin, New York, 2020, pp. 89–91.

Verhalen miniatuur| Aladdin in het Nottingham Playhouse, 2008 De verhaallijnen en scripts van panto's verwijzen meestal niet direct naar Kerstmis en zijn bijna altijd gebaseerd op traditionele kinderverhalen, met name de sprookjes van Charles Perrault, Joseph Jacobs, Hans Christian Andersen en de gebroeders Grimm. Enkele van de populairste pantoverhalen zijn Assepoester, Aladdin, Dick Whittington en zijn kat en Sneeuwwitje en de zeven dwergen, evenals Jaap en de bonenstaak, Peter Pan, De gelaarsde kat en Doornroosje. Andere traditionele verhalen zijn onder andere Moeder de Gans, Belle en het Beest, Robinson Crusoe, De Tovenaar van Oz, Robin Hood, Roodkapje, Goudlokje en de Drie Beren, Sinbad, Joris en de Draak, Blauwbaard, De Kleine Zeemeermin en Duimelijntje. Tot ongeveer 1870 werden er ook veel andere verhalen tot panto's bewerkt.

Er wordt in het algemeen van uitgegaan dat het publiek het oorspronkelijke kinderverhaal kent, maar de verhaallijn wordt vrijwel altijd aangepast voor komisch of satirisch effect. Ook is het gebruikelijk dat elementen of personages uit andere verhalen opduiken. Zo kunnen pantoversies van Aladdin elementen bevatten uit Ali Baba en de veertig rovers of verhalen uit Duizend-en-een-nacht. Bepaalde klassieke pantoscènes keren steeds terug, ongeacht of ze voor het verhaal van belang zijn. Vaak eindigt het verhaal met een hoogst onwaarschijnlijke Deus ex Machina. Rechtstreekse hervertellingen van de originele verhalen zijn zeldzaam.

Conventies Het genre kent een aantal conventies, waarvan sommige in de loop der jaren zijn veranderd of wat zijn afgezwakt. miniatuur|Pantomimedames

De jonge mannelijke hoofdrol (de principal boy) wordt van oudsher gespeeld door een jonge vrouw in mannenkleren, zoals een kniebroek. Zijn geliefde is meestal de principal girl, een naïef jong meisje. Een oudere vrouw (de pantodame – vaak de moeder van de held) wordt doorgaans gespeeld door een man in drag.Serck, Linda. "Oh yes it is: Why pantomime is such a British affair", BBC News, 3 January 2016 Schuine grappen, waarbij aan volstrekt onschuldige opmerkingen een dubbele laag wordt gegeven, bedoeld voor de volwassenen. Publieksparticipatie, met kreten als "He's behind you!" ("Achter je!") en het over en weer roepen van "Oh, yes it is!" ("Welles!") en "Oh, no it isn't!" ("Nietes!"). De zaal wordt steevast aangespoord de schurk uit te jouwen of naar hem te sissen, en meelevend te tonen aan de zielenpoten, zoals de afgewezen Dame, die meestal verliefd is op een van de mannen.Taylor, Millie. "Audience Participation, Community and Ritual", British Pantomime Performance, p. 130, Intellect Books, 2007. . Another bench scene is described in the same source at pp. 44–45. De muziek kan origineel zijn, maar vaker zijn het bekende liedjes met nieuwe teksten. Traditie is dat er minstens één meezingliedje in zit: de ene helft van de zaal wordt dan uitgedaagd "haar" refrein harder te zingen dan de andere. Soms mogen kinderen uit het publiek aan het slot zelfs het toneel op om met de spelers mee te zingen. Het dier, gespeeld door een acteur in een dierenpak. Vaak is dat een pantopaard of een koe gespeeld door twee acteurs in één kostuum: de een doet de kop en de voorpoten, de ander het lijf en de achterpoten. De goede fee komt op van stage right (vanuit de zaal gezien links), de schurk van stage left (vanuit de zaal gezien rechts). Die gewoonte gaat terug op de middeleeuwse mysteriespelen, waarin de rechterkant van het toneel voor de hemel stond en de linkerkant voor de hel. Vaak is er een slapstickscène (slosh scene), meestal tijdens het klussen of bakken, waarbij kleverige troep wordt rondgegooid. Tot in de twintigste eeuw eindigde een Britse panto doorgaans met een harlekinade, een losstaand slapstickspel; sindsdien zit de slapstick in de voorstelling zelf. In de negentiende eeuw, tot omstreeks 1880, kende een panto meestal een transformatiescène waarin een Fairy Queen de personages met een toverslag veranderde in die van de harlekinade, die daarna werd gespeeld.Crowther, Andrew. "Clown and Harlequin", W. S. Gilbert Society Journal, vol. 3, issue 23, Summer 2008, pp. 710–12. Ergens in de voorstelling gaan de Dame en de grappenmaker op een bankje zitten en zingen ze een opgewekt lied om hun angst te verdrijven. Datgene waar ze bang voor zijn, vaak een spook, verschijnt achter hen, maar in eerste instantie slaan ze geen acht op de waarschuwingen uit de zaal. Al snel lopen ze om het bankje heen, met het spook achter zich aan, terwijl het publiek "It's behind you!" roept. Een voor een krijgen ze het spook in de gaten en rennen ze weg, tot ten slotte de Dame en het spook oog in oog staan, waarna het spook van schrik om haar aanblik de benen neemt.

In Nederland In Nederland is de panto als theatergenre nauwelijks geworteld. De bekendste Nederlandstalige voorstellingen in het genre zijn gemaakt door regisseur Pieter Kramer en schrijver Don Duyns. Voor hun eerste familievoorstelling, Lang en gelukkig (Ro Theater, seizoen 2007/2008), reisden zij samen naar Engeland om de Christmas panto ter plaatse te bestuderen. De voorstelling werd een publiekssucces en kreeg een reeks opvolgers, waaronder Snorro, Woef Side Story en De Gelaarsde Poes.

Daarnaast wordt het genre in Nederland vooral in het Engels gespeeld door amateurgezelschappen, zoals de Anglo-American Theatre Group in Den Haag.

Categorie:Theater in het Verenigd Koninkrijk Categorie:Muziektheater Categorie:Komedie